Geologie van Nederland

2019-2020

Doel vak

Basale kennis van de Nederlandse ondergrond hoort bij een afgestudeerde
aardwetenschapper aanwezig te zijn. Een student aardwetenschappen moet
standpunten in het maatschappelijke debat kunnen onderbouwen met
feitenkennis over de opbouw van de ondergrond en moet de verschillende
invalshoeken van deze discussies kunnen begrijpen. Om goed kennis te
maken met de Nederlandse ondergrond en dat ook te laten beklijven is het
van belang om naast het leren van feiten uit het boek "Geologie van
Nederland", ook daadwerkelijk wat te doen met de theorie. Tijdens een
practicum, maak je een eigen geologische interpretatie aan de hand van
boorkernen en presenteer je de inzichten van de geologische context in
detail. Verder woon je een gastlezing bij over een maatschappelijk
onderwerp gerelateerd aan de Nederlandse ondergrond en/of het gebruik
ervan.

Inhoud vak

Na de cursus kan je:
1. de algemene opbouw van de Nederlandse ondergrond beschrijven
2. de verschillende geologische groepen benoemen en in de tijd plaatsen
3. uitleg geven over invloed van klimaat en (plaat)tektoniek op de
ontstaansgeschiedenis van deze groepen
4. de opeenvolging van de geologische groepen afleiden uit
seismische/geologische profielen.
5. de afzettingsmilieus kunnen interpreteren aan de hand van boorkernen
6. een actueel overzicht gegeven van de mogelijkheden van geothermie,
schaliegas, CO2 opslag, olie- en gaswinning
7. een standpunt innemen in het maatschappelijk debat over
aardwetenschappelijke kwesties zoals de gaswinning van het
Groningerveld.

Onderwijsvorm

Het vak bestaat uit een serie hoorcolleges en een gastlezing over een
actueel onderwerp. Daarnaast is er een practicum met boorkernen op een
externe locatie en geven de deelnemers korte mondelinge presentaties
over de resultaten van het practicum en plaatsen die in een geologische
context

Toetsvorm

Over de opgegeven hoofdstukken, artikelen en hoorcolleges wordt een
schriftelijk tentamen gegeven. Dit bepaalt 75% van het eindcijfer. Het
tentamen moet met een voldoende worden afgerond om te slagen voor deze
cursus. De presentatie behorend bij het
boorkernpracticum bepaalt de rest van het cijfer.

Vereiste voorkennis

Systeem Aarde voor de geologische processen en het Ardennen veldwerk
voor opbouw Paleozoïcum en opbouw Europa. Daarnaast ken je de
geologische periodes en hun opeenvolging (Cambrium, Ordovicium etc..)
uit je hoofd!

Literatuur

Verplichte literatuur is het boek: Geology of the Netherlands, van Theo
Wong, Dick Batjes en Jan de Jager. ISBN 978-90-6984-481-7, vaak ook
tweedehands en te downloaden als pdf via Canvas.

Het is van groot belang om de opgegeven hoofdstukken voor het
betreffende college gelezen te hebben: voor het tentamen. Voor ieder
college is een leeswijzer, waarin de belangrijkste delen van de tekst
worden aangewezen. Daarnaast wordt er extra studiemateriaal aangeboden
via Canvas.

Algemene informatie

Vakcode AB_1119
Studiepunten 3 EC
Periode P2, P6
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Bètawetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. K.F. Kuiper
Examinator prof. dr. K.F. Kuiper
Docenten prof. dr. K.F. Kuiper

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege, Practicum
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: