Onderzoek naar de journalistieke praktijk

2019-2020

Doel vak

De student kan kritisch reflecteren op de maatschappelijke betekenis van
de journalistieke praktijk; de student kan twee theoretische
invalshoeken uit het eerste semester integreren in een vraagstelling
voor praktijkrelevant onderzoek naar de journalistieke praktijk; de
student kan een uit de journalistieke praktijk voortkomende
onderzoeksvraag omzetten in een onderzoekbare vraagstelling; de student
kan een praktijkrelevant onderzoek uitvoeren volgens de empirische
cyclus; de student kan reflecteren op de mogelijke (ethische)
implicaties van opdrachtonderzoek; de student geeft blijk van een open
en onderzoekende houding en staat open voor vraagstukken verband houdend
met journalistieke vernieuwing. De student kan de resultaten van
onderzoek vertalen naar aanbevelingen voor de praktijk.

Inhoud vak

In dit blok onderzoekt de student de praktijk van de journalistiek. Dat
wil zeggen dat de student leert om (de impact van) journalistieke
producten en praktijken te onderzoeken in een maatschappelijke context.
Dat betekent systematische aandacht voor de mogelijkheden en blokkades
voor vernieuwing op het gebied van genres, routines, organisatievormen,
vertelvormen, publieken, bronnen etc. binnen de journalistieke praktijk.
De student verwerkt en integreert de stof van het eerste semester op een
creatieve manier. Het praktijkonderzoek zal in de regel in opdracht van
een mediaorganisatie worden verricht. Dat betekent dat studenten leren
omgaan met de beperkingen en de mogelijkheden van opdrachtonderzoek. De
onderzoeksopdracht is gericht op de impact en/of kwaliteit van een
bepaalde vernieuwende journalistieke praktijk. Daarbij valt te denken
aan een bescheiden publieksonderzoek, een productieonderzoek, een
tekstanalyse van de berichtgeving, of een bronnenonderzoek. De studenten
dienen voor hun praktijkonderzoek aansluiting te zoeken bij de
theoretische invalshoeken die in semester 1 aan de orde zijn gesteld.
Indien noodzakelijk voor het beantwoorden van de onderzoeksopdracht,
leren studenten nieuwe onderzoeksmethodes. Het praktijkonderzoek mondt
uit in aanbevelingen voor de journalistieke praktijk en de
opdrachtgevende mediaorganisatie.

Onderwijsvorm

Werkcolleges, waarin in de studenten en begeleider onderling de
voortgang van het praktijkonderzoek bespreken en kennis en ervaring
uitwisselen. Door elkaar kritisch te bevragen, leren studenten de eigen
visie en vraagstelling helder te formuleren. Contacturen: ongeveer drie
à vier uur per week.

Toetsvorm

Het eindcijfer komt als volgt tot stand: eindverslag (45%),
weekopdrachten (30%), eindpresentatie (15%) en participatie (actieve
bijdrage tijdens college) (10%). Op de werkgroepbijeenkomsten is
aanwezigheid verplicht. Beoordeling geschiedt in de vorm van cijfers
(0-10). Alle deelcijfers dienen voldoende te zijn.

Vereiste voorkennis

De mastervakken Journalistiek van periode 1 en 2.

Literatuur

Afhankelijk van onderzoeksvraag van de mediaorganisatie

Doelgroep

Masterstudenten CIW: Journalistiek

Algemene informatie

Vakcode L_NCMAJOU008
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. T. Groot Kormelink
Examinator dr. T. Groot Kormelink
Docenten prof. dr. I.C. Costera-Meijer
dr. T. Groot Kormelink

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: