Good Governance

2019-2020
This course is offered in Dutch. Some of the descriptions may therefore only be available in Dutch.

Course Objective

Dit seminar heeft als leerdoelen:
1. Studenten kennen enkele wetenschappelijke kernpublicaties over goed
bestuur met een focus op de rol van publieke waarde(n) (Public Value
Management & Public Values benaderingen), en kunnen deze op
wetenschappelijke wijze toepassen op de praktijk van besturen.
2. Studenten hebben kennis gemaakt met de wijze waarop in de
beroepspraktijk van het openbaar bestuur wordt omgegaan met dilemma’s
rondom de vraag wat Goed Bestuur is of zou moeten zijn.
3. Studenten hebben kennis gemaakt met filosofische teksten over Goed
Bestuur en kunnen op rudimentaire wijze verschillende posities met
elkaar vergelijken.
4. Studenten zijn in staat om de in deze cursus gepresenteerde inzichten
uit praktijk, wetenschap en filosofie met elkaar te verbinden,
verschillen en overeenkomsten aan te geven.
5. Studenten zijn in staat om, met behulp van opgedane kennis over hoe
‘goed bestuur’ wordt begrepen en toegepast in praktijk, wetenschap en
filosofie, hun eigen ideeën over wat goed bestuur zou moeten zijn
gedistantieerd te beschouwen;
6. en kunnen en willen zonder vooringenomenheid, genuanceerd en met
kritische distantie de oordelen van anderen over de kwaliteit van
bestuur bezien.

Course Content

Iedere bestuurslogica, ieder bestuursmodel en iedere bestuurstheorie
kent een normatieve of morele basis; een idee over hoe een ‘goede’
samenleving eruit zou moeten zijn, een idee over wat een goede manier
van besturen is. Deze morele uitgangspunten liggen bij sommige theorieën
evident aan de oppervlakte, denk bijvoorbeeld aan het Marxisme. In de
meeste gevallen worden dit soort uitgangspunten echter niet expliciet
benoemd.

Auteurs als Frank Fisher en Michel Foucault roepen ons dan ook op, om
juist op zoek te gaan naar dit soort normatieve veronderstellingen. En
dat is precies wat we in dit vak gaan doen. We gaan verkennen wat voor
antwoorden er worden geformuleerd op de vraag wat ‘goed‘ is, en wat voor
consequenties dat kan hebben voor het besturen van de samenleving en
voor de bestuurders zelf. Achterhalen wat er achter mogelijk moreel
neutrale
gepresenteerde opvattingen en ideeën schuil gaat, is daarbij het
uitgangspunt.
We gaan kijken in hoeverre antwoorden uit verschillende velden (de
praktijk, de bestuurswetenschap, en filosofie) zich tot elkaar
verhouden als het gaat om een antwoord formuleren op de vraag wat goed
besturen en de Goede Bestuurder nu eigenlijk in kan houden.

Om in kaart te brengen hoe ‘de praktijk’ hierover denkt, gebruiken we
een tweetal Collegetour-achtige zaalinterviews, waarin een spreker uit
de praktijk na een hoorcollege over zijn opvattingen over bestuur, door
de studenten kritisch bevraagd gaat worden. De andere twee invalshoeken
komen in de literatuur en hoorcolleges naar voren. De ondersteunende
werkgroepen dienen om vervolgens al pratend en discussiërend de
studenten verder op weg te helpen met het begrijpen van de impliciete
morele uitgangspunten van de drie invalshoeken. In het paper dat als
toetsing voor deze cursus dient, wordt studenten niet alleen gevraagd
perspectieven in detail met elkaar te vergelijken, maar ook tot een
formulering van een eigen opvattingen over goed bestuur te komen.

Teaching Methods

Werkgroepen en hoorcolleges

Method of Assessment

paper

Literature

nog niet bekend

General Information

Course Code S_GBvt
Credits 6 EC
Period P3
Course Level 500
Language of Tuition Dutch
Faculty Faculty of Social Sciences
Course Coordinator prof. dr. G. de Graaf
Examiner prof. dr. G. de Graaf
Teaching Staff R.M. Anholt
prof. dr. G. de Graaf

Practical Information

You need to register for this course yourself

Teaching Methods Lecture, Study Group