Bachelorscriptie Oudheidwetenschappen

2019-2020

Doel vak

Als eindwerkstuk vormt de bachelorscriptie de laatste fase van de
gecombineerde verwerving van de verschillende vaardigheden die
studenten in staat stelt om zelfstandig een eenvoudig onderzoek op te
zetten en uit te voeren. Het doel van het vak is om de studenten op een
aantal deelaspecten daarbij te ondersteunen, en te laten reflecteren op
kennis van, inzicht in en overzicht over de belangrijkste vraagstukken
van hun eigen discipline, hun interdisciplinaire onderzoeksvaardigheden,
oordeelsvorming en presentatievaardigheden, en hen de instrumenten te
verschaffen om deze inzichten, kennis en vaardigheden waar nodig te
verhogen, zodat ze het niveau bereiken dat nodig is voor een eventuele
academische vervolgopleiding.

Inhoud vak

De bachelorscriptie vormt het afronding van de bacheloropleiding. Hierin
laten studenten, aan de hand van een eindwerkstuk over een zelf gekozen
onderwerp op het terrein van Oudheidwetenschappen, zien dat zij onder
begeleiding van een docent in staat zijn om zelfstandig een eenvoudig
interdisciplinair onderzoek op te zetten en uit te voeren. Door middel
van dit eindwerkstuk worden de eindtermen van de opleiding op het gebied
van kennis en inzicht in de eigen discipline, onderzoeksvaardigheden,
oordeelsvorming en presentatie getoetst.
De bachelorscriptie is een individueel eindwerkstuk, dat inhoudelijk
begeleid wordt door een individuele scriptiebegeleider. Daarnaast nemen
de studenten deel aan het bachelorscriptiecolloquium. Zie voor verdere
informatie over scriptie en scriptietraject de modulelebeschrijving
'Bachelorscriptiecolloquium Oudheidwetenschappen'.

Onderwijsvorm

1) Bachelorscriptiecolloquium: zie de aparte modulebeschrijving
2) Individuele begeleiding.

Toetsvorm

De bachelorscriptie wordt als schriftelijk eindwerkstuk op zichzelf
beoordeeld op grond van een aantal parameters betreffende
wetenschappelijkheid, vraagstelling, omgang met primaire bronnen,
secundaire literatuur, helderheid, argumentatie, stijl en aard van
presentatie, zelfstandigheid. Dit wordt afzonderlijk getoetst door twee
docenten, die vervolgens samen tot een eindoordeel en cijfer komen.
In geval van een onvoldoende heeft de student recht op één herkansing
door middel van revisie van eindwerkstuk. Als de beoordeling ook daarna
onvoldoende is, zal de student een nieuwe scriptie moeten schrijven over
een nieuw onderwerp.
Zowel de bachelorscriptie als de deelname aan het scriptiecolloquium
moeten met een voldoende (of AVV) worden afgerond.

Vereiste voorkennis

Het gehele 1e en 2e jaar dienen te zijn afgerond.

Doelgroep

Derdejaarsstudenten Oudheidwetenschappen

Algemene informatie

Vakcode L_AABAOHWSCR
Studiepunten 12 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. G.J.M. van Wijngaarden
Examinator
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: