Ecologisch veldonderzoek

2019-2020

Doel vak

• planten en dieren indelen op basis van morfologische kenmerken
• de samenhang tussen geomorfologie, microklimaat, bodemtype en het
voorkomen van soorten omschrijven
• het begrip indicatorsoort omschrijven en voorbeelden van
indicatorsoorten noemen
• de invloed van de mens op het voorkomen van indicatorsoorten
kunnen noemen
• determinatiesleutels gebruiken om planten en dieren op naam te
brengen
• zelfstandig waterkwaliteit beoordelen aan de hand van
macrofaunabemonstering
• de belangrijkste plantenfamilies herkennen
• de belangrijkste orden en families van Arthropoda herkennen
• geomorfologische elementen in het landschap herkennen
• inventarisatie- en monitoringsmethoden selecteren en hanteren
• In teamverband praktische en theoretische aspecten van
diversiteit en ecologisch veldwerk aanpakken en er efficiënt over
rapporteren.

Inhoud vak

Het praktijkgedeelte in de cursus is vooral een vaardigheidsonderdeel.
Je leert in dit deel van de cursus planten en dieren op naam brengen en
de belangrijkste plantenfamilies en klassen, orden en genera van
ongewervelden herkennen. Dit is voor een (veld)ecoloog van groot belang.
Tijdens het practicum zul je aan de hand van determinatietabellen leren
planten en ongewervelden (vooral insecten) in families in te delen.
Gewapend met deze kennis kun je in het veld aan te treffen of gevangen
soorten herkennen. De gewervelden komen tijdens werkcolleges, de
excursies en de veldweek aan bod.
De invloed van het milieu op het voorkomen van soorten wordt in het veld
gedemonstreerd aan de hand van excursies naar verschillende ecosystemen,
o.a. de duinen, laagveen, uiterwaarden, bossen op stuwwallen en
vencomplexen in dekzanden. Doorlopend, en in het bijzonder tijdens de
veldweek in Millingen (nabij Nijmegen) worden o.a. mini-onderzoekjes
uitgevoerd met hetzelfde doel, en tevens om het herkennen van planten en
dieren echt "in de vingers" te krijgen. Door de organismen in hun
natuurlijk leefgebied te bekijken krijg je inzicht in de relatie tussen
de geomorfologie, bodem en hydrologie van het ecosysteem en de daarin
voorkomende soorten en de invloed van de mens op deze relaties. Tevens
is dit een goede manier om soortenkennis op te bouwen. De kennis die je
tijdens de colleges, de practica en de veldexcursies hebt opgedaan zul
je goed kunnen gebruiken in een ecologische stage met veldwerk.
Tijdens de excursies worden de belangrijkste plantengeografische
districten aangedaan, die ieder een voor hen kenmerkende flora en fauna
hebben. Het feit dat Nederland ingedeeld kan worden in deze
plantengeografische districten hangt nauw samen met verschillen in de
kwartair-geologische opbouw van deze landschappen. Deze opbouw bepaalt
voor een groot deel de bodem- (aanwezigheid en beschikbaarheid van
nutriënten en de korrelgrootte) en de hydrologische eigenschappen van
een bepaald gebied. De opdrachten die je tijdens de cursus maakt gaan
over de samenhang tussen de geomorfologie van het landschap en hun flora
en fauna.
Tijdens de excursies proberen we via kleine experimenten iets te weten
te komen over de waterkwaliteit in de betreffende gebieden d.m.v. EC-
metingen (EC = elektro-conductiviteit) en pH-metingen. Tevens zul je
zien dat hoe meer geomorfologische elementen een landschap herbergt (bv.
stuwwallen, beekdalen, rivierduinen) des te groter de soortendiversiteit
is.

Onderwijsvorm

• Hoorcolleges, lezingen, nabesprekingen (11 uur, in de ochtend.
Vaste en gastdocenten)
• Practicum (20 uur, 6 middagen)
• Excursies (20 uur, 3 hele dagen en 1 middag)
• Veldweek (3 hele dagen)
• Verwerking leerstof (17 uur)
• Voorbereiding presentatie en voorbereiding tentamen (32 uur, 3-4
hele dagen)
• Opdrachten (14 uur)

Toetsvorm

- presentatie veldopdracht
- herkenning planten en dieren
- determineren plant en dier
- schriftelijk tentamen relatie soort-landschap

Algemene informatie

Vakcode AB_1238
Studiepunten 6 EC
Periode P6
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Bètawetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. M.P. Berg
Examinator prof. dr. M.P. Berg
Docenten prof. dr. J.H.C. Cornelissen

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Excursie, Veldwerk, Practicum
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: