Gespreksvaardigheden

2019-2020

Doel vak

De student:
- kan gespreksvaardigheden bewust plannen, uitvoeren en evalueren met
gebruikmaking van literatuur en richtlijnen
- wordt zich bewust van de keuzes die hij/zij maakt en van de effecten
van het eigen handelen.
- kan aangeven welke gespreksvaardigheden op welke manier ingezet kunnen
en moeten worden, rekening houdend met de diversiteit van de
gesprekspartners
- kan helder rapporteren over de informatie uit het gesprek en over de
eigen inbreng daarin
- leert kritisch naar eigen handelen te kijken en de eigen vorderingen
en voortgang te monitoren.

Inhoud vak

Gespreksvaardigheden is het eerste vak in de vaardighedenlijn. In dit
onderdeel staat het ontwikkelen van de competenties ‘perspectief nemen’,
‘afstemmen en aansluiten’ en ‘motiverende gespreksvoering’ centraal,
welke passend zijn bij alle veranderingen waar het veld van de
jeugdhulpverlening de laatste jaren aan onderhevig is. Het accent ligt
hierbij op gespreksvormen en gespreksvaardigheden die
je kunt inzetten om de samenwerkingsrelatie met de verschillende
betrokkenen in en rond het gezin zo goed mogelijk vorm te geven.
Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de vaardigheid van student om
zich te kunnen verplaatsen in verschillende gesprekspartners en bij hen
kan aansluiten wat betreft toon en woordgebruik. Daarbij
is het van belang je bewust te zijn van diversiteit en verschillen bij
cliënten in opvattingen, achtergrond en behoeften. Door open te staan
voor het perspectief van de cliënt en daarbij aan te sluiten kan een
dialoog ontstaan, waarbij motiverende gespreksvoering wordt ingezet om
samen met de cliënt diens verwachtingen en wensen te verhelderen en
benutten.

Onderwijsvorm

In dit vak gaat het om het oefenen en ervaring krijgen met
gespreksvaardigheden en zicht krijgen op hoe het zou moeten en kunnen.
Het vak beslaat drie weken. Iedere week heeft een thema en ieder thema
bestaat uit twee werkgroepen. In de eerste werkgroep staat steeds de
theorie centraal met de vraag: hoe is het goed en hoe kan het beter? In
de tweede werkgroep wordt verdiept naar het eigen profiel. Dan staat dus
de vraag centraal: hoe doe jij het goed en wat heb je nodig om het beter
te doen?

Toetsvorm

- Verschillende opdrachten en actieve participatie ;
De opdrachten en participatie bereiden voor op het eindverslag en
geven toegang tot het mogen inleveren van het verslag. Dit onderdeel
wordt afgerond met een individueel verslag dat beoordeeld wordt met een
eindcijfer.

Indien voor de opdracht een onvoldoende is behaald, kan deze in de
volgende onderwijsperiode één keer verbeterd worden.

Literatuur

Bannink, F. (2018). Oplossingsgerichte vragen: handboek
oplossingsgerichte gespreksvoering. Pearson

Overige informatie

Dit vak vormt samen met het 9-EC-vak ‘Gezin, Opvoeding en
Hulpverlening’ één geheel. De opdrachten die je in dit vaardigheidsvak
maakt, hebben inhoudelijk betrekking op het vak ‘Gezin, Opvoeding
en Hulpverlening’ dat al eerder gestart is.

Afwijkende intekenprocedure

studenten dienen zich zelf in te tekenen voor dit vak via VUnet. Dit kan vanaf 3 september. Inteking voor de werkgroepen wordt gedaan via Canvas.

Algemene informatie

Vakcode P_BGESVPE
Studiepunten 3 EC
Periode P3
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. A. de la Croix
Examinator dr. A. de la Croix
Docenten dr. A. de la Croix

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Training*

*Voor deze werkvorm kun je geen groep kiezen, je wordt hiervoor ingedeeld.