Literatuur en beeldcultuur

2019-2020

Doel vak

Kennis van (de studie van) de vroegmoderne beeldende kunst en literatuur
en hun onderlinge verhouding; kennis van het kunsthistorische
realiteitsdebat; lezen en interpreteren van oudere Nederlandse
literatuur; verrichten van zelfstandig onderzoek, presentatie in woord
en geschrift van eigen onderzoeksresultaten; maken van een verantwoord
didactisch product.

Inhoud vak

Onze beeldvorming van de Gouden Eeuw is grotendeels afhankelijk van de
wereldberoemde schilderkunst van Rembrandt, Vermeer, Hals en vele, vele
anderen. Bij het interpreteren van de Nederlandse schilderkunst uit de
Gouden Eeuw speelt de literatuur een belangrijke rol. Tegelijkertijd is
duidelijk dat de verhouding tussen beide kunstvormen complex is. Er
heeft de afgelopen decennia een theoretisch debat gewoed over de
interpretatie van de realistisch ogende schilderijen, waarbij visies die
er een sterk emblematisch, moralistisch karakter aan toekennen, botsten
met opvattingen die de kunst eerder zagen als uitdrukkingen van
technische vaardigheid van de kunstenaar of verbeelding van visies op de
werkelijkheid. In dit college verdiepen de studenten zich in dit debat,
en doen vervolgens zelfstandig een deelonderzoek naar de verhoudingen
tussen tekst en beeld van een gekozen motief, waarbij ze gebruikmaken
van de theorie. Daarnaast verdiepen zij zich in de didactische
vertolking van deze inzichten in hetzij een tentoonstellings- dan wel
een lesplan.

Onderwijsvorm

Hoor- en werkcolleges; museumbezoek, presentaties. In totaal 2 x 2 uur
per week.

Toetsvorm

De toetsing bestaat uit twee onderdelen: 1. een verslag van een
zelfstandig onderzoek naar de literaire en visuele representatie van een
historisch onderwerp naar keuze (80%); 2. een voorstel voor een
tentoonstellingsonderdeel (Masterstudenten Nederlandse letterkunde) of
een lesplan over beeldcultuur, met een theoretische onderbouwing daarbij
(studenten Educatie in de Taal en Cultuurwetenschappen) (20%).
Verder is een actieve deelname aan de colleges vereist (colleges moeten
zijn voorbereid, er zijn voorbereidende opdrachten; wie niet actief
deelneemt kan een inhaalopdracht krijgen, bij herhaling volgt
uitsluiting van het college). Indien de cursus gevolgd wordt door
researchmaster-studenten, geldt dat voor hen zwaardere eisen worden
gesteld aan het werkstuk.

Literatuur

Mariët Westermann (1996). The Art of the Dutch Republic. London;
Richard Howells and Joaquim Negeiros, Visual Culture. 2nd edition: Fully
Revised and Updated. Cambridge UK: Polity Press 2012;
Jongh, E. de (1976). Tot lering en vermaak. Betekenissen van Hollandse
genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw. Rijksmuseum, Amsterdam. De
overige literatuur wordt bekend gemaakt via Canvas.

Doelgroep

Masterstudenten Nederlandse letterkunde en het literaire veld,
tweedejaarsstudenten master Educatie in de Taal en Cultuurwetenschappen,
specialisatie Nederlands. Ook toegankelijk voor ReMa-studenten
Letterkunde.

Algemene informatie

Vakcode L_NAMALTK005
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. J.M. Koppenol
Examinator prof. dr. J.M. Koppenol
Docenten prof. dr. J.M. Koppenol

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: