Jeugdliteratuur

2019-2020

Doel vak

Kennis hebben van en inzicht verkrijgen in de ontwikkeling van de
jeugdliteratuur, de relatie van de jeugdliteratuur tot de literatuur
voor volwassenen, de mogelijke benaderingen van de jeugdliteratuur en de
rol van jeugdliteratuur in de literaire socialisatie van lezers.
Kennis hebben van een aantal representatieve werken uit de historische
en moderne jeugdliteratuur (van Top Naeff via Thea Beckmann en Jan
Terlouw naar Francien Oomen en Ted van Lieshout).

Inhoud vak

In dit onderdeel komen de volgende onderwerpen aan de orde: de
ontwikkeling en de huidige stand van de jeugdliteratuur, canonvorming en
het jeugdliteraire veld (prijzen e.d.), de discussie over de (vermeende)
tegenstelling tussen toegankelijke en literaire jeugdliteratuur en de
functie van deze teksten in het literaire socialisatieproces. In elk
college zullen zowel theoretische studies als een primaire tekst
besproken worden. Van de deelnemers wordt daarbij verwacht dat zij deze
discussie voorbereiden; daarnaast dienen ze kennis te nemen van het
jeugdliteraire aanbod en, onder meer op basis daarvan, een visie te
ontwikkelen op de ontwikkeling en functie van jeugdliteratuur, de
canonvorming en literaire socialisatie.

Onderwijsvorm

Werkcollege, 2 x 2 uur per week.

Toetsvorm

Actieve participatie aan de discussie over primaire en secundaire
teksten tijdens de colleges (de discussiepunten staan per college in de
studiehandleiding). Wie onvoldoende voorbereid is, krijgt een
aanvullende opdracht.
Afsluitend werkstuk. Nadere informatie over de eisen die daaraan worden
gesteld, wordt verstrekt in de studiehandleiding.

Vereiste voorkennis

Bachelor diploma Literatuur en Samenleving: Nederlands; Bachelordiploma
Nederlandse Taal en Cultuur of een ander relevant bachelordiploma op het
gebied van literatuur en cultuur.

Literatuur

De literatuurlijst met primaire en secundaire werken wordt voor aanvang
van het college bekend gemaakt via de studiehandleiding op Canvas. Naast
recente artikelen komen bekende studies aan de orde als:
- Rita Ghesquière (2009). Jeugdliteratuur in perspectief. Leuven: Acco.
- Rita Ghesquière, Vanessa Joosen en Helma van Lierop-Debrauwer (red.)
(2014). Een land van waan en wijs. Geschiedenis van de Nederlandse
jeugdliteratuur, Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact.
- Harry Bekkering et al. (red.) (1990). De hele Bibelebontseberg. De
geschiedenis van het kinderboek in Nederland en Vlaanderen van de
Middeleeuwen tot heden. Amsterdam: Querido.
- Anne de Vries (1989). Wat heten goede kinderboeken? Opvattingen over
kinderliteratuur in Nederland sinds 1880. Amsterdam: Querido.
- Vanessa Joosen en Katrien Vloeberghs (2008). Uitgelezen
Jeugdliteratuur. Ontmoetingen tussen traditie en vernieuwing. Leuven:
Lannoo Campus/Leidschendam: Biblion.
Deze werken zijn in de UBVU beschikbaar.

Doelgroep

Studenten van de Master Educatie in de Taal- en Cultuurwetenschappen
Nederlands; Masterstudenten Nederlandse
letterkunde en het literaire veld; overige belangstellende MA studenten
die voldoen aan de ingangseisen.

Overige informatie

Verplichte aanwezigheid (minimaal 80% van de colleges moet worden
bijgewoond). Wie te vaak afwezig is geweest, maar daarvoor een gegronde
reden had, kan het onderdeel alsnog afronden met een aanvullende
opdracht.

Algemene informatie

Vakcode L_LAMALW007
Studiepunten 6 EC
Periode P2
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. M.J.E. van Tooren
Examinator dr. M.J.E. van Tooren
Docenten dr. M.J.E. van Tooren

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: