De grenzen van de literatuur 1920-heden

2019-2020

Doel vak

Het doel van deze cursus is tweeledig: enerzijds verwerven studenten
kennis van de Nederlandse literatuurgeschiedenis (concepten, auteurs,
tijdschriften, literaire werken, jaartallen, cultuurhistorische
achtergronden etc.), anderzijds leren studenten ook te reflecteren op
deze kennis: zij laten zien dat zij verbanden kunnen leggen tussen
literair-historische begrippen onderling en deze begrippen kunnen
relativeren. Aan het eind van de collegereeks is de student vertrouwd
met de belangrijkste periodes en richtingen die binnen de traditionele
literatuurgeschiedschrijving voor het tijdvak 1920 tot heden worden
onderscheiden. Periodiseren en categoriseren is echter niet
onproblematisch. Dit hangt immers altijd samen met specifieke
uitgangspunten en selectiecriteria. In deze cursus zal daarom tevens
aandacht worden besteed aan enkele vooronderstellingen van de
literatuurgeschiedschrijving zelf. Na het volgen van deze cursus is de
student in staat de gelezen teksten op basis van hun formele en
thematische kenmerken te typeren, tegen hun cultuurhistorische,
institutionele en maatschappelijke achtergrond te plaatsen en in verband
te brengen met een theoretisch begrip als 'poëtica'.

Inhoud vak

De student verwerft tijdens deze cursus kennis van en inzicht in:
- enkele distinctieve formele en thematische kenmerken van een aantal
romans, verhalen en gedichten vanaf 1920;
- een aantal traditionele literair-historische concepten en hun
karakteristieken (‘modernisme’ en ‘postmodernisme’) afzonderlijk en in
onderlinge samenhang;
- een aantal tendensen in de literatuur van na 1945 (onder meer
‘vijftigers’, ‘naoorlogs proza’, ‘Revisor’, ‘postkoloniale en
interculturele literatuur’ en globalisering);
- de cultuurhistorische, maatschappelijke en institutionele
achtergronden die met deze tendensen in verband kunnen worden gebracht;
- de waarde c.q. bruikbaarheid van tendensen of concepten in de praktijk
van de hedendaagse literatuurgeschiedschrijving;
- een aantal wetenschappelijke beschouwingen over de specifieke
tendensen en/of de betreffende literaire teksten.

Onderwijsvorm

Hoor-/werkcolleges en practica. Er zijn in principe 2 bijeenkomsten van
3 uur per week: een gecombineerd hoor-/werkcollege en een practicum.

Toetsvorm

Actieve deelname blijkend uit het uitvoeren van kleine
voorbereidingsopdrachten (wie de opdrachten niet uitvoert kan het
onderdeel niet afsluiten), schriftelijk tentamen (60%), essay-opdracht
(30%), PowerPoint-presentatie (10%). Alle onderdelen moeten voldoende
zijn.

Vereiste voorkennis

De student Literatuur en samenleving: Nederlands moet de colleges
Literaire Analyse en Nederlandse literatuur in perspectief 2 gevolgd
hebben. Andere studenten dienen van tevoren contact op te nemen met de
docent.

Literatuur

Jacqueline Bel, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse
literatuur 1900-1945, Amsterdam 2015.
Hugo Brems, Altijd weer die vogels die nesten beginnen: geschiedenis van
de Nederlandse literatuur 1945-2005, Amsterdam 2006.
De literatuur staat per college gespecificeerd in de studiehandleiding.

Doelgroep

Het college is bestemd voor tweedejaars studenten Literatuur en
samenleving: Nederlands. Overige belangstellenden dienen van tevoren
contact op te nemen met de docent.

Overige informatie

Er is aanwezigheidsplicht (minimaal 80%). Wie te vaak afwezig is geweest
maar daarvoor en gegronde reden had, krijgt een vervangende opdracht.

Algemene informatie

Vakcode L_NABALES204
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. J.H.C. Bel
Examinator dr. J.H.C. Bel
Docenten dr. J.H.C. Bel

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege, Practicum
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: