Observatievaardigheden

2019-2020

Doel vak

De student:
• kan een observatie plannen, uitvoeren en evalueren met gebruikmaking
van literatuur en richtlijnen
• kan aangeven welke observatievaardigheden op welke manier ingezet
kunnen en moeten worden, rekening houdend met de diversiteit van de
observanten
• kan helder en betekenisvol rapporteren over de informatie uit de
observatie en over de eigen inbreng daarin.
• wordt zich bewust van de keuzes die hij/zij maakt en van de
effecten van het eigen handelen

Inhoud vak

Observatievaardigheden is het tweede vak in de vaardighedenlijn.
Observeren is een belangrijke manier om informatie te verzamelen. Met
die informatie kunnen in de klinische praktijk en onderwijs vragen
beantwoord worden over gedrag en leren van kinderen, maar ook over welke
aanpak wel en niet werkt. Binnen het vak staan drie thema's centraal:
methodisch observeren, betrouwbaar observeren en participerend kijken.
Aan de hand van casuïstiek, videomateriaal en eigen participerende
observaties worden verschillende procedures toegepast en kritisch
besproken. Bij de observaties wordt zowel naar individueel gedrag
gekeken als naar interacties. Belangrijke aandachtspunten bij de
observaties zijn de betrouwbaarheid van de observatie en de analyse
daarvan en de transparantie/navolgbaarheid van de procedure die gebruikt
is. Dit onderscheidt wetenschappelijke observatie van alledaags kijken.

Onderwijsvorm

Het vak beslaat drie weken. Elke week heeft een eigen thema en ieder
thema omvat twee werkgroepen. In de eerste werkgroep staat steeds de
theorie centraal met de vraag: hoe is het goed en hoe kan het beter? In
de tweede werkgroep wordt verdiept naar het eigen profiel. Dan staat dus
de vraag centraal: hoe doe jij het goed en wat heb je nodig om het beter
te doen? Er wordt geoefend met de planning, uitvoering en
beoordeling van de verschillende observatieprocedures en vaardigheden.
Dit gebeurt aan de hand van videomateriaal, praktijkopdrachten,
intervisie en peerreview.

Toetsvorm

Verschillende opdrachten en actieve participatie;
De opdrachten en participatie bereiden voor op het eindverslag en
geven toegang tot het mogen inleveren van het verslag.
Het vak wordt afgerond met een individueel verslag dat beoordeeld wordt
met een eindcijfer.

aanwezigheid en actieve participatie is verplicht.

Het eindcijfer wordt pas toegekend als aan de verplichtingen van het
proefpersoonschap is voldaan.

Literatuur

Goossens, F. A. (2018). Observeren in psychologie en pedagogiek:
methodologie en rapportage’ .Uitgeverij Coutinho

Overige informatie

Dit vak vormt samen met het 9-EC-vak ‘Leerling, onderwijs en
begeleiding’ één geheel. De opdrachten die je in dit vaardigheidsvak
maakt, hebben inhoudelijk betrekking op het vak ‘Leerling, onderwijs en
begeleiding’ .

Afwijkende intekenprocedure

Studenten dienen zich zelf in te tekenen voor het vak en het tentamen via VUnet. Indeling in de werkgroep wordt door docent gedaan via Canvas.

Algemene informatie

Vakcode P_BOBSPED
Studiepunten 3 EC
Periode P5+6
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. A. de la Croix
Examinator dr. A. de la Croix
Docenten dr. A. de la Croix

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Training*

*Voor deze werkvorm kun je geen groep kiezen, je wordt hiervoor ingedeeld.