Diagnostiek voor de Klinische Praktijk, Klinische psychologie

2019-2020

Doel vak

Deze cursus richt zich op kennis en praktische vaardigheden voor het
uitvoeren van gestandaardiseerde screeningsgerichte klinische
diagnostiek met aandacht voor neuropsychologische problematiek en
GGZ-problemen bij kinderen, adolescenten en volwassenen. Je ontwikkelt
begrip over diagnostiek vanuit een brede psychologische invalshoek,
zodat je als toekomstig psycholoog/pedagoog eveneens met alternatieve
hypothesen rekening kunt houden die buiten je eigen specialisatie
liggen.

Inhoud vak

De cursus Diagnostiek van de Klinische Praktijk heeft een algemeen deel
(hoorcolleges) en een specifiek deel (werkgroepen/ practica) elk met een
focus op een deelgebied van de diagnostiek in het klinische veld.
Tijdens het algemene deel komen inhoudelijke en methodologische aspecten
van de psychodiagnostiek aan de orde conform de theoretische eisen ten
behoeve van de BAPD en NVO-aantekening. Tevens maak je kennis met
psychometrische aspecten van diagnostiek en met onderdelen van de
diagnostische cyclus, waaronder het opstellen en toetsen van
diagnostische hypothesen.

Het specifieke deel van deze cursus bestaat uit één van de drie door jou
gekozen varianten waarin de kennis en vaardigheden over diagnostische
instrumenten en werkwijzen geoefend worden in werkgroepen/ practica: (1)
neuropsychologische diagnostiek, (2) klinische psychodiagnostiek en (3)
diagnostiek bij kinderen en adolescenten. Tijdens de werkgroepen/
practica oefen je met de diagnostische cyclus, het opzetten van een
diagnostisch onderzoek, hanteren van richtlijnen, kiezen van testen en
het schrijven van diagnostische rapportages om te komen tot een
integratief beeld met bijbehorende ethische overwegingen. Tevens doe je
praktische vaardigheden op met betrekking tot het afnemen, scoren en
interpreteren van variant-specifieke testen.

1. Variant klinische neuropsychologie: intelligentie, perceptie en
motoriek, geheugen, taal, executieve functies en aandacht;
2. Variant klinische psychologie: intelligentie, stemmings- en
angstklachten, persoonlijkheid, copingvaardigheden;
3. Variant kinderen en adolescenten: intelligentie, opvoeder-kind
relatie, internaliserend/ externaliserend gedrag, executieve functies.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges (2 uur per week), werkgroepen klinische psychologie en
kinderen en adolescenten (4 uur per week), werkgroepen en practica
klinische neuropsychologie (2x2 uur per week).

Toetsvorm

De toetsing van de cursus vindt plaats via drie onderdelen:
- tentamen (meerkeuzevragen over tentamenstof en een open vraag met een
variant-specifieke casus);
- variant-specifieke opdracht(en);
- aanwezigheidsplicht bij de werkgroepen/ practica.

Bij het berekenen van het eindcijfer van de cursus telt het cijfer voor
de opdracht(en) mee voor 40% en het cijfer voor het tentamen mee voor
60% met onderlinge compensatie, waarbij beide onderdelen afzonderlijk
met minimaal een 4.0 dienen te worden afgesloten. Indien één van beide
onderdelen lager dan een 4.0 is, dien je mee te doen met de herkansing
van het betreffende onderdeel om de cursus te kunnen afsluiten met een
voldoende. Na de studieperiode van de cursus (periode 1) is een
herkansingsmogelijkheid voor de opdracht(en) en het tentamen.

Literatuur

Zie Canvas.

Algemene informatie

Vakcode P_BDKPKL
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. D.J. Zevalkink
Examinator dr. D.J. Zevalkink
Docenten dr. D.J. Zevalkink
prof. dr. M.J.H. Huibers

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep