Sociale ongelijkheid 1: onderwijs, arbeidsmarkt en inkomen

2022-2023

Algemene informatie

Vakcode S_SO1OAI
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator dr. E. Keskiner
Examinator dr. A. de Wit MSc
Docenten dr. E. Keskiner
dr. A. de Wit MSc
dr. S. Bouwhuis
Onderdeel van opleiding(en)

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen. De inteken- en afmeldtermijnen staan op VU.nl

Onderwijsvorm Werkgroep, Deeltentamen schriftelijk

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als:

Doel vak

Kennis en inzicht. Je hebt kennis van en inzicht in:
(1) de dimensies van ongelijkheid, namelijk sociale klasse, gender en
etniciteit, en de manier waarop deze sociale ongelijkheden van invloed
zijn op het dagelijkse leven van mensen;
(2) de belangrijkste sociologische theorieën en bevindingen over sociale
ongelijkheid in het algemeen en met betrekking tot sociale klasse,
gender en etniciteit;
(3) de publieke en politieke discussies over sociale ongelijkheden in
inkomen, onderwijs, arbeidsmarkt en leefomgeving;
(4) de (on)mogelijkheden van interventies om sociale ongelijkheden in
inkomen, onderwijs, arbeidsmarkt en leefomgeving te verkleinen.

Toepassing van kennis en inzicht. Je bent in staat om:
(5) sociale ongelijkheden in inkomen, onderwijs, arbeidsmarkt en
leefomgeving te analyseren door het toepassen van verschillende
sociologische theorieën;
(6) sociale ongelijkheden in inkomen, onderwijs, arbeidsmarkt en
leefomgeving te analyseren en te bediscussiëren met je medestudenten
door het toepassen van verschillende dimensies van ongelijkheid (sociale
klasse, gender en etniciteit).

Oordeelsvorming. Je hebt het vermogen om:
(7) veronderstellingen ten aanzien van sociale ongelijkheid te herkennen
(in academisch onderzoek of een artikel) en ter discussie te stellen;
(8) interventies in sociale ongelijkheden kritisch te beoordelen op
ethische en normatieve aspecten en daarnaast dilemma’s, praktische
haalbaarheid, en maatschappelijk draagvlak in kaart te brengen;

Communicatie. Je bezit de vaardigheden om:
(9) in groepsverband een concreet vraagstuk van sociale ongelijkheden in
inkomen, onderwijs, arbeidsmarkt en leefomgeving te bediscussiëren en op
een heldere manier te presenteren.

Inhoud vak

Praten over sociale ongelijkheid is voor de meesten van ons
ongemakkelijk. We willen horen dat iedereen gelijk is en gelijke kansen
heeft en dat als iemand hard werkt, dat kan deze persoon het dan maken.
Maar niet iedereen in Nederland heeft dezelfde kans op een VWO-diploma,
een vaste baan met een hoog salaris en een villa in Blaricum. In deze
cursus gaan we antwoorden zoeken op de vraag hoe het kan dat er sociale
ongelijkheid is in Nederland: ongelijkheid in het onderwijs, op de
arbeidsmarkt en wat betreft huisvesting. Ligt het aan individuen zelf?
Is het zo dat als je maar hard genoeg werkt je uiteindelijk die villa in
Blaricum kan betalen? Of zijn er ook structurele oorzaken van
ongelijkheid, die bepaalde groepen op een achterstand zetten? Hoe zijn
genderongelijkheid en discriminatie van mensen met een
migratieachtergrond bijvoorbeeld van invloed op sociale ongelijkheid?
Die vragen proberen we in deze cursus te beantwoorden.
In het eerste deel van de cursus leer je over de belangrijkste dimensies
van sociale ongelijkheid: sociale klasse, gender, etniciteit en ras. Wat
is sociale klasse? Wat zijn de ongelijkheden tussen de klassen en hoe
manifesteren die zich? Hoe werken gender en etniciteit als sociale
constructen? Hoe zijn deze dimensies van invloed op ongelijkheid in
inkomen en vermogen? Hoe kan intersectionaliteit, dus de interactie
tussen deze verschillende dimensies, ongelijkheid versterken of juist
overwinnen? Gedurende de hele cursus denk je na over de rol van agency
en structuur in het begrijpen van de oorzaken en gevolgen van sociale
ongelijkheid.
In de tweede helft van het vak verdiep je je in de oorzaken van sociale
ongelijkheid op het gebied van onderwijs, wonen en leefomgeving en
inkomen en arbeidsmarkt. Ook bespreken we hoe deze ongelijkheden
samenhangen met de dimensies van ongelijkheid die in het eerste deel aan
bod zijn gekomen. Waarom verdienen vrouwen minder dan mannen? Wat
betekent het als je in een kansrijke buurt woont? Hebben kinderen met
een migratieachtergrond echt een lagere kans op een VWO-advies?
(1) Onderwijs. Wat is de aard en omvang van kansenongelijkheid in het
Nederlandse onderwijs? Hoe zit dit in vergelijking met andere landen?
Hoe komen klasse-, sekse- en etnische ongelijkheden tot uiting in
onderwijsprestaties?
(2) Wonen en leefomgeving: Wat is een buurt? Wat is gentrificatie en
wat doet genrificatie met de voorzieningen, sociale contacten, kansen op
de arbeidsmarkt? Hoe kunnen kenmerken van de buurt een positieve of
negatieve invloed hebben op de kansen van de bewoners?
(3) De arbeidsmarkt, inkomen en vermogen: Hoe kan het dat de 1% meer dan
de helft van al het vermogen in Nederland bezit? Is vermogen in
Nederland meer of minder gelijk verdeeld dan in andere landen? Hoe kan
het dat sommigen meer verdienen dan anderen? Welke verschillen zien we
hierin tussen groepen in de samenleving? En hoe hangt
inkomensongelijkheid samen met vermogensongelijkheid?

Aanvullende informatie onderwijsvormen

Interactieve colleges, videocolleges en case based learning-sessies

Toetsvorm

Deeltoetsen

Aanvullende informatie doelgroep

Eerstejaars bachelorstudenten Sociologie

Overige informatie

Deze cursus is de eerste in het thematische blok Sociale Ongelijkheid in
de 21e eeuw in semester 2. In dit tweede semester bestudeer je de
belangrijkste inzichten en discussies over de mate, de oorzaken en
mogelijke interventies in hedendaagse sociale ongelijkheden. De cursus
wordt gevolgd door het vak Sociale Ongelijkheid 2 in periode 5, en sluit
af in periode 6 met Project 2: Opdrachtonderzoek.

De cursus bestaat uit een collegereeks en een projectdeel waarin je de
eerste stappen zet voor succesvolle afronding van Project 2.
Onderstaande tekst bestrijkt alleen het collegedeel. De inhoud,
leerdoelen en opzet van het projectdeel kun je vinden in de
studiegidstekst en cursushandleiding van Project 2: Opdrachtonderzoek.

Aanbevolen voorkennis

Actieve deelname aan alle cursussen in periode 1 t/m 3