Gespreksadvies versus gesprekspraktijk

2018-2019

Doel vak

Kennis en inzicht verwerven in de status en houdbaarheid van
gespreksadviezen over professionele face-to-face en digitale
(bv chat-)interactie in organisaties en hoe die
adviezen zich verhouden tot de concrete, reële interactie in
die organisaties. Je leert in dit vak je kennis en inzicht toe te passen
door praktijkadviezen kritisch te evalueren en te toetsen aan de
realiteit en
je kunt ze op grond daarvan corrigeren, aanvullen en nuanceren.

Inhoud vak

Om een verdachte aan het praten te krijgen, stel je hem/haar open
vragen.
Je begint een medisch diagnosegesprek met het slechte nieuws. Dit zijn
enkele standaardadviezen over interactie die in handleidingen
gepresenteerd worden als feitelijk, juist en effectief. Maar waar komen
deze adviezen vandaan en hoe verhouden ze zich tot de gang van zaken in
de praktische interactie zelf? Wat is de zin en onzin van deze adviezen
en hoe krijg je een verdachte in de realiteit aan de praat of hoe gaat
een medisch slechtnieuwsgesprek in werkelijkheid? Hoe werkbaar zijn de
bestaande adviezen en hoe zou je ze kunnen verbeteren of preciezer maken
en formuleren? Hoe word je kortom: een 'betere' adviseur?
Welke professionele interactie centraal staat, wisselt per jaar.
Interacties die eerder centraal stonden waren sollicitatiegesprekken
en gesprekken in de verslavingszorg.

Onderwijsvorm

2 x 2 uur college per week (hoorcolleges, werkcolleges).

Toetsvorm

Vier tussentijdse opdrachten en een eindwerkstuk. De 4 opdrachten zijn:
een dossieropdracht waarin verslag wordt gedaan van de thematieken,
praktijken en uitgangspunten van door de student verzamelde praktische
adviesliteratuur; een essayopdracht waarin de samenhang geschetst wordt
van gelezen artikelen over Conversatieanalytische adviesstudies; een
opdracht om een datasessie voor te bereiden en te leiden met als doel
een 'fenomeen' vast te stellen waarover de eindopdracht zal gaan; een
opdracht waarbinnen een fragmenten-collectie samengesteld wordt van het
te onderzoeken fenomeen. De 4 opdrachten tellen ieder voor 15% mee
(samen 60%). De eindopdracht bestaat uit een werkstuk waarin de
inzichten van de collectiestudie gekoppeld worden aan de
adviesliteratuur (opdracht 1) en de theoretische adviesliteratuur
(essayopdracht 2). De eindopdracht telt voor 40% mee en moet voldoende
zijn.

Vereiste voorkennis

Tweedejaarsvakken van het profiel Talen en Organisaties,
m.n. Communicatie en Interactie en Interactie in Organisaties.

Literatuur

Wordt nog nader ingevuld afhankelijk van topic dat centraal staat.
Artikelen.

Doelgroep

Derdejaarsstudenten CIW, afstudeerrichting Communicatie in Organisaties
binnen het profiel Talen en Organisaties.

Overige informatie

Deze module is een verplicht vak in het derde jaar van de
afstudeerrichting Communicatie in Organisaties.
Er geldt een verplichte aanwezigheid.

Algemene informatie

Vakcode L_NCBACIW309
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator drs. M.C.G. Schasfoort
Examinator drs. M.C.G. Schasfoort
Docenten drs. M.C.G. Schasfoort
dr. J.M.W.J. Lamerichs

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: