Masterscriptie Taalwetenschappen: Toegepaste taalwetenschap

2019-2020

Doel vak

Uit de scriptie/het afstudeeronderzoek blijkt dat de student in het
bezit is van kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het
specifieke vakgebied. Ook bezit de student theoretische en methodische
inzichten op het vakgebied en kan deze inzichten zelfstandig toepassen.
De student kan op wetenschappelijk verantwoorde wijze een onderzoek
opzetten en kan de keuzes die hierin gemaakt worden, verdedigen. De
student kan uit verschillende methoden van statistische analyse de
juiste methode kiezen en deze toepassen op de verkregen onderzoeksdata.
De student kan grote lijnen trekken en verbanden leggen, schriftelijk
een complexe problematiek helder en overzichtelijk presenteren,
zelfstandig, kritisch en integer stelling nemen en verantwoording
afleggen voor deze stellingname.

Inhoud vak

Systematisch en doelgericht informatie vergaren en interpreteren, waarna
die wordt verwerkt tot een theoretisch kader voor het te verrichten
onderzoek. Formuleren van een operationaliseerbare onderzoeksvraag en
deelvragen, en opstellen van logisch hieruit voortvloeiende hypothesen.
Opzetten en uitvoeren van een (experimenteel) onderzoek. Analyseren van
de verkregen data. Interpreteren van de verkregen data, met een
terugkoppeling naar het theoretisch kader.

Onderwijsvorm

In samenspraak met de docent stelt de student een scriptiecontract en
een werkplan op. Bij iedere fase van het onderzoek is er overleg met de
begeleidende docent
voordat de student overgaat naar de volgende fase (deze fases staan in
het werkplan). Er is minimaal één maal per maand overleg tussen docent
en student. Voorafgaand aan iedere afspraak stuurt de student aan de
docent een of meerdere documenten die hij/zij wil bespreken. De
scriptie wordt gefaseerd ingeleverd en op basis van de feedback van de
docent op de verschillende hoofdstukken/scriptie-onderdelen, stelt de
student de eindversie vast. Na goedkeuring van het eindproduct door de
begeleidende docent, wordt de scriptie voorgelegd aan de tweede lezer.

Toetsvorm

Beoordeling van de eindversie van de scriptie, door begeleider en tweede
lezer. Beide docenten vullen een beoordelingsformulier in en geven een
cijfer. Doorgaans is het gemiddelde van die cijfers het eindcijfer.
Indien de beoordelingen van de docenten meer dan twee punten uit elkaar
liggen, roept de examencommissie de hulp van een derde lezer in.

Vereiste voorkennis

Bij aanvang van het scriptietraject moet 24 EC aan vakken uit de MA TTW
zijn behaald, waaronder in ieder geval het vak Statistiek voor
gevorderden.

Literatuur

Afhankelijk van onderwerp scriptie.

Doelgroep

Masterstudenten Toegepaste Taalwetenschap

Overige informatie

De inhoud en vorm van de scriptie wordt vastgesteld in overleg met de
TTW- docent die de scriptie begeleidt. Deze begeleider vraagt een andere
docent om als tweede lezer te fungeren. Gewoonlijk is dit een andere
TTW- docent, maar als het scriptie-onderwerp daarom vraagt, kan de
tweede lezer ook een collega van een andere opleiding zijn, zowel binnen
als buiten de faculteit en de universiteit.

Algemene informatie

Vakcode L_WAMATWSSCR
Studiepunten 18 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. M.M.R. Coene
Examinator prof. dr. M.M.R. Coene
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: