Risicovol Ouderschap

2019-2020

Doel vak

In deze masterclass maakt de student kennis met het brede veld van
risicovol ouderschap. De student verwerft niet alleen kennis en inzicht
in recente
bevindingen vanuit wetenschappelijk onderzoek maar leert ook lacunes in
kennis te
identificeren alsmede de kwaliteit van bestaand onderzoek te
beoordelen.

Overkoepelende leerdoelen van deze cursus zijn:
• Je kunt verschillende factoren die een rol spelen bij risicovol
ouderschap beschrijven en herkennen en deze relateren aan hedendaagse
theorieën, methoden van onderzoek en interventies gericht op gezinnen ;
• Je kunt empirisch onderzoek of voorstellen voor onderzoek op het
terrein van risicovol ouderschap kritisch evalueren, sterke en zwakke
punten benoemen en hiaten identificeren.
• Je kunt constructief feedback geven op onderzoeksvoorstellen.

Specifieke leerdoelen Werkgroep variant 1:
• Je kunt modellen en theorieën voor risicovol ouderschap integreren en
op basis daarvan een innovatief en relevant onderzoeksidee ontwikkelen
rondom een interventie dat voldoet aan de hiertoe opgestelde criteria
voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
• Je kunt je wetenschappelijke kennis en inzichten op academisch niveau
zowel mondeling als schriftelijke communiceren

Specifieke leerdoelen Werkgroep variant 2:
• Je kunt opvoeder-kind interacties in gezinnen en professionele
settings betrouwbaar observeren aan de hand van wetenschappelijk
onderbouwde instrumenten
• Je kunt je conclusies op basis van je observaties op een adequate
wijze schriftelijk onderbouwen.
.

Inhoud vak

In het kader van vroegtijdige signalering van problemen binnen gezinnen
is het belangrijk om aandacht te besteden aan ouders. Hoe beleven zij
het ouderschap, hoe gaan zij om met moeilijke opvoedsituaties en hoe
zien en interpreteren zij het gedrag van kind? Ook bij reeds
aanwezige signalen van kindermishandeling is meer inzicht in het
ouderschap en gezinsfunctioneren belangrijk met het oog op begeleiding
en interventie. Welke aspecten van het ouderschap zijn belangrijk als je
de invloed van ouders op de ontwikkeling van hun kinderen in kaart wilt
brengen? Op welke factoren zou je screening en diagnostiek moeten
richten en wanneer kun je spreken van ‘risicovol’ ouderschap?

In deze masterclass wordt er vanuit verschillende verklaringsmodellen,
waaronder de gehechtheidstheorie, de sociaal cognitieve theorie en
psychobiologische modellen, gekeken naar kenmerken van risicovol
ouderschap waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen zogenaamde
dynamische en statische factoren en de implicaties voor screening,
diagnostiek en interventie. Centraal in het vak staan mogelijke
verklaringen voor de vraag waarom sommige ouders, ondanks mogelijk de
beste bedoelingen, niet in staat zijn een veilige opvoedingsomgeving te
creëren voor hun kinderen.

Bij deze masterclass worden twee varianten
werkgroepen aangeboden. In de eerste variant werken de studenten aan
een onderzoeksvoorstel op basis van de kennis over risicovol ouderschap
die ze opdoen tijdens de hoorcolleges. De studenten verwerken de
bestudeerde
literatuur in een onderzoeksvoorstel en verzamelen ook zelf nieuwe
literatuur.
De studenten geven elkaar onderling feedback op de onderzoeksvoorstellen
en
presenteren de voorstellen tijdens de werkgroepen.
In de tweede variant werkgroepen nemen de studenten deel aan een
codeertraining,
waarin zij opvoeder-kind interacties in gezinnen en professionele
settings leren
observeren aan de hand van wetenschappelijk onderbouwde instrumenten.
Na de training werken zij zelfstandig aan het coderen van videomateriaal
op
basis waarvan intercodeurbetrouwbaarheid zal worden berekend. Daarnaast
geven studenten in deze werkgroep variant feedback op de
onderzoeksvoorstellen
van studenten uit werkgroep variant 1.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges (4), Werkgroepen
Werkgroep variant 1: 4 verplichte werkgroepen, peer-feedback, zelfstudie
(literatuurstudie & schrijven onderzoeksvoorstel)
Werkgroep variant 2: 1 week codeertraining (ma-vrij: 40 uur, gepland in
periode 3), betrouwbaarheidsset, peer-feedback

Toetsvorm

Werkgroep variant 1: Individueel onderzoeksvoorstel (75%) en een
presentatie van dat voorstel (25%). Beide
deelresultaten moeten voldoende zijn. De deelresultaten zijn uitsluitend
geldig in het studiejaar waarin de resultaten behaald zijn.

Tijdens het vak reviewen studenten ook elkaars onderzoeksvoorstellen. De
docent beoordeelt de ingeleverde review-verslagen als ‘voldoende’ of
‘onvoldoende’. De waardering 'voldoende' (voor alle geschreven reviews)
is voorwaardelijk voor het halen van het vak.

Werkgroep variant 2:
Voldoende overeenstemming met expertscores (r >.70) op de
betrouwbaarheidsset . Daarnaast dienen studenten drie ingevulde
feedbackformulieren in te leveren op basis waarvan zij een cijfer
ontvangen. De feedbackformulieren hebben betrekking op de
onderzoeksvoorstellen van 3 peers uit werkgroep variant 1.

Literatuur

Diverse artikelen (Zie studiehandleiding) en codeerhandleiding (alleen
voor studenten van werkgroep variant 2).

Doelgroep

Deze masterclass is een keuzevak binnen de Mastertrack Orthopedagogiek /
Pedagogische Wetenschappen. In principe staat het vak open voor
studenten van andere masters. In overleg met de vakcoördinator kan
bepaald worden of deze student voldoende basiskennis/-ervaring heeft om
deel te nemen.

Afwijkende intekenprocedure

Notitie bij inschrijving: De master Orthopedagogiek kent drie masterclass vakken, te weten: Leren en Schools presteren, Stress en maladaptieve ontwikkeling, Risicovol ouderschap. Kies één masterclass die je wilt volgen. Inschrijving voor deze masterclass gaat via VUnet. Om studenten gelijk over de drie masterclasses te verdelen is er een maximaal aantal inschrijvingen vastgesteld. Indien een masterclass vol is, schrijf je dan in voor een masterclass waar nog wel plek is. Het is NIET toegestaan om je voor meerdere masterclasses in te schrijven. Als dat geconstateerd wordt, zullen die intekeningen geannuleerd worden. Informatie over de inschrijving voor werkgroep variant 1 of 2 ontvang je via de Master Canvaspagina. Er is een beperkt aantal plekken beschikbaar in variant 2. Studenten die de codeertraining moeten volgen voor hun Mthese, krijgen voorrang.

Algemene informatie

Vakcode P_MRISOUD
Studiepunten 6 EC
Periode P2+3
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. M. Oosterman
Examinator dr. J.C. de Schipper
Docenten dr. M. Oosterman
dr. J.C. de Schipper

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege