Innovatie en Goed Onderwijs: Theorie

2019-2020

Doel vak

Studenten zijn in staat om op basis van pedagogische, onderwijskundige,
filosofische, historische en sociologische theorievorming kritisch na te
denken over onderwijs en de implementatie en evaluatie van innovaties
daarbinnen.
Tevens zijn studenten in staat om verworven kennis en ontwikkelde
inzichten mondeling en schriftelijk op een heldere manier te
communiceren.

Concreter ontwikkelen studenten in deze cursus:
1. Inzicht in de geschiedenis van onderwijsinnovaties;
2. Inzicht in pedagogische, onderwijskundige en sociologische theorieën
die relevant zijn voor evaluatie en ontwikkeling van
onderwijsinnovaties;
3. Het vermogen om de pedagogische en ethische wenselijkheid van
innovaties te evalueren;
4. Inzicht in de toepassing van theoretische inzichten in specifieke
praktische innovaties;
5. Het vermogen om inzichten zowel schriftelijk als mondeling over te
dragen aan medestudenten en docenten.

Inhoud vak

Onderwijsinnovaties bestaan al zo lang als mensen onderwijs geven.
Innoveren is dus niets nieuws, zoals het historisch overzicht aan het
begin van het vak duidelijk zal maken; de nadruk op het belang ervan is
dat wel. Maar niet elke verandering is een verbetering. De samenleving
verandert steeds sneller; vraagt dit om onderwijs dat hiermee gelijke
tred houdt door voortdurend mee te veranderen? Dit is één van de
fundamentele vragen die in deze cursus aan bod zullen komen. Denk
hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van de nieuwste mogelijkheden van
digitale media in het onderwijs en bij het communiceren met ouders, of
aan de mogelijkheid om inzichten uit hersenonderzoek in te zetten bij de
constructie van nieuw lesmateriaal. Een andere belangrijke vraag is
waar innovaties vandaan komen en hoe ze gefundeerd (zouden moeten) zijn.
We bespreken mogelijkheden om gerichter en meer gefundeerd te werken aan
innovaties waarvan we met reden mogen aannemen dat ze het onderwijs ook
echt beter maken, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij de vertaling van de
Cultuurhistorische Activiteitentheorie (CHAT) in Ontwikkelingsgericht
Onderwijs. Concrete onderwerpen hierbij zijn ‘verwondering en
onderzoekend leren op de basisschool’, ‘spel als leercontext’ en
‘dialogisch onderwijzen’. Een derde vraag, ten slotte, is wat de
(langere-termijn) gevolgen van verschillende onderwijsinnovaties zijn.
Het gebruik van digitale media heeft bijvoorbeeld zowel bedoelde als
onbedoelde gevolgen voor de rol van de leerkracht. En het gebruik van
leerlingvolgsystemen heeft mogelijk gevolgen voor de kansen die
leerlingen in het maatschappelijk leven hebben. In dit vak vormt
pedagogische, onderwijskundige, filosofische en sociologische
theorievorming de basis voor reflectie op deze vragen.

Onderwijsvorm

Een combinatie van hoor- en werkcolleges (1 hoorcollege en 1 werkcollege
per week)

Toetsvorm

Individueel paper (90% van het cijfer) en mondelinge presentatie voor
medestudenten en docent (10% van het cijfer).

Literatuur

Op canvas staat de lijst met artikelen

Afwijkende intekenprocedure

Studenten dienen zich via VUnet zelf in te tekenen voor alle onderwijsactiviteiten van dit vak.

Aanbevolen voorkennis

- Darling-Hammond, L. (2008). Powerful learning.
- Joseph, P.B. (eds.) (2011), Cultures of Curriculum (2nd Edition).
Mahwah: Erlbaum.

Algemene informatie

Vakcode P_MINGOT
Studiepunten 6 EC
Periode P2
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. M. Dobber
Examinator dr. M. Dobber
Docenten dr. M. Dobber
dr. A. Schinkel

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: