Diversiteit en Goed Onderwijs

2019-2020

Doel vak

De student
1. Heeft kennis van en inzicht in verschillen tussen leerlingen in
o.a. etniciteit, SES, levensbeschouwing, taal en leervermogens.
2. heeft kennis van en inzicht in de wijze waarop met deze
verschillen wordt en kan worden omgegaan in onderwijsbeleid en praktijk
op landelijk, gemeentelijk, school en klasniveau.
3. Kan kennis en inzicht uit doel 1 en 2 toepassen in het nadenken
over wenselijke innovaties in het onderwijs.
4. Kan kritisch analyseren hoe schoolidentiteit, schoolsysteem en
(levensbeschouwelijke) burgerschapsvorming zich tot elkaar en het
landelijke onderwijsbeleid verhouden.

Inhoud vak

In dit vak gaan we in op de rol van diversiteit in het vormgeven van
goed onderwijs. Studenten zullen nadenken over de consequenties die
diversiteit heeft voor het innoveren van onderwijs, maar ook over de
noodzaak tot innoveren als gevolg van diversiteit. De vraag naar de
wijze waarop op school kan worden omgegaan met verschillen tussen
leerlingen en hoe een bijdrage kan worden geleverd aan (burgerschaps- en
levensbeschouwelijke) vorming en sociale cohesie, evenals bestrijding
van ongelijke kansen, is uiterst actueel. Ook is het belangrijk dat
onderwijs in staat is om de ontwikkeling te stimuleren van leerlingen
met verschillende leervermogens en digitale vaardigheden.
Gedurende de colleges bestuderen studenten theorievorming over
verschillen tussen leerlingen, die samenhangen met sekse, cultuur,
etniciteit, levensbeschouwing, sociaal-economische status en
leervermogens.
De studenten zullen ook worden uitgedaagd om
kritisch te kijken naar de rol van onderwijs in het reproduceren van
sociale ongelijkheid (bijvoorbeeld via selectiemechanismen, het
onderwijsaanbod, segregatie, en school- en jongerenculturen) en na te
denken over manieren waarop dat doorbroken kan worden (sociale
mobiliteit, emancipatiefunctie). We bespreken wenselijke vernieuwingen
in onderwijs die kunnen bijdragen aan meer sociale gelijkheid en
tegelijkertijd ruimte bieden aan diversiteit.

Onderwijsvorm

In de cursus wordt gebruik gemaakt van een variëteit aan
onderwijsmethoden. Na een introducerend college in week één, staat elke
week een specifiek thema of invalshoek centraal. Tijdens de werkcolleges
wordt
theoretische literatuur rond dit thema besproken en aan praktische
opdrachten gewerkt. Studenten bereiden de colleges voor door het lezen
van literatuur en het maken van opdrachten waarin de relatie van theorie
en onderwijspraktijk naar voren komt. Deze opdrachten helpen om de stof
op een actieve manier te verwerken en biedt gelegenheid om tijdens de
bijeenkomst zelf tot verdieping en uitwisseling te komen.
Tijdens de werkcolleges worden studenten onder meer uitgenodigd zich te
verplaatsen in de beroepsrol van onderwijsvernieuwer, beleidsmaker of
identiteitsadviseur. In deze rol gaan studenten praktisch aan het werk
vanuit de theorie. Niet alleen streven we op deze manier verdieping van
inzichten na, ook streven we ernaar om studenten zo actief bij de
problematiek te betrekken.

Toetsvorm

Het vak wordt afgerond met het schrijven van een artikel voor een
vaktijdschrift (HJK, Zone, JSW, Didactief, PIP, Verus Magazine, School!
enz.).
Daarnaast moet 75% van de opdrachten tijdig ingeleverd en met een
voldoende
afgerond zijn.

Doelgroep

Dit vak maakt deel uit van de master Onderwijs en Innovatie. In principe
staat het vak open voor studenten van andere masters. In overleg met de
vakcoördinator kan bepaald worden of deze student voldoende
basiskennis/-ervaring heeft om deel te nemen.

Algemene informatie

Vakcode P_MDIVGON
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. G.D. Bertram-Troost
Examinator dr. G.D. Bertram-Troost
Docenten dr. G.D. Bertram-Troost
dr. M. Dobber

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: