Masterscriptie Nederlandse Letterkunde en het Literaire Veld

2019-2020

Doel vak

De masterfase van de studie wordt afgesloten met een masterscriptie. In
de scriptie geeft de student een verslag van een eigen onderzoek op het
gebied van de Nederlandse Letterkunde en het Literaire Veld. De
eindscriptie is een zelfstandig werkstuk waarin alle tijdens de studie
opgedane vaardigheden zijn terug te lezen: het werkstuk dient te
getuigen van gedegen kennis van de besproken stof, van inzicht in
theorieën en (vakgebonden) methodieken die spelen in een vakgebied
(kennis en inzicht). In het werkstuk formuleert de student zelfstandig
een onderzoeksvraag, een onderzoeksopzet met beargumenteerde
methodologische keuzes en analyseert de student met behulp van de
gekozen methoden en theorieën een deelonderwerp uit het vakgebied
(toepassen kennis en inzicht). De conclusies worden gepresenteerd op een
correcte wetenschappelijke wijze, waarbij de student blijk geeft van een
zelfstandige beoordeling van het materiaal en de gebruikte literatuur
(communicatie en leervaardigheden, oordeelsvorming).

Inhoud vak

De voorbereidingen voor de masterscriptie beginnen na het kerstreces; de
scriptiewerkzaamheden worden voor de zomer afgerond. De studenten kiezen
zelf hun begeleider; indien nodig wordt er ingedeeld. Er wordt tijdens
het begin van het scriptietraject een scriptiecontract opgesteld met de
begeleider, waarin afspraken worden vastgelegd over de voortgang en
begeleiding; dit contract wordt ondertekend door student, begeleider en
tweede beoordelaar.

Onderwijsvorm

Zelfstandig werken aan de scriptie, onder regelmatige begeleiding van de
scriptiebegeleider; afspraken hierover worden vastgelegd in het
scriptiecontract.

Toetsvorm

Begeleider en tweede beoordelaar bepalen in overleg of en op welk niveau
is voldaan aan de eisen die aan een masterscriptie vanuit de opleiding
worden gesteld. Zie voor deze eisen de facultaire scriptieregeling en de
opleidingsspecifieke scriptiehandleiding, beide te vinden op VUnet. Ten
behoeve van de beoordeling vullen begeleider en tweede beoordelaar
onafhankelijk van elkaar een beoordelingsformulier in, inclusief
voorstel voor een cijfer. Doorgaans is het eindcijfer het gemiddelde van
deze twee cijfers. Indien begeleider en tweede beoordelaar meer dan een
vol punt met elkaar van mening verschillen, wordt de hulp van een derde
lezer ingeroepen.

Vereiste voorkennis

Om aan de scriptie te mogen beginnen, moet de student minstens 24 EC van
de vakken van de master hebben behaald.

Literatuur

Afhankelijk van het gekozen onderwerp

Doelgroep

Masterstudenten Nederlandse letterkunde en het literaire veld.

Overige informatie

Studenten die een scriptie willen gaan schrijven, dienen tijdig contact
op te nemen met de beoogde scriptiebegeleider. Zie VUnet voor de
masterscriptie-handleiding en het model scriptiecontract.

Algemene informatie

Vakcode L_AAMALTKSCR
Studiepunten 18 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. P.H. Moser
Examinator
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: