Stage

2019-2020

Doel vak

1. Cliënten/patiënten dan wel gemeenteleden al naar gelang de
stage-activiteiten: begeleiden, adviseren, opleiden en/of onderzoeken.
2. Gedegen kennis van en inzicht in de voor de beroepspraktijk relevante
werkinhouden en – processen hebben.
3. Functioneren op verschillende niveaus binnen de organisatie en
ontwikkelen van effectief beleid binnen de organisatie.
4. Een doorleefd normatief kader hebben ontwikkeld met de bijbehorende
(zelf)onderzoekende houding, en in staat te zijn de eigen inspiratie en
visie op het werk te ver(ant)woorden.
5. Onder woorden brengen wat je geleerd hebt en nog moet leren tegen de
achtergrond van de eindtermen op het gebied van de professionele vorming
en beroepsuitoefening en daarbij een relatie leggen met relevante
theorie.
6. Een stageverslag schrijven dat voldoet aan de inhoudelijke eisen.

Inhoud vak

Een stage is een onderwijsperiode waarin je deelneemt aan een
beroepspraktijk buiten het seminarium onder begeleiding en op
verantwoording van een ervaren professional. Je leert veel door actief
mee te doen en bovendien krijg je een goed beeld van waar je staat in je
persoonlijke en professionele ontwikkeling.
De manier van leren in een stage heeft specifieke kenmerken. Het gaat om
praktisch werken in een lopende beroepspraktijk. Je leert dan op twee
manieren: door mee te kijken en door onder begeleiding te werken:
- Meekijken: het leren van een voorbeeld. Je ziet een ervaren
professional, voor en achter de schermen; het interessantste is
misschien nog wel dat je van gedachten kunt wisselen over zijn of haar
aanpak, twijfels, problemen en overtuigingen. Jouw commentaar op de
professional wordt besproken.
- Onder begeleiding werken: het leren door te doen. Je krijgt taken
toevertrouwd, waarbij de professional achteraf met je van gedachten
wisselt over jouw aanpak, twijfels, problemen en overtuigingen.
Een goede stage bevat deze twee elementen in een passende verhouding.
Andere onderwijsvormen hebben wel eens vergelijkbare eigenschappen, maar
nooit allen tegelijk. In het oog lopende kenmerken zijn: een persoonlijk
leerplan, een andere locatie, deelname aan een activiteit van een ander
die ervoor verantwoordelijk blijft. De leerervaringen betreffen niet
alleen praktijk in direct contact met cliënten en opdrachtgevers, maar
ook je functioneren in de context van de betreffende arbeidsorganisatie,
in de positie van medeverantwoordelijke collega: wat breng je mee als
werknemer, als collega, als aankomend lid van een professionele
beroepsgroep?

Onderwijsvorm

Werkvorm is het opdoen van praktijkervaring aan de hand van een
gestructureerde leeromgeving.

Toetsvorm

De stagedocent geeft het uiteindelijke cijfer op grond van drie
deelbeoordelingen.
Ten eerste wordt de praktijk beoordeeld, afgaand op de beoordeling door
de werkbegeleider, de supervisor (niet in alle stages) en het
stageverslag. Hiervoor gelden de leerdoelen 1 t/m 4:
1. cliënten/Patiënten/gemeenteleden, al naar gelang de
stage-activiteiten, te kunnen begeleiden, adviseren, opleiden en/of
onderzoeken.
2. gedegen kennis van en inzicht in de voor de beroepspraktijk relevante
werkinhouden en – processen te hebben.
3. te kunnen functioneren op verschillende niveaus binnen de organisatie
en effectief beleid te ontwikkelen binnen de organisatie
4. een doorleefd normatief kader te hebben ontwikkeld met de
bijbehorende (zelf)onderzoekende houding, en in staat te zijn de eigen
inspiratie en visie op het werk te ver(ant)woorden.

Ten tweede worden leerresultaten beoordeeld:
1. Allereerst in hoeverre de leerdoelen zijn gerealiseerd. Het is van
belang dat je op een aantal leerdoelen vorderingen hebt gemaakt, maar
niet vanzelfsprekend dat je álle doelen bereikt hebt. Je dient in dat
geval wel in je stageverslag aan te geven waar je van doelen hebt
afgezien, wat je niet gelukt is, hoe dat volgens jou komt en in hoeverre
je daar wat aan hebt proberen te doen.
2. Verder wordt ook beoordeeld, indien van toepassing, welke onvoorziene
leerresultaten zijn geboekt. De stagedocent zal bij dit alles ook de
beoordeling door werkbegeleider en supervisor betrekken.
3. Niet alleen worden je vorderingen op zich beoordeeld, maar ook de
manier waarop je ze beschrijft. Een algemeen criterium is daarbij dat je
helder onder woorden kunt brengen wat je hebt geleerd en nog moet leren.

Ten derde wordt de kwaliteit van het stageverslag beoordeeld:
- oorspronkelijke gedachten over de beoefende praktijk;
- de methodiek;
- de organisatorische inbedding of de maatschappelijke context van het
werk;
- verband leggend met discussies en thema’s in het beroepenveld;
- correct gebruik van vaktermen en theoretische begrippen;
- helderheid en leesbaarheid;
- plagiaat.

Alle stages met een cijfer op de schaal van 1 tot 10 beoordeeld.

Vereiste voorkennis

Stage vindt plaats binnen de predikantsmaster van het Doopsgezind
Seminarium.

Literatuur

Verplichte literatuur is dit stagewerkboek. Daarnaast kunnen de
werkbegeleider, de docenten van het seminarium en/of de supervisor extra
literatuur opgeven. Het groots mogelijke leerresultaat bereik je door
ook zelf actief verbindingen te leggen tussen de vakken van het
seminarium en de VU en de stagepraktijk.

Doelgroep

Studenten die de driejarige predikantsmaster volgen aan het Doopsgezind
Seminarium.

Overige informatie

Zie het stagehandbek.

Afwijkende intekenprocedure

Intekenen en goedkeuring stage vindt altijd in nauw overleg met de stagecoördinator plaats.

Toelichting Canvas

Niet van toepassing.

Algemene informatie

Vakcode G_SEMINT1
Studiepunten 18 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit Religie en Theologie
Vakcoördinator drs. A.J. Noord
Examinator
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: