Moderne kunst: Vooruitgang en traditie

2019-2020

Doel vak

De cursus heeft de volgende leerdoelen:
1. Het verwerven van kennis en inzicht in ontwikkelingen in de beeldende
kunst van de 19de en 20ste eeuw;
2. Het verwerven van kennis en inzicht in diverse theorieën over de
voortgang van de kunst en kunstgeschiedenis rond begrippen van traditie,
vooruitgang, originaliteit, zuiverheid, het einde van de
kunst(geschiedenis), enz.;
3. Het aanleren van een kritische omgang met diverse vertogen rond de
voortgang van de kunst en de kunstgeschiedenis, inclusief die van
museale presentatie;
4. Het kunnen toepassen van de gewonnen inzichten op een kunstwerk op
locatie (museumreferaat) en op een toegewezen vraagstelling
(literatuurreferaat en schriftelijk werkstuk).
5. Het helder presenteren van bevindingen in een referaat en werkstuk.

De cursus dient ter verdieping en uitbouw van de kennis die in het
eerste jaar is opgedaan in de cursussen Cultuurgeschiedenis MKDA en
Visuele en Materiele Cultuur II; de toen bestudeerde stukken uit
Janson’s History of Art worden dus bekend verondersteld. De cursus is
een vervolg op de 2de jaars cursus Productie en Receptie (L_KABAMKD201)
die zich richt op de vroegmoderne tijd. De leerlijnen inhoudelijk
gericht onderzoek en theoretische analyse voor de afstudeerrichting
Kunst worden op niveau 200 samen gebracht. Dit vak daagt uit tot een
meer probleemgerichte kijk op de beeldende kunst van na 1800. Deze
insteek preludeert op verschillende tweede- en derdejaars onderdelen
waarin van de student behalve overzichts- en materiaalkennis een meer
kritische, zelfstandige benaderingswijze wordt verwacht.

Inhoud vak

Zowel wat inhoud betreft (aandacht voor het moderne leven,
technologische ontwikkelingen enz.) als in haar verschijningsvorm
(nieuwe beeldende middelen, nieuwe stijlen, nieuwe media) staat veel
kunst van de negentiende en twintigste eeuw in het teken van een of
ander idee van vooruitgang. ‘Avant-garde’ is in dat opzicht een veel
gehanteerd maar ook enigszins misleidend begrip, want bij nadere analyse
blijkt dat de vooruitgangsidee zelden ‘puur’ wordt aangetroffen. Vaak is
vernieuwing in de kunst gekoppeld geweest aan een teruggrijpen op de
traditie, een retour à l’ordre, een wil tot zuivering, of aan een
bewuste regressie naar vroegere, ‘primitieve’ of oerstijlen. Zelfs de
invloedrijke theorie van het modernisme van Clement Greenberg in de
jaren vijftig en zestig, waarin de vooruitgangsidee centraal staat, moet
men beschouwen als een pool in een kunstdebat.
In deze cursus staat de spanning tussen vooruit- en achteruitkijken in
de moderne (negentiende en twintigste-eeuwse) beeldende kunst centraal,
ook in het licht van postmoderne kritieken op de vooruitgangsidee en
ideeën over het ‘einde’ van de (kunst)geschiedenis. Hebben wij nu te
maken met een kunst die de spanning van vooruitgang en traditie oplost
in wat een kunsthistoricus ‘de volstrekte promiscuïteit der stijlen’
heeft genoemd? Middels capita selecta uit de kunstgeschiedenis en
kunsttheorie wordt kennis verkregen van relevante kunsthistorische,
sociaalhistorische, ideeënhistorische en wetenschapsfilosofische kaders
waarmee een kritische houding ten aanzien van (het denken over) de
kunstgeschiedenis wordt ontwikkeld.
De cursus omvat een reeks van capita selecta-achtige hoorcolleges die
een zekere chronologie in acht nemen en het probleem van vooruitgang en
traditie (of regressie) telkens vanuit een bepaalde invalshoek of
thematiek belichten. Terugkerende kwesties daarbij zijn stijl,
iconografie, receptie, theorievorming en kunsthistorische behandeling.
De colleges zijn tamelijk op zichzelf staande beschouwingen, in zoverre
dat ze niet strikt de opgegeven literatuur herhalen, maar daar een
aanvulling op geven, of sommige aspecten ervan nader concretiseren met
andere, ook voor Nederland relevante voorbeelden.
Van de student wordt een actieve participatie verwacht in de
discussiecolleges en tijdens de dagexcursies en andermans referaten.
Daarnaast houdt men een museum- en een literatuurreferaat en schrijft
men een essay. De onderwerpen hiervoor worden in de eerste week
vastgesteld, daarna volgen individueel afspraken over de uitwerking.
De cursus wordt afgesloten met een schriftelijk tentamen over de
behandelde collegestof en de verplichte literatuur.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges, referaten, excursies.

Toetsvorm

Museumreferaat (10%) [leerdoelen 1, 3, 4, 6]
Literatuurreferaat (15%) [leerdoelen 1, 2, 3, 5, 6]
Essay (30%) [leerdoelen 1,2, 3, 5] [o.v.]
Schriftelijk tentamen (45%) [leerdoelen 1, 2, 3]

Vereiste voorkennis

Als entree-eis voor dit vak geldt dat het eerstejaars vak Visuele en
Materiële Cultuur II
(L_AABAMKD105) moet zijn gevolgd. Dit geldt niet voor minorstudenten.

Literatuur

De definitieve literatuurlijst wordt aan het begin van de cursus bekend
gemaakt.

Doelgroep

2de jaars bachelor Media, Kunst, Design en Architectuur,
afstudeerrichting
Kunst; minorstudenten (MKDA).

Overige informatie

Deze module is een verplicht 2de jaars vak voor MKDA studenten met Kunst
als afstudeerrichting en staat open voor minorstudenten (MKDA). Er geldt
een verplichte aanwezigheid (bij twee keer afwezigheid volgt in principe
uitsluiting van de cursus). Deze module geldt als voorkenniseis voor de
3de jaars modules MKDA, afstudeerrichting Kunst.

Algemene informatie

Vakcode L_KABAMKD202
Studiepunten 6 EC
Periode P2
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. J.P. ten Berge
Examinator dr. J.P. ten Berge
Docenten dr. J.P. ten Berge

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege, Excursie
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: