Professionele ontwikkeling masterjaar 3

2019-2020

Inhoud vak

Om zelfstandig naar de professionele standaard te kunnen functioneren
dient iedere arts te beschikken over een arsenaal aan competenties die,
afhankelijk van de situatie, beurtelings of simultaan worden ingezet.
Deze zogenaamde CanMedsrollen én een extra CanMedsrol - reflector - zijn
in het VUmc vertaald in onderwijslijnen.
Het belangrijkste doel van professionele ontwikkeling is om de studenten
tot geleidelijke ontwikkeling en groei in de vereiste
competenties/vaardigheden te laten komen. Deze ontwikkeling vraagt ook
later tijdens de beroepsuitoefening als arts continu om aandacht en
onderhoud (‘life-long-learning’).

Tijdens de masteropleiding geneeskunde loopt de onderwijslijn
professionele ontwikkeling (PO) als een rode draad door alle jaren en
coschappen heen. De student oefent tijdens de coschappen alsook in
stages en symposia de competenties die een arts nodig heeft en krijgt
gerichte concrete feedback, zo mogelijk gebaseerd op directe
observaties. In de loop van de opleiding neemt het niveau en de
complexiteit toe en leren de studenten kennis, vaardigheden en gedrag te
integreren in steeds complexere situaties, waarbij het accent
geleidelijk verlegd wordt van expliciet naar impliciet. In masterjaar 3
integreert de student in de semiartsstage alle geleerde competenties en
functioneert, onder supervisie van stafleden (medisch specialisten), als
(bijna) zaalarts voor een klein zaaltje met patiënten of heeft eigen
polispreekuren. Deze ontwikkeling geldt niet alleen voor vaardigheden
maar ook voor aspecten van professioneel gedrag (PG),
hetgeen bij alle opeenvolgende coschappen integraal en onlosmakelijk
(mede-) beoordeeld wordt.

(Overig) PO-onderwijs
In elk masterjaar worden vier symposia georganiseerd. Studenten mogen
zelf een keuze maken uit het actuele aanbod en dienen aan 2 van de 4
symposia in een masterjaar deel te nemen. In de symposia worden PO
thema’s belicht waarbij speciale nadruk ligt op integratie van
competenties/items die nog niet of weinig aan bod zijn geweest, en op de
rol van de arts in de toekomstige zorg. Er wordt zoveel mogelijk
aangesloten bij de actualiteit. Tijdens de symposia worden verschillende
interactieve werkvormen gebruikt zoals lezingen, documentaires,
workshops en theater. Voorbeelden van onderwerpen in het derde
masterjaar zijn: partnermishandeling, wetenschappelijke integriteit,
solliciteren voor coassistenten, interpersoonlijk leiderschap en medisch
management.
De onderwijslijn academicus loopt als een rode draad door de coschappen
en stages heen: de student houdt in de semi-artsstage een referaat of
geeft een klinische les, en presenteert daarnaast een CAT. Ook de lijn
Farmacotherapie komt terug in het derde masterjaar: in de semiartsstage
wordt bijvoorbeeld een KPB farmacotherapie afgenomen aan de hand van het
WHO 6-stappenplan.
Gedurende de semi-artsstage worden er twee dagdelen besteed aan
intervisie. deze bijeenkomsten zijn verplicht.

Portfolio M08
Het portfolio is een middel om groei in professionele ontwikkeling bij
te houden. Het portfolio bestaat uit het verzamelen van ‘bewijs’ voor de
groei in de professionele ontwikkeling en een reflectie daarop in de
vorm van een individueel ontwikkelingsplan (IOP). In masterjaar 3
schrijf je als onderdeel van het portfolio 2 maal een individueel
ontwikkelingsplan (IOP). Deze worden tijdens de semi-artsstage door de
begeleider beoordeeld.

Portfolio M15
Studenten verwerken en integreren leerdoelen, leerervaringen en feedback
uit zowel de coschappen als KTO en symposia gedurende de drie
masterjaren in een portfolio (PTF). Hierbij gebruiken zij de ontvangen
feedback als basis voor het opstellen van hun (nieuwe) leerdoelen. Deze
leerdoelen zijn verankerd in het longitudinaal portfolio en de
docenten/tutoren en coschapbegeleiders begeleiden en ondersteunen de
studenten bij dit portfolio. Het masterportfolio dient vooral om de
groei in professionele ontwikkeling inzichtelijk te maken en is een
belangrijk instrument voor studenten om hier zelf sturing aan kunnen
geven. In het derde masterjaar vindt het laatste tutorgesprek over het
portfolio plaats: het portfolio eindgesprek na de semiartsstage, waarin
wordt teruggekeken op de professionele ontwikkeling aan de hand van
verzamelde resultaten en feedback in de afgelopen periode en vooruit
wordt gekeken aan de hand van een individueel ontwikkelingsplan (IOP) op
de eventueel nog komende stages in masterjaar 3 en de toekomstige
beroepsuitoefening. De ervaring met het gebruik van een PTF komt later
als arts in een vervolgopleiding goed van pas, aangezien gebruik van een
PTF hier gemeengoed is.

Onderwijsvorm

Symposia

Toetsvorm

Toetsing en het behalen van studiepunten PO in masterjaar 3 zijn
gekoppeld aan het portfolio en de voortgangstoets (VGT).
De examinator PO is eindverantwoordelijk voor de beoordeling. De
studiepunten worden toegekend indien alle onderdelen vallend onder PO
minimaal voldoende (VGT) en voldaan (portfolio) zijn.

Literatuur

Zie kernboekenlijst

Overige informatie

Coördinator: Mw. dr. U.M.H. Klumpers

Afwijkende intekenprocedure

Deelname aan alle VGT toetsen is verplicht voor masterstudenten, zodra er gestart wordt met enig onderdeel van de masteropleiding. Alleen bij verblijf in het buitenland kan een verzoek worden ingediend voor ontheffing van de aanwezigheidsplicht bij VGT toetsen. Voor meer uitgebreide informatie, zie de informatie in de VGT Canvas course.

Toelichting Canvas

Voor aanvullende details en nadere uitleg zie Canvas.
Voor de Canvas course van dit vak, kun je jezelf inschrijven.

Algemene informatie

Vakcode M_M3PO15
Studiepunten 4 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 600
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit VUmc
Vakcoördinator dr. U.M.H. Klumpers
Examinator dr. U.M.H. Klumpers
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak kun je niet zelf intekenen; het onderwijsbureau van jouw faculteit tekent je in.