Beginselen strafrecht

2019-2020

Doel vak

Het doel van dit vak is het verschaffen van kennis van en inzicht in het
Nederlandse strafrecht en in het bijbrengen van de vaardigheid om
volgens een methode van rechtsvinding casusvragen op het gebied van het
strafrecht te beantwoorden.

Inhoud vak

De belangrijkste onderwerpen van het materiële strafrecht (bijv. opzet,
strafuitsluitingsgronden en poging) en van het formele strafrecht (bijv.
dwangmiddelen en bewijsrecht) worden aan de orde gesteld. Het materiële
en het formele strafrecht worden zoveel mogelijk als geïntegreerd
systeem behandeld. De internationale inbedding van het Nederlandse
strafrecht komt aan de orde doordat aandacht wordt besteed aan de rol
van Europese mensenrechten.

Law in Action:
Samenwerking met de praktijk
Hoorcolleges worden gegeven door een docent die gedetacheerd is als
rechter en daardoor allerlei thema’s kan illustreren aan de hand van
actuele en concrete voorbeelden uit haar werk.

Juridische leerstukken worden uitgelegd aan de hand van een
maatschappelijk thema Maatschappelijk thema: levenslange
gevangenisstraf (bij sancties).

Onderwijsvorm

Het onderwijs wordt gegeven in de vorm van hoorcolleges (2 uur per week)
en werkgroepen (3 uur per week). Voorts wordt nog onderwijs verzorgd in
de vorm van casuscolleges of praktijkcolleges (1 uur per week).

Toetsvorm

Geroosterd schriftelijk tentamen.

Vereiste voorkennis

Voor toegang tot de werkgroep is vereist:
- het maken van de werkgroepopdrachten en eventuele andere
voorbereidende activiteiten;
- studenten mogen zonder Beginselen Strafrecht niet deelnemen aan de
vakken Materieel strafrecht en Formeel strafrecht.

Literatuur

Gewijzigd (02-10-2019)
M.J. Kronenberg & B. de Wilde, Grondtrekken van het Nederlandse
strafrecht, Deventer: Kluwer 2018;

Overige informatie

Vragen?
Alle vragen of opmerkingen over dit vak kunnen worden gestuurd naar
beginselenstrafrecht@vu.nl.

Dit vak moet zijn behaald om te mogen deelnemen aan de tweedejaarsvakken
Materieel strafrecht en Formeel strafrecht.

Het vak draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding:
Eindtermen bachelor Rechtsgeleerdheid

De afgestudeerde bachelor beschikt over een fundamenteel academisch
werk- en denkniveau:
De student is op de hoogte van de belangrijkste leerstukken van het
materiële en formele strafrecht en de betekenis van het Europese en het
internationale recht in dit kader. Daarbij wordt van de student inzicht
verwacht in maatschappelijke tendensen die op het recht van invloed
zijn.
Eindtermen: 1, 3 en 5.

De afgestudeerde bachelor beschikt over de volgende (juridische)
vaardigheden:

Analytische vaardigheden
De student is in staat om juridische teksten begrijpend te lezen en in
eigen woorden samen te vatten. Daarbij is de student in staat om hoofd-
en bijzaken te onderscheiden. Daarnaast heeft de student inzicht in hoe
juridische argumentaties kunnen worden opgebouwd en is de student in
staat zelf een juridische argumentatie op te bouwen.
Eindtermen: 7 en 11.

Probleemoplossende vaardigheden
De student kan een juridische casus oplossen door middel van het
selecteren van relevante feiten en leerstukken waarbij stapsgewijs tot
een oplossing wordt gekomen.
Eindtermen: 12 - 14.

Communicatieve vaardigheden
De student kan een juridisch betoog mondeling helder en in correct
Nederlands presenteren.
Eindterm: 17.

Informatievaardigheden
De student is in staat juridisch relevante informatie te halen uit
juridische bronnen.
Eindterm: 21.

Eindtermen bachelor Notarieel Recht

De afgestudeerde bachelor beschikt over een fundamenteel academisch
werk- en denkniveau;
De student is op de hoogte van de belangrijkste leerstukken van het
materiële en formele strafrecht en de betekenis van het Europese en het
internationale recht in dit kader. Daarbij wordt van de student inzicht
verwacht in maatschappelijke tendensen die op het recht van invloed
zijn.
Eindtermen: 1, 3 en 5.

De afgestudeerde bachelor beschikt over de volgende (juridische)
vaardigheden:
De student is op de hoogte van de belangrijkste leerstukken van het
materiële en formele strafrecht en de betekenis van het Europese en het
internationale recht in dit kader. Daarbij wordt van de student inzicht
verwacht in maatschappelijke tendensen die op het recht van invloed
zijn.
Eindtermen: 1, 3 en 5.

Probleemoplossende vaardigheden
De student is in staat om juridische teksten begrijpend te lezen en in
eigen woorden samen te vatten. Daarbij is de student in staat om hoofd-
en bijzaken te onderscheiden. Daarnaast heeft de student inzicht in hoe
juridische argumentaties kunnen worden opgebouwd en is de student in
staat zelf een juridische argumentatie op te bouwen.
Eindtermen: 7 en 11.

Communicatieve vaardigheden
De student kan een juridisch betoog mondeling helder en in correct
Nederlands presenteren.
Eindterm: 17.

Informatievaardigheden
De student is in staat juridisch relevante informatie te halen uit
juridische bronnen.
Eindterm: 21.

Afwijkende intekenprocedure

Nieuwe eerstejaarsstudenten zullen worden ingetekend. Herhalers kunnen zich vanaf 30 augustus 2019 intekenen.

Algemene informatie

Vakcode R_BegstrR
Studiepunten 6 EC
Periode P2
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator mr. B.M.E. Mallens
Examinator mr. B.M.E. Mallens
Docenten mr. dr. B. de Wilde

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep