Toegepaste ethiek in pastoraal perspectief

2019-2020

Doel vak

-De student heeft inzicht in het narratieve karakter van
identiteitsontwikkeling en de betekenis van dat narratieve karakter en
van levensverhalen voor de communicatie en interactie in het pastoraat.
-De student is in staat het inzicht in het narratieve karakter van de
identiteitsontwikkeling aan te wenden in de pastorale gespreksvoering.
-De student is zich bewust van de eigen overtuigingen, normen en
waarden, in het bijzonder met betrekking tot de eigen rol als
voorganger/pastor – en is in staat die te expliciteren in relatie tot
het eigen narratief.
-De student heeft kennis van de belangrijkste principes en
uitgangspunten in de medische ethiek.
-De student heeft kennis van en inzicht in de actuele vraagstukken in de
medische ethiek in maatschappelijk perspectief.
-De student verwoordt de eigen overtuiging met betrekking tot actuele
medische ethische vraagstukken in het licht van de aangereikte medisch
ethische en theologische literatuur.
-De student is in staat in de dialoog over medisch-ethische vraagstukken
in de pastorale context het narratief van de gesprekspartner te
verdisconteren.
-De student heeft inzicht in morele vraagstukken met betrekking op vrede
en heelheid van de schepping in relatie tot de gemeente, zoals de vraag
naar het dienen van de krijgsmacht in verhouding tot het lidmaatschap
van de doopsgezinde gemeente.
-De student is in staat om een moreel standpunt te verwoorden ten
aanzien van actuele maatschappelijke vraagstukken, met inachtneming van
het narratief van de gemeente.

Inhoud vak

In de ontmoeting tussen voorganger/pastor en gemeente nemen betrokken
allemaal hun verhaal mee. Niet alleen de pastorant of de gemeente, maar
ook de voorganger/pastor heeft een levensverhaal dat zijn of haar
houding mede bepaalt en dat mede zijn of haar overtuigingen, normen en
waarden inhoud heeft gegeven en blijft geven. Voor de voorganger/pastor
is het van belang zich bewust te zijn van die eigen overtuigingen,
normen en waarden en inzicht te krijgen in de wijze waarop die de
communicatie en interactie met anderen – primair de gemeente en de
individuele pastorant, maar evenzeer de ‘wereld buiten de gemeente’ –
beïnvloedt en vorm geeft. De veronderstelde gemeentelijke context is die
van een doopsgezinde gemeente, hetgeen betekent dat verschillende
vraagstukken specifiek vanuit een doperse context zullen worden benaderd
en dat wordt ingegaan op morele vraagstukken die eigen zijn aan die
context.

In deze module kijken naar het pastoraat als een discipline waarin het
narratief centraal staat, het narratief van de pastorant, het narratief
van de gemeente, maar tevens het narratief van de omringende wereld.
Welke overtuigingen, normen en waarden staan daarin centraal? Welke
gebeurtenissen hebben die overtuigingen gevormd? En hoe zit dat met de
voorganger/pastor zelf?

De module spitst zich toe op de morele vragen die hierbij aan de orde
komen. Om te beginnen zullen we ingaan op de moraal van de
voorganger/pastor en de vraag naar de beroepsethiek van de pastor. Wat
maakt een voorganger/pastor tot een ‘goede’ voorganger/pastor in morele
zin – en gelden er voor de voorganger/pastor andere normen dan voor
anderen in de gemeente? Daarnaast zullen we ingaan een aantal de morele
vraagstukken waar de voorganger/pastor mee te maken kan krijgen in de
beroepsuitoefening, in het bijzonder vraagstukken rond het begin en het
einde van het leven. Tot slot zal worden ingegaan op een aantal andere
morele vraagstukken die relevant kunnen zijn in de context van de
(doopsgezinde) gemeente, in het bijzonder met betrekking tot
vredesvraagstukken.

Onderwijsvorm

De module wordt aangeboden in de vorm van hoor- en werkcolleges, waarbij
de student verscheidene malen verbatims van gevoerde pastorale
gesprekken of van bijeenkomsten in gemeenteverband aanlevert als
werkmateriaal.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen.

Vereiste voorkennis

De student wordt verondersteld de module inleiding in de doperse ethiek
– G_BETHDS – met goed gevolg te hebben afgerond.

Literatuur

-Jacques Schenderling. Beroepsethiek voor pastores. Budel: Damon, 2008.
ISBN 978 90 5573 581 9.
-Ruard Ganzevoort & Jan Visser. Zorg voor het verhaal: Achtergrond,
methode en inhoud van de pastorale begeleiding. Zoetermeer: Meinema,
2007. ISBN 978 90 211 4154 1.
-Literatuur op het terrein van medische ethiek wordt later bekend
gemaakt.
-Aanvullende artikelen worden later bekend gemaakt of beschikbaar
gesteld via een reader.

Doelgroep

Deze module richt zich in eerste instantie op studenten die staan
ingeschreven aan het doopsgezind seminarium. Overige studenten wordt
verzocht over deelname eerst contact op te nemen met de vakcoördinator.

Overige informatie

Bij een beperkt aantal deelnemers kan de module worden aangeboden in de
vorm van een tutorial. In overleg met de vakcoördinator kan dan worden
gekozen voor afwijkende collegetijden.

Algemene informatie

Vakcode G_DSPAST
Studiepunten 6 EC
Periode P5
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit Religie en Theologie
Vakcoördinator drs. F.Y. van Hulst
Examinator drs. F.Y. van Hulst
Docenten drs. F.Y. van Hulst

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: