De Amsterdamse elite, zeden en gewoonten

2019-2020

Doel vak

• De student heeft kennis van en inzicht in de geschiedenis en de
Nederlandse geschiedenis van de vroegmoderne en moderne periode en het
concept ‘elite’.
• De student kan dit inzicht toepassen op een zelfgekozen deelonderwerp.
• De student is in staat verschillende soorten historische bronnen
kritisch te onderzoeken.
• De student kan zelfstandig historische vakliteratuur zoeken en deze
met het opgedane inzicht en de bronnenkritiek verwerken in een
eindpaper.
• De student kan de resultaten van zijn/haar onderzoek aan medestudenten
overbrengen in de vorm van een presentatie.

Inhoud vak

Elites kennen een netwerkstructuur die inzicht biedt in de
microgeschiedenis en sociologie van een stad. Historici kijken er dan
ook graag naar om te begrijpen hoe de wereld vandaag de dag in elkaar
zit. Bij dit vak maken studenten (nader) kennis met leden van de
Amsterdamse elite, waarbij het accent ligt op de periode 1850-1950.
Vragen die aan de orde komen zijn bijvoorbeeld: wat was de
verzameltraditie binnen de elite? Welke rol speelden individuele leden
binnen de Amsterdamse elite en hoe was deze verbonden met hun
collectiegedrag? Wat was de rol van hun netwerk en hoe waren ze
verbonden met andere verzamelaars ? Welke rol speelde politieke of
religieuze achtergronden? Hoe veranderden de elite de culturele canon
van hun tijd? In deze module komen verschillende verzamelaars aan de
orde. In enkele hoorcolleges zal ook ingegaan worden op andere
belangrijke verzamelaars die hebben geleid tot museale collecties.
Studenten maken in de werkcolleges kennis met een breed scala aan
bronnenmateriaal, zoals privé-archieven, inventarissen, veiling
catalogi, maar ook niet-tekstuele bronnen zoals werken op papier,
schilderijen en andere kunstobjecten. Een bezoek aan een lezing, congres
of onderzoeksinstelling is ook onderdeel van de module.

Onderwijsvorm

Deze cursus bestaat deels uit hoorcolleges en deels uit werkcolleges
waarbij bepaalde brontypes worden onderzocht en besproken. Op dit moment
kunnen de volgende deelverzamelingen worden geïdentificeerd: Daniel
Fanken (in delen geschonken; +1989 zeer groot deel), Gerard Heineken
(1885), A.L. Ringler (c. 1895), Jean Bernard van IJsseldijk (+1902),
Wurfbain (1912), Lanna (1939), Mr. A Ver Huell (1903). Het is de
bedoeling dat de deelnemers aan de cursus onderzoek gaan doen naar een
van deze deelverzamelingen.

Toetsvorm

Tussentijds essay (30%); eindpaper (40%); referaat (15%); participatie
in de colleges (15%).

Literatuur

Irene M. de groot, ''De Atlas Zeden & Gewoonten'' in: J.F. Heijbroek
e.a. (red.), Voor Nederland bewaard. De verzamelingen van het Koninklijk
Oudheidkundig Genootschap in het Rijksmuseum. Leids Kunsthistorisch
Jaarboek 1995 (Baarn 1995) 295-322. Wordt nader bekend gemaakt.

Doelgroep

Studenten BA2 Geschiedenis.

Algemene informatie

Vakcode L_GABAGES220
Studiepunten 6 EC
Periode P5+6
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. W.M.H. Hupperetz
Examinator prof. dr. W.M.H. Hupperetz
Docenten prof. dr. W.M.H. Hupperetz

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: