Bachelorscriptie GLTC

2019-2020

Doel vak

Als eindwerkstuk vormt de bachelorscriptie de laatste fase van de
gecombineerde verwerving van de verschillende vaardigheden die
studenten in staat stelt om zelfstandig een eenvoudig onderzoek op te
zetten en uit te voeren. In aansluiting op het scriptietraject volgt de
student het scriptiecolloquium. Het doel van het scriptiecolloquium is
om de studenten op een aantal deelaspecten daarbij te ondersteunen, en
te laten reflecteren op kennis van, inzicht in en overzicht over de
belangrijkste vraagstukken van hun eigen discipline hun
onderzoeksvaardigheden, oordeelsvorming en presentatievaardigheden, en
hen de instrumenten te verschaffen om deze inzichten, kennis en
vaardigheden waar nodig te verhogen, zodat ze het niveau bereiken dat
nodig is voor een eventuele academische vervolgopleiding.

Inhoud vak

De bachelorscriptie vormt de afronding van de bacheloropleiding. Hierin
laten studenten, aan de hand van een eindwerkstuk over een zelfgekozen
onderwerp op het terrein van GLTC, zien dat zij onder begeleiding van
een docent in staat zijn om zelfstandig een eenvoudig onderzoek op te
zetten en uit te voeren. Door middel van dit eindwerkstuk worden de
eindtermen van de opleiding op het gebied van kennis en inzicht in de
eigen onderzoeksvaardigheden, oordeelsvorming en presentatie getoetst.
De bachelorscriptie is een individueel eindwerkstuk, dat inhoudelijk
begeleid wordt door een individuele scriptiebegeleider. Het
scriptiecolloquium omvat het niet-individuele deel van de begeleiding
van het scriptieproces. In een serie bijeenkomsten worden de
verschillende aspecten van de scriptie, vanaf het kiezen van een
onderwerp en het opzetten van de scriptie tot en met het schrijf- en
revisieproces, besproken. Dit omvat onder meer: onderwerpkeuze en
afbakening van het onderwerp; het ontwikkelen van een helder afgebakende
en wetenschappelijk relevant vraagstelling; het zoeken naar, kritische
omgang met, en weergave van secondaire literatuur; aard van het
onderzoek en keuze van en omgang met data/bronnen/materiaal;
argumentatie en betoogstructuur; daarnaast is er verder aandacht voor
opzet en planning van onderzoek, het schrijfproces en revisie.
Het scriptiecolloquium begint met een algemene introductie over het
scriptietraject in december, waarin, naast praktische zaken, de opzet
van het begeleidingsproces en de planning worden besproken, en
scriptiereglement en beoordelingsformulier worden uitgedeeld en
besproken. De studenten krijgen de opdracht krijgen om voor 1 februari
een hoofdonderwerp en een bijbehorende begeleider te kiezen. Studenten
kunnen daarbij ofwel een onderwerp kiezen uit een door de onderwijsstaf
vooraf verzorgde lijst thema’s, ofwel zelf een onderwerp kiezen. De
thema’s op de lijst zijn gekoppeld aan individuele docenten, die als
inhoudelijk begeleider zullen fungeren; bij een eigen onderwerp kiezen
studenten zelf een docent.
In blok 1 (februari-maart) volgt een aantal werkgroepbijeenkomsten
(deels per opleiding, deels ACASA-breed) over verschillende aspecten van
het scriptieproces, met opdrachten, waarbij studenten in wisselende
duo’s commentaar geven op elkaars werk. Daarnaast hebben studenten in
aansluiting op de werkgroepbijeenkomsten en opdrachten ook individuele
afspraken met hun scriptiebegeleiders. Aan het eind van blok 1
presenteren de studenten aan elkaar hun definitieve scriptievoorstellen:
onderwerp, vraagstelling, belangrijkste secundaire literatuur, methode,
bronnen en data, alsmede hoofdlijn van het betoog en voorlopige
hoofdstukindeling.
Deze scriptievoorstellen vormen het uitgangspunt van het schrijfproces
in blok 2, waarin studenten voornamelijk individueel begeleid worden.
Daarnaast vindt in april nog eenmaal een werkgroepbijeenkomst plaats
waarin de vorderingen van het schrijfproces, eventuele problemen en
mogelijke oplossingen, en het proces van revisie worden besproken.
In week 5 van blok (eerste weke van mei) leveren studenten hun eerste
versie in, die worden becommentarieerd door de scriptiebegeleider, en
gereviseerd. Deadline voor de definitieve versie is 1 juni, waarna 2
weken tijd is voor beoordeling, en indien nodig, twee weken voor
herkansing.

Onderwijsvorm

1) Scriptiecolloquium:
Werkgroepbijeenkomsten in december (1 maal; introductie), blok 1 (5
maal), en blok 2 (1 maal), met opdrachten.
NB: de werkgroepbijeenkomsten hebben het karakter van een praktische
oefening, en deelname is verplicht.
2) Individuele begeleiding door de scriptiebegeleider.

Toetsvorm

De bachelorscriptie wordt als schriftelijk eindwerkstuk op zichzelf
beoordeeld op grond van een aantal parameters betreffende
wetenschappelijkheid, vraagstelling, omgang met primaire bronnen,
secundaire literatuur, helderheid, argumentatie, stijl en aard van
presentatie, zelfstandigheid. Dit wordt afzonderlijk getoetst door twee
docenten, die vervolgens samen tot een eindoordeel en cijfer komen.
In geval van een onvoldoende heeft de student recht op één herkansing
door middel van revisie van eindwerkstuk. Als de beoordeling ook daarna
onvoldoende is, zal de student een nieuwe scriptie moeten schrijven over
een nieuw onderwerp. Als de scriptie ook na herkansing onvoldoende is en
het scriptiecolloquium met AVV is beoordeeld, hoeft dat laatste niet
opnieuw gevolgd te worden (mag wel).
Het scriptiecolloquium wordt afgerond met een AVV-verklaring, die
gebaseerd is op (i) aanwezigheid bij de werkgroepsessies; (ii) deelname
aan de activiteiten binnen de werkgroep; (iii) uitvoering van de
opdrachten; (iv) presentatie van het definitieve scriptievoorstel. De
student die op één of meer onderdelen niet aan de voorwoorden heeft
voldaan, krijgt de mogelijkheid tot herkansen door op die punten
vervangende opdrachten in te leveren. Zowel de bachelorscriptie als de
deelname aan het scriptiecolloquium moeten met een voldoende (of AVV)
worden afgerond.

Doelgroep

Derde- (en hogere)jaars bachelorstudenten GLTC

Algemene informatie

Vakcode L_AABAGLTSCR
Studiepunten 9 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. R. Risselada
Examinator
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: