Masterscriptie Educatie in de Taal- en cultuurwetenschappen

2019-2020

Doel vak

De student laat zien in staat te zijn volgens wetenschappelijke normen
onderzoek te doen en een eigen visie op het bestudeerde materiaal te
ontwikkelen. Van de student wordt verwacht dat hij/ zij kan bijdragen
aan het genereren van nieuwe wetenschappelijke inzichten en dat hij/ zij
in staat is om zelfstandig onderzoek uit te voeren. De student laat in
de
Masterscriptie zien dat hij/ zij in het bezit is van kennis, inzicht en
vaardigheden met betrekking tot het vakgebied Engels, in relatie tot de
onderwijspraktijk Engels. Deze vakkennis is ingebed in een breed
cultureel en/ of maatschappelijk kader. Ook bezit de student
theoretische en methodische inzichten op het vakgebied en kan hij/ zij
deze inzichten zelfstandig toepassen.

Inhoud vak

De student laat in de Masterscriptie zien dat hij/ zij in het bezit is
van kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het vakgebied, in
relatie tot de onderwijspraktijk van het vak. Meer specifiek gaat het om
de volgende vaardigheden: het systematisch en doelgericht informatie
vergaren en interpreteren; het verwerken van de informatie tot een
theoretisch kader voor het te verrichten onderzoek; het formuleren van
een operationaliseerbare onderzoeksvraag en
deelvragen; het opzetten en uitvoeren van een (experimenteel) onderzoek;
het analyseren van
de verkregen data; het interpreteren van de verkregen data, met een
terugkoppeling naar het theoretisch kader. De student laat ook zien de
resultaten van het onderzoek volgens de conventies van het vakgebied en
de opleiding te kunnen rapporteren.

Onderwijsvorm

Het zelfstandig uitvoeren van een eigen onderzoek, onder begeleiding
van een docent (de scriptiebegeleider). De student stelt een werkplan op
en er wordt een scriptiecontract ingevuld. In het contract staan o.a.
specifieke afspraken over het inleveren en beoordelen van delen van de
scriptie en over de frequentie van de afspraken tussen student en
docent.

Toetsvorm

Beoordeling van de eindversie van de scriptie, door begeleider en tweede
lezer (meestal een combinatie van vakdocent en vakdidacticus). Beide
docenten vullen een beoordelingsformulier in en geven een
cijfer. Doorgaans is het gemiddelde van die cijfers het eindcijfer. Zie
voor details het opleidingspecifieke
scriptiebeoordelingsformulier en de scriptiehandleiding.

Vereiste voorkennis

Studenten mogen pas aan de scriptie beginnen als alle vakken van jaar 1
zijn afgerond.

Literatuur

Naar eigen inzicht, maar wel in overleg met begeleider.

Doelgroep

tweedejaarsstudenten MA Educatie in de Taal en Cultuurwetenschappen,
specialisatie Engels.

Algemene informatie

Vakcode L_EAMAEDUSCR
Studiepunten 18 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Vakcoördinator dr. A.A. Kaal
Examinator
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: