Opvoeding en Onderwijs in de 21e eeuw.

2019-2020

Doel vak

1. Je kunt uitleggen wat de volgende wetenschappelijke theorieën
inhouden en overzien wat de implicaties van deze theorieën zijn voor de
(ortho)pedagogische praktijk (eindtermen 1, 2, 3):
a. Ontwikkelingspsychopathologie,
b. Dynamische systeembenadering
c. Executief functioneren
d. Gehechtheidstheorie, intergenerationele overdracht
e. Differential susceptibility
f. Embodied cognition
2. Je bent in staat tot het interpreteren van onderzoeksresultaten uit
empirische artikelen in relatie tot wetenschappelijke theorieën en
maatschappelijke vraagstukken (eindtermen 1, 2, 3).
3. Je bent in staat tot het interpreteren en kritisch evalueren van
methoden van
onderzoek (oa. moderatie/mediatiemodellen en meta-analyses) voor studies
naar opvoeding en onderwijs (eindtermen 6, 7, 9, 10).
4. Je kunt onderzoeksresultaten vanuit meerdere bronnen vergelijken en
integreren en hierover schriftelijk rapporteren voor de klinische en
onderwijspraktijk (eindtermen 6, 7, 9).

Inhoud vak

Binnen dit vak worden belangrijke theorieën behandeld omtrent de
ontwikkeling van kinderen. Wat hierbij centraal staat, is dat de
ontwikkeling van kinderen niet in een vacuüm plaatsvindt, maar binnen
verschillende contexten, zoals het gezin, de school waarop het kind zit,
het land waarin het kind woont en de tijd waarin het kind opgroeit. Al
deze contexten beïnvloeden het kind en het kind beïnvloedt in meer of
mindere mate deze contexten. Door de tijd heen volgt ieder kind hierdoor
zijn eigen, individuele ontwikkelingspad, waarvan de uitkomsten moeilijk
te voorspellen zijn. Sommige kinderen volgen een ‘adaptief pad’, waarbij
er geen reden is tot zorgen. Het kind realiseert zichzelf met
gebruikmaking van zijn omgeving en als er moeilijkheden opdoemen, worden
deze overwonnen. Andere kinderen vertonen een ‘maladaptief
ontwikkelingspad’ dat het functioneren en leren in de kindertijd en
later kan belemmeren. Daarnaast zijn er kinderen die functioneren op een
adaptieve manier, maar waarbij er toch redenen zijn tot zorgen, omdat
zij zich bevinden in een context die hen voor allerlei uitdagingen
stelt, zoals wanneer kinderen zich thuis steeds moeten aanpassen aan
ruzie tussen de ouders. Deze aanpassingen kunnen ervoor zorgen dat
kinderen moeite hebben met bepaalde algemene vaardigheden, zoals
zelfregulatie, sociale cognitie en motivatie. Naast deze
ontwikkelingspaden zijn er ook risicofactoren en beschermende factoren
die de ontwikkeling beïnvloeden. In dit vak bekijken we al deze
ontwikkelingsprocessen en proberen we te begrijpen hoe afwijkende
ontwikkelingspaden tot stand komen en hoe we die weer kunnen bijsturen.

Onderwijsvorm

Dit vak bestaat uit 7 hoorcolleges en 7 werkgroepen.

Toetsvorm

Studenten krijgen een cijfer dat gebaseerd is op de cijfers voor twee
deel-opdrachten. Het eindcijfer dient gemiddeld voldoende te zijn om het
vak te behalen, beide onderdelen dienen minimaal met een 5.0 te worden
beoordeeld. Wanneer aan deze eis niet voldaan is, kunnen met een
onvoldoende beoordeelde onderdelen worden herkanst.

Deelresultaten blijven uitsluitend geldig in het studiejaar waarin de
resultaten behaald zijn.

Literatuur

Voor dit vak maken we gebruik van wetenschappelijke artikelen. De
volledige lijst met artikelen wordt tzt bekend gemaakt via Canvas.

Afwijkende intekenprocedure

Studenten kunnen zich voor dit vak niet zelf intekenen voor de werkgroepen. Zij worden door de docent ingedeeld via Canvas.

Algemene informatie

Vakcode P_MOPVON21
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. M.L. Verhage
Examinator dr. M.L. Verhage
Docenten dr. M.L. Verhage

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep*

*Voor deze werkvorm kun je geen groep kiezen, je wordt hiervoor ingedeeld.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: