Oosterse Filosofie: Focus op kerndebatten

2019-2020

Doel vak

De student:
• kent en begrijpt de kerndebatten binnen de klassieke Indiase,
klassieke Chinese en moderne Japanse wijsbegeerte en kan de fundamentele
inzichten ervan in bronteksten aanwijzen en ze in eigen woorden
bespreken in relatie tot elkaar en in relatie tot de eigen levensvisie;
kan de teksten gebruiken in het opzetten van een eigen dialogische
argumentatie binnen de verschillende denkkaders
• kent en begrijpt enkele twee voorwaardenvragen omtrent het verstaan
van ‘Oosterse’ teksten, namelijk a) de vraag naar onze toegang tot de
tekst, in relatie tot het debat over oriëntalisme, en b) de vraag naar
de Aziatische bijdrages aan het project en de traditie van de
philosophia zoals dat 7 eeuwen BCE aan de Ionische kust begon en later
in contrast met de theologie ontwikkelde.

Inhoud vak

Dit vak beslaat de kerndebatten in de Aziatische Wijsbegeerte.

India: Wij duiken in detail in het gesprek tussen diverse hindoedenkers
over de aard van het zelf (atman) in relatie tot God (Brahman, moksa) en
wereld (Brahman, Dharma, karma). Dat betreft het probleem waar men mee
worstelt. Welke problemen ziet men niet? Met andere woorden, welke
veronderstellingen heeft men? Die beroemde uitspraak uit de
hindoe-geschriften, Tat tvam asi ('Dat zijt gij'), wat betekent dat
eigenlijk? En hoe verhoudt zich dit kosmische inzicht tot de sociale
verdeling van de mensheid in een hiërarchie van soorten mensen? En
waarom eigenlijk? En welke kenbronnen en argumenten gelden in de tekst
en hoe zijn deze te beoordelen op hun validiteit?

China: Wij behandelen de klassieke discussie tussen Confucianistische
denkers over de goede of slechte natuur van de mens. Is de mens nu goed
of slecht, en wat dacht Confucius er zelf over? Op de achtergrond speelt
een tweede klassieke discussie, die tussen Confucianisme en Daoïsme: is
de mens beter af bij leren en cultiveren of bij afleren en
doen-door-niet-doen? En waarom eigenlijk? Dat betreft het probleem waar
men mee worstelt. Welke problemen ziet men niet? Met andere woorden,
welke veronderstellingen heeft men? En welke kenbronnen en argumenten
gelden in de tekst en hoe zijn deze te beoordelen op hun validiteit?

Japan: Wij behandelen een modern kernthema in de Japanse filosofie,
namelijk de relatie ‘tussen Oost en West’ en 'Leegte en 'Zijn en God'
aan de hand van de Kyotoschooldenkers. Wij duiken terug in een 20e
eeuwse discussie, die nu niet meer in die globale termen gevoerd wordt
in de academie, maar wel in publiek domein grote invloed heeft. Waarin
verschillen de "soorten denken" van "Oost en West" (lees: Japan en
Europa/de VS) eigenlijk? Is het mogelijk om de kloof tussen "Oost en
West" in de filosofie te dichten? Ook contextualiseren wij dit denken.
Hoe speelt de geschiedenis van Japan -eerste twee eeuwen afgezonderd,
daarna op weg naar suprematie in Azie, met alle wreedheid van dien- hier
een rol in?

Onderwijsvorm

De colleges zijn interactief, een mengvorm tussen hoor- en werkcollege.

Toetsvorm

Drie schrijfopdrachten, over elk kerndebat een schrijfopdracht, elk 20%
van het cijfer.
Eindpaper inclusief beschouwing over de voorwaardenvragen, 40%.

NB. Let op: de inspanning voor deze module ligt tijdens de korte
periode. Elke week lever je een paper in, en je geeft peerreview op de
papers van anderen. Zie verder de tentamenhandleiding. Er is geen
uitstel mogelijk, maar als het niet lukt kun je het bij het tentamen
inleveren. Dan mis je echter het stap voor stap leerproces via feedback.

Vereiste voorkennis

Module Geschiedenis van de westerse filosofie (G_GESWFIL);
module Comparatieve Godsdienstfilosofie (G_CGODSFIL).

Filosofiestudenten zijn zonder verdere ingangseis welkom.

Literatuur

Verplicht:
Jan Bor (red.), 25 Eeuwen Oosterse Wijsbegeerte. Amsterdam: Boom, 2003
(elke druk is goed), cap.sel.: teksten China. Sarvepalli Radhakrishnan
and Charles A. Moore, A Sourcebook to Indian Philosophy, Princeton:
Princeton University Press, 1967, (elke druk is goed), cap.sel.: teksten
Ramanuja en Sankara. Religion and Nothingness, Keiji Nishitani, vertaald
door Jan van Bragt 1982, cap.sel. (inzage via docent): Inleiding plus
hoofdstuk Standpoint of Sunyata.
*Overige literatuur via Canvas.

Overige informatie

Let op: Indien er minder dan 5 studenten zijn ingeschreven, wordt dit
een literatuurstudie. In dat geval ligt de focus op het Japanse debat,
waarbij de literatuur wijzigt. Houd canvas in de gaten voor een update.

Aanbevolen voorkennis

Hindoeïsme (G_HINDOEISME); Boeddhisme (G_BOEDD).

Algemene informatie

Vakcode G_OOSTFIL
Studiepunten 6 EC
Periode P5
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit Religie en Theologie
Vakcoördinator dr. L. Minnema
Examinator
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: