Literary Revolutions 1720-1920

2018-2019
This course is offered in Dutch. Some of the descriptions may therefore only be available in Dutch.

Course Objective

Het doel van deze cursus is tweeledig: enerzijds verwerven studenten
kennis van de Nederlandse literatuurgeschiedenis (literaire stromingen,
concepten, auteurs, tijdschriften, literaire werken, jaartallen,
cultuurhistorische achtergronden etc.), anderzijds leren studenten ook
te reflecteren op deze kennis: zij laten zien dat ze verbanden kunnen
leggen tussen literair-historische begrippen onderling en deze begrippen
kunnen relativeren. Na het volgen van deze cursus is de student in staat
de gelezen teksten op basis van hun formele en thematische kenmerken te
typeren, tegen hun cultuurhistorische, institutionele en
maatschappelijke achtergrond te plaatsen en in verband te brengen met
een theoretisch begrip als 'poëtica'.

Course Content

De periode 1720-1920 werd gekenmerkt door politieke revoluties (zoals de
Franse revolutie (1789), de Bataafse Revolutie (1794-1799), de Belgische
Opstand (1830), de Russische Revolutie (1917)) en de industriële
revolutie (de 'IJzeren Eeuw'). Ook op literair gebied vonden er
revoluties plaats, van schrijvende vrouwen in de achttiende eeuw en de
innovatie van het sensitivisme aan het eind van de negentiende eeuw tot
de elkaar snel afwisselende avant-gardebewegingen in de twintigste eeuw.
Deze cursus biedt een chronologisch overzicht van de belangrijkste
periodes en richtingen die binnen de traditionele
literatuurgeschiedschrijving voor het tijdvak 1720-1920 worden
onderscheiden. Periodiseren en categoriseren is echter niet
onproblematisch. Dit hangt immers altijd samen met specifieke
uitgangspunten en selectiecriteria. In deze cursus zal daarom tevens
aandacht worden besteed aan enkele vooronderstellingen van de
literatuurgeschiedschrijving zelf. Meer precies verwerft de student
tijdens deze cursus kennis van en inzicht in: enkele distinctieve
formele en thematische kenmerken van een aantal romans, verhalen en
gedichten; een aantal traditionele literair-historische concepten en hun
karakteristieken ('verlichting', 'romantiek', 'realisme', 'Tachtigers',
'naturalisme', 'symbolisme', 'historische avant-garde', 'modernisme')
afzonderlijk en in onderlinge samenhang; de cultuurhistorische,
maatschappelijke en institutionele achtergronden die met deze tendensen
in verband kunnen worden gebracht; de waarde c.q. bruikbaarheid van
tendensen en concepten in de praktijk van de hedendaagse
literatuurgeschiedschrijving; een aantal wetenschappelijke beschouwingen
over de specifieke tendensen en/of de betreffende literaire teksten.

Teaching Methods

Hoor- en werkcolleges (in totaal zes uur per week). Elke week zijn er
twee bijeenkomsten: een hoorcollege en werkcollege/ practicum
‘met de tekst op tafel’. In de hoorcolleges geeft de docent een
inleiding bij het literair-historisch concept/ de literair-historische
tendensen van de betreffende week, onder voortdurende verwijzing naar de
bijbehorende primaire en secundaire teksten. Hoewel het accent bij de
Nederlandstalige literatuur ligt, besteedt de docent daarbij aan de hand
van concrete voorbeelden ook regelmatig aandacht aan de wijze waarop
nationale ontwikkelingen kunnen worden gerelateerd aan Europese
tendensen. Tijdens de werkcolleges wordt uitgebreid ingegaan op de te
lezen literaire teksten en zijn vooral de studenten aan het woord. Ter
voorbereiding en ter structurering van de discussie dienen studenten
schriftelijk een aantal vragen te beantwoorden die vooraf op Canvas
worden geplaatst. De antwoorden moeten meegenomen worden naar het
college.

Method of Assessment

Schriftelijk tentamen (60%), essay-opdracht (20%), mondelinge
presentatie (20%). Alle onderdelen moeten voldoende zijn (minimaal 5,5).

Literature

Inger Leemans en Gert-Jan Johannes, Worm en donder. Geschiedenis van de
Nederlandse literatuur 1700-1800 (Amsterdam 2013);
Wim van den Berg en Piet Couttenier, Alles is taal geworden.
Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900 (Amsterdam 2009);
Jacqueline Bel, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse
literatuur 1900-1945. (Amsterdam 2015).
De overige literatuur staat per college gespecificeerd in de
studiehandleiding.

Target Audience

2e jaars bachelor Literatuur en samenleving: Nederlands

Additional Information

Deze module is een verplicht vak in het tweede jaar. Met betrekking tot
de aanwezigheidsplicht geldt: Je mag één keer verzuimen zonder dat dit
consequenties heeft; wie tweemaal verzuimt, krijgt een aanvullende
opdracht, wie driemaal verzuimt, moet het college volgend jaar overdoen.
Van de studenten wordt actieve deelname verwacht. Een verplichte
excursie naar het Letterkundig Museum in Den Haag maakt deel uit van
deze cursus.

Recommended background knowledge

Van deelnemers wordt verwacht dat ze de volgende vakken uit het eerste
jaar gevolgd hebben: Literaire analyse; Nederlandse literatuur in
perspectief 1 en 2.

General Information

Course Code L_NABALES203
Credits 6 EC
Period P2
Course Level 200
Language of Tuition Dutch
Faculty Faculty of Humanities
Course Coordinator prof. dr. J.H.C. Bel
Examiner prof. dr. J.H.C. Bel
Teaching Staff prof. dr. J.H.C. Bel
dr. P.H. Moser

Practical Information

You need to register for this course yourself

Last-minute registration is available for this course.

Teaching Methods Seminar, Lecture, Practical
Target audiences

This course is also available as: