Media en journalistiek: van theorie naar praktijk

2019-2020

Doel vak

1. De student kan wetenschappelijke inzichten uit de media- en
journalistiekwetenschap toepassen bij de productie van eenvoudige
journalistieke en wetenschappelijke producten.
2. De student kan (de eigen) journalistieke ervaring inzetten om
kritische kanttekeningen te plaatsen bij de theorie.
3. De student kan onderzoeksmethoden zoals het interview effectief
inzetten in zowel de journalistieke beroepspraktijk als de wetenschap.
4. De student herkent belangrijke ethische dilemma’s in de
journalistieke praktijk en kan er een antwoord op formuleren.
5. De student kan een eenvoudige journalistieke tekst schrijven, alsmede
een eenvoudige wetenschappelijke tekst en kan schakelen tussen deze twee
verschillende genres.
6. De student is in staat een website te ontwikkelen waarop zowel
journalistieke als wetenschappelijke teksten geïntegreerd gepresenteerd
worden.

Inhoud vak

Tijdens 'Inleiding Media en Journalistiek' (periode 1) heb je kennis
gemaakt met
wetenschappelijke inzichten op het gebied van media en journalistiek,
maar hoe kun je deze inzichten gebruiken in de praktijk? Dat is een van
de vragen waarmee we in deze periode aan de slag gaan. Je verbindt dus
de kennis die je opgedaan hebt in periode 1 tijdens dit vak met de
journalistieke praktijk. Daarbij benaderen we media en journalistiek
vanuit drie verschillende invalshoeken: de inhoud, de productie en het
gebruik. Tijdens dit vak volg je hoorcolleges en voer je met je
medestudenten opdrachten uit die jullie tijdens de werkcolleges
presenteren. In de eerste week kijken we daarbij naar de inhoud van
journalistieke producten. Waarin onderscheidt een journalistieke tekst
zich van andere teksten? We maken hiervoor gebruik van sleutelconcepten
uit de tekstwetenschap zoals taalgebruik, subjectiviteit, objectiviteit,
genre, betekenis en representatie. Journalistieke basisprincipes zoals
goed brongebruik, verificatie en hoor en wederhoor komen ook aan de
orde. In deze eerste week maak je bovendien een begin met de website
voor het webdossier dat je deze periode gaat aanleggen. Tijdens de
tweede week staat de journalistieke productie centraal. Hoe maak je
kwalitatief goede journalistieke producten die kijkers willen zien en
lezen? Welke ethische normen spelen daarbij een rol? Hoe doen
verschillende platforms (print, audio, video, web, apps, tv) ertoe?
Tijdens de derde week hou je je bezig met de gebruiker (het publiek).
Wat is er de laatste tien, vijftien jaar veranderd op het gebied van
nieuwsgebruik en hoe kun je hier onderzoek naar doen waar je als
journalist je voordeel mee doet? Je leert interviewen en daarbij
verschil te maken tussen een journalistiek en een wetenschappelijk
vraaggesprek. In de vierde week rond je het vak af met de samenstelling
van een journalistiek portfolio in de vorm van een webdossier dat je
samen met twee of drie medestudenten maakt. Jullie maken hierbij gebruik
van wetenschappelijke inzichten uit de literatuur en laten zien hoe
jullie deze vertaald hebben naar de journalistieke praktijk. Tot slot
evalueren jullie de gebruikte theorie. Tijdens deze laatste week kijken
we ook vooruit: hoe zou de toekomst van de journalistiek eruit kunnen
zien?

Onderwijsvorm

Hoorcolleges, werkgroepen, practica. Samen 10-11 uur per week.

Toetsvorm

Het eindcijfer voor het vak komt als volgt tot stand:
Webdossier (50% van het eindcijfer) waar je met je redactieteam (3-4
studenten) aan werkt;
Presentatie van het webdossier (10% van het eindcijfer);
Literatuuropdrachten (incl. verwerking van vragen en discussiepunten in
de redactieteams van literatuur; 30% van het eindcijfer);
Essay (10% van het eindcijfer).
Alle deelcijfers moeten minimaal een 5,5 zijn om het vak met een
voldoende te kunnen afsluiten. Een eindcijfer van 5,5 wordt afgerond op
een 6,0.

Vereiste voorkennis

je moet hebben deelgenomen aan het vak Persuasive Communication
(L_AABACIW110).

Literatuur

Wordt nog bekend gemaakt.

Doelgroep

1e jaars studenten bachelor Communicatie- en informatiewetenschappen,
afstudeerrichting Journalistiek

Overige informatie

- Dit is een voltijdvak, wat betekent dat je er 40 uur per week mee
bezig bent.
- Binnen de module vindt er een peer-review plaats in week 2 en week 4.
- Verslagen die niet aan de vormeisen en aan de taalnorm voldoen
(foutloos Nederlands, toepassing van APA-richtlijnen) worden
geretourneerd en kunnen, na aanpassing, in de herkansingsperiode opnieuw
ter beoordeling worden voorgelegd.
- Omdat het een high density programma betreft (6 ec binnen één maand),
geldt een aanwezigheidsplicht voor alle colleges, practica en
werkgroepsbijeenkomsten. Je mag een dag met opgaaf van een geldige reden
missen. Geef deze door aan de coördinator. Voor elke volgende
bijeenkomst die je mist (om welke reden dan ook) volgt een vervangende
opdracht.
- Dit vak bereidt voor op de tweedejaarsvakken ‘Journalistieke
vaardigheden voor academici: tekst’, ‘Journalistieke vaardigheden voor
academici: beeld’, ‘Media-ethiek’ en ‘Journalistiek en politiek sinds
1750'.

Algemene informatie

Vakcode L_AABACIW101
Studiepunten 6 EC
Periode P6
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. I.C. Costera-Meijer
Examinator prof. dr. I.C. Costera-Meijer
Docenten prof. dr. I.C. Costera-Meijer

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: