Ondernemerschap en innovatie, een relationeel perspectief

2018-2019

Doel vak

Je ontwikkelt kennis van en inzicht over ondernemerschap en innovatie
vanuit theoretische perspectieven waarin samenwerking, netwerken en
inbedding centraal staan en leert een verband te leggen tussen de
theorie en praktijk op dit gebied. De concrete leerdoelen van dit vak
zijn als volgt geformuleerd:

Na afloop van dit vak heb je kennis en inzicht verworven over:
• ondernemerschap, innovatie, netwerken en sociaal kapitaal
• gehanteerde onderzoeksmethoden in deze domeinen

Ben je in staat om:
• een verband te leggen tussen bovenstaande theorieën en de praktijk van
ondernemerschap en innovatie
• op basis van interviews met daadwerkelijke ondernemers over een
praktijkprobleem t.a.v. ondernemerschap en innovatie, onderzoekbare
vragen te formuleren
• relevante theoretische concepten te operationaliseren voor
(kleinschalig) empirisch onderzoek
• onderzoeksmateriaal te analyseren aan de hand van ontwikkelde
operationalisaties
• mondeling en schriftelijk te rapporteren over de toepasbaarheid
van relationeel onderzoek op de uitdaging van innovatie en
ondernemerschap (organisationele vernieuwing)

Inhoud vak

In dit vak wordt aandacht besteed aan hedendaagse vraagstukken met
betrekking tot vernieuwing van en in organisaties vanuit een
netwerk perspectief. Dit betekent dat we zullen kijken naar hoe
ondernemerschap en innovatie beïnvloed worden door de aard en inhoud
van de netwerken waarin deze organisaties zijn ingebed en de relaties
die medewerkers onderling ontwikkelen. Ondernemerschap wordt hier gezien
als het benutten van kansen ongeacht de beschikbare middelen door middel
van proactief en innovatief gedrag en het nemen van risico’s. Innovatie
wordt hier gezien als het ontwikkelen van combinaties die als nieuw
(novel) worden gezien voor de organisatie en de markt waarin deze
organisatie actief is. Een belangrijk aandachtspunt in het vak vormt de
vertaling van theorie naar praktijk en vice versa. Dit betekent dat bij
het bespreken van wetenschappelijke literatuur steeds de vraag zal
worden gesteld wat de beschreven bevindingen betekenen voor bestaande en
nieuwe organisatie. Maar ook dat we zullen kijken welk onderzoek nodig
is om ondernemers en werknemers te ondersteunen bij hun ondernemende en
innovatieve processen en hoe dergelijk onderzoek vorm gegeven kan
worden.

Onderwijsvorm

Het vak bestaat uit drie delen.
Het eerste deel bestaat uit een serie werkgroepen waarin de verplichte
literatuur wordt besproken.
Studenten dienen ter voorbereiding op deze colleges de verplichte
literatuur
grondig te bestuderen en (wisselend per bijeenkomst) een korte en
bondige (max 1 A4 per artikel) parafrase te schrijven waarbij de nadruk
ligt op het bespreken van de kernconcepten en de koppeling tussen
probleem en gehanteerde methode, of wel zich voor te bereiden op een
korte multiple-choicetoets over de literatuur. De bijbehorende
deeltoetsen dragen voor 40% mee in het eindcijfer (eerste kans).
Het tweede deel bestaat uit (de voorbereiding van) een kleinschalig
onderzoek en omvat een interview met een ondernemer uit het veld. In dit
interview wordt
een praktijkprobleem met betrekking tot ondernemerschap
en innovatie vanuit een relationeel perspectief verkend. Vervolgens
wordt in werkgroepen
de vertaling gemaakt van het geïdentificeerde praktijkprobleem naar een
onderzoekbare vraag en de operationalisering van relevante concepten.
In een tweede interview binnen dezelfde dan wel een
vergelijkbare organisatie wordt de operationalisatie getoetst. De
bijbehorende deeltoetsen dragen voor 30% mee aan het eindcijfer (eerste
kans).
Het derde deel wordt uitgevoerd in groepsverband en bestaat uit een
uitvoeren van een pilot studie van het voorgestelde onderzoeksplan
hetgeen
verwerkt moet worden in een verbeterde versie van het onderzoeksplan.
Daarnaast moet ieder studententeam in een werkgroep een presentatie over
het onderzoeksplan geven.
Het finale onderzoeksplan en de bijbehorende
presentatie tellen voor 30% mee aan het eindcijfer (eerste kans).
Serieuze deelname aan alle indviduele deeltoetsen is verplicht voor
toegang tot de groepsopdracht. Studenten die, ongeacht de reden, een of
meerdere deeltoetsen hebben gemist mogen de groepsopdracht enkel
individueel uitvoeren.

Toetsvorm

De toetsing is aan de hand van individuele en groepsopdrachten. De
cijfers voor de deeltoetsen zijn onderling compenseerbaar en vormen
gezamenlijk het eindcijfer voor het vak (eerste kans). Het is niet
mogelijk om een of meerdere deeltoetsen afzonderlijk te herkansen. De
herkansing voor dit vak bestaat uit een individuele onderzoeksopdracht
met bijbehorend verslag die alle deelcijfers behaald tijdens de eerste
ronde voor dit vak vervangt.

Vereiste voorkennis

Deelname aan Organization Sciences (S_OS).

Literatuur

Recente wetenschappelijke artikelen – de lijst met verplichte
literatuur wordt via canvas bekend gemaakt.

Doelgroep

Master studenten BCO.

Overige informatie

Van studenten wordt verwacht dat zij bekend zijn met de cyclus van
empirisch
onderzoek en in staat zijn een betoog te schrijven op basis van de
wetenschappelijke literatuur.
Daarnaast zullen studenten zelf toegang moeten organiseren tot een
organisatie waar zij 1 of 2 interviews kunnen uitvoeren. De docent zal
hierbij uiteraard wel adviseren.

Afwijkende intekenprocedure

Bij dit vak kun je niet zelf intekenen voor de werkgroep, maar word je ingedeeld door de vakcoördinator. Je ziet te zijner tijd in je persoonlijk rooster in VUnet in welke werkgroep je ingedeeld bent. NB je moet wel intekenen voor het vak met de overige bijbehorende vakonderdelen!

Algemene informatie

Vakcode S_OIRP
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 600
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator
Examinator
Docenten E. Biersteker LLM MSc
prof. dr. P.C. van der Sijde

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.