Dyslexie en orthodidactiek van het talenonderwijs

2019-2020

Doel vak

Kennis opdoen van beschrijvingen van de orthografie van het Engels,
Frans en Duits en de verschillen en overeenkomsten van elk van deze
talen met het Nederlands. Vaardigheid verkrijgen in het analyseren van
lesmaterialen van de onderbouw van het voortgezet onderwijs met
betrekking tot spelling. Vaardigheid verkrijgen in het opsporen van
struikelblokken in het onderwijs Engels, Frans en Duits aan dyslectische
leerlingen. Vaardigheid verkrijgen in foutenanalyse van Engelstalige,
Franstalige en Duitstalige schrijfproducten van dyslectische leerlingen.
Visie ontwikkelen op een geïntegreerde aanpak van de begeleiding van
deze leerlingen en hoe taalcorpora hierbij van nut kunnen zijn,
inclusief werken aan de vaardigheid deze materialen ook daadwerkelijk te
ontwikkelen en hierover mondeling en schriftelijk te presenteren. Kennis
opdoen over taalcorpora: opbouw, transcriptie, annotatie en het
benodigde inzicht in hoe een dergelijk corpus moet worden opgebouwd en
bewerkt om te kunnen dienen als basis voor het beantwoorden van
verschillende soorten onderzoeksvragen.

Inhoud vak

Aan de hand van relevante en recente literatuur duiken we in de
studeerbaarheid van vreemde talen voor dyslectici. Daarvoor gaan we ook
de overeenkomsten en verschillen in de orthografieën van het Engels,
Frans en Duits met elkaar vergelijken en maken we een analyse van
leermaterialen Engels, Frans en Duits in de onderbouw van het voortgezet
onderwijs. Bovendien maken we een foutenanalyse van Engelstalige,
Franstalige en Duitstalige schrijfproducten van dyslectische leerlingen.
Dit zal leiden tot een groter inzicht met betrekking tot de precieze
struikelblokken voor dyslectische leerlingen. De studenten geven een
mondelinge presentatie over een van die struikelblokken, inclusief een
voorstel voor een (geïntegreerde) aanpak van dit probleem. De andere
studenten geven feedback op de presentaties. De presentaties zullen
worden uitgebouwd tot papers. In de practica zullen de studenten leren
welk nut verschillende soorten taalcorpora hebben voor taalkundig
onderzoek en denken zij mee over en werken zij mee aan de
opbouw/uitbreiding van een database met schriftelijk materiaal van
dyslectische kinderen.

Onderwijsvorm

Hoor/werkcolleges (2 uur per week) en computerpracticum (2 uur per
week), beide met actieve participatie door de studenten.

Toetsvorm

Het practicum moet als ‘voldoende’ worden beoordeeld voordat het
eindcijfer wordt doorgegeven aan het studiesecretariaat. Het eindcijfer
is het gemiddelde tussen het cijfer voor de presentatie en het cijfer
voor het afsluitend paper. De presentatie is in groepjes. Het
eindwerkstuk mag individueel maar groepswerk is ook toegestaan. Voor
beide onderdelen moet een voldoende worden behaald.

Vereiste voorkennis

Afgeronde bachelor CIW: Toegepaste taalwetenschap (specialisatie
Taalontwikkeling en taalstoornissen), of andere verwante vooropleiding
i.c.m. premaster TTW: Taalstoornissen.

Literatuur

A.J. van Berkel (2006). Orthodidactiek van het Engels. Bussum: Coutinho.
Aanvullende literatuur wordt voor aanvang van de cursus bekend gemaakt
in de studiehandleiding (te vinden op Canvas).

Doelgroep

Masterstudenten Toegepaste taalwetenschap, specialisatie
Taalstoornissen.

Overige informatie

Er is aanwezigheidsplicht bij de practica. Indien niet aan de
aanwezigheidsplicht is voldaan, moet de student een extra opdracht
maken.

Algemene informatie

Vakcode L_WAMATWS016
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. P.H.F. Bos
Examinator dr. P.H.F. Bos
Docenten dr. P.H.F. Bos
drs. E. Akkerman

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: