Forensisch bewijs: Van plaats delict tot cel

2019-2020

Doel vak

De student leert hoe hij strafrechtelijk bewijs moet waarderen, hoe hij
met scenario’s en hypotheses in strafzaken moet omgaan en krijgt kennis
aangereikt over concrete bewijsmiddelen, zowel forensisch technische als
andere.
In dit vak wordt aan de studenten de beginselen van strafrechtelijke
opsporing en bewijs bijgebracht. Het is een theoretische inleiding aan
de hand van praktijkgevallen. Er komen in grote lijnen drie onderwerpen
aan de orde. 1. De inrichting van de opsporing: hoe vindt de politie de
dader, hoe wordt bewijs tegen hem verzameld, hoe krijgt men de zaak
rond, wat is een rechercheteam. Dat soort zaken. 2. De theorie van
bewijs: wat zijn scenario’s, wat zijn bewijsmiddelen, hoe kan men iets
bewijzen, wanneer is er voldoende bewijs tegen de verdachte? 3.
Criminalistiek: wat is DNA-bewijs, hoe werkt technisch bewijs in het
algemeen en hoe werken bijzondere vormen, zoals materialenonderzoek,
kogelvergelijking, vingerafdrukken. Ook bij de criminalistiek ligt de
nadruk op kennis op basis van praktijkgevallen.
Na afloop van het vak moeten de studenten in staat zijn om de opsporing
door de politie te kunnen duiden, bewijs kunnen waarderen en op zinvol
niveau kunnen meepraten over de waarde van zowel technisch als
niet-technisch bewijs.

Inhoud vak

Het vak Forensisch bewijs gaat over bewijs en bewijsmiddelen.
In elke strafzaak speelt bewijs een rol. Meestal gaat dat over de vraag
of de verdachte het misdrijf pleegde of niet. In de meeste zaken is het
beantwoorden van die vraag vrij eenvoudig omdat er veel bewijs is. In
een deel van de zaken is het een stuk ingewikkelder en gaan allerlei
bewijsvragen spelen. Die gaan dan over de manier waarop bewijs moet
worden gewaardeerd. Een deel van het vak wordt besteed aan de manieren
waarop bewijs kan worden gewaardeerd en de resultaten van die
waardering. Daartoe worden bewijstheorieën besproken aan de hand van
bekende en minder bekende strafzaken.
Een tweede deel van het vak gaat over bewijsmiddelen. Dat zijn
bijvoorbeeld de resultaten van forensisch technisch onderzoek. Dat zijn
bijvoorbeeld ook de verklaringen van getuigen. Veel van dergelijke
vormen van bewijs zullen worden besproken. Men leert in het vak niet om
DNA-profielen vast te stellen, maar wel hoe de resultaten van
DNA-onderzoek kan worden gewaardeerd en welke betekenis dat heeft voor
de schuldvraag. Men leert ook niet om vingerafdrukken veilig te stellen,
maar wel wat vingerafdrukken kunnen betekenen.

Onderwerpen die aan de orde komen zijn:
1. Soort opsporingszaken, manieren van opsporing, werk van de politie en
bijdrage van het publiek.
2. De spelers in de opsporing.
3. Opsporingsmethoden en de gebruikelijke manier van werken bij een
lijkvinding.
4. Onderzoek van een plaats delict.
5. Vormen van bewijs.
6. Scenario-denken, Karl Popper, bewijsmiddelen, waardering van bewijs,
waarde van bewijs.
7. Klassieke statistiek en Bayesiaans redeneren. Rekenen met bewijs.
8. Beginselen en historie van de criminalistiek.
9. DNA-bewijs en de toepassing ervan. Soorten DNA-bewijs.
10. Vingerafdrukken.
11. Kogelvergelijking en andere vormen van technisch bewijs.
12. De waarde van getuigenbewijs en andere vormen van niet-technisch
bewijs.
13. Relatie tussen vormen van bewijs en hetgeen moet worden bewezen.

Let op: In het vak komen concrete strafzaken aan de orde. Om die reden
mogen van de colleges en de werkgroepen geen opnames – met geluid, met
video, of met beide – worden gemaakt en mogen geen computers,
tablets of telefoons worden gebruikt.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

Toetsvorm

Geroosterd schriftelijk tentamen

Literatuur

Boek:
P.J. van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke
dwalingen. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.

Artikelen:
De juridische kant
1. J.W. de Keijser, E.G.M. de Lange & J.A. van Wilsem (2014) Wrongful
convictions and the Blackstone ratio: An empirical analysis of public
attitudes. Punishment and Society, 16, 32-49.
2. S.M. Kassin, I.E. Dror & J. Kukucka (2013) The forensic confirmation
bias: Problems, perspectives, and proposed solutions. Journal of Applied
Research in Memory and Cognition, 2, 42-52.
3. D.L. Shapiro (2012) What is all the fuss about Daubert?: A
re-analysis. Psychological Injury and Law, 5, 202-207.
4. Aben, D. J. C. (2019). Juridische aspecten van (grootschalig)
DNA-verwantschapsonderzoek. Expertise en Recht, 2019, 20-33.

Forensica
5. A.P.A. Broeders (2016) Forensisch bewijs. In: M. Boone, C. Brants &
R. Koo (red.), Criminologie en Strafrecht (2e ed., pp. 117-161). Den
Haag: Boom.
6. A.P.A. Broeders (2011) Het forensisch tekort. Expertise en Recht,
2011, 142-151.
7. H. van den Heuvel & J. de Koeijer (2017) Interdisciplinair Forensisch
Onderzoek: Meer dan de som der delen. Trema, 40, 215-224.
8. P.J. van Koppen, J.J. van der Kemp & M.D.S. Wijkman (in druk).
Rapporteren over activiteiten op de plaats delict: Over de keuze tussen
daders. Expertise en Recht.
9. P.J. van Koppen & R. Horselenberg (2018). Waarom er in België en
Nederland geen rechterlijke dwalingen zijn. Expertise en Recht, 2018,
276-281.

Sporen
10. M. Malsch, M. Lammers & T. van den Berg (2018) De meerwaarde van
handpalmafdrukken voor de opsporing en vervolging. Expertise en Recht,
2018, 4-11.
11. A. de Jongh, A.R. Lubach, S.L. Lie Kwie & I. Alberdink (2019).
Measuring the rarity of fingerprint patterns in the Dutch population
using an extended classification set. Journal of Forensic Sciences, 64,
108-119.
12. J.T. Wixted (2016) Whether eyewitness memory or DNA, contaminated
forensic evidence is unreliable. Observer (November). (te vinden op:
https://www.psychologicalscience.org/observer/whether-eyewitness-memory-
13. M.J. Hoogendoorn (2014) De waarde van Tannerschalen bij de bepaling
van de kennelijke leeftijd van een model. Delikt en Delinkwent, 44,
90-107.
14. M.J. Saks, T. Albright, T.L. Bohan, B.E. Bierer, C.M. Bowers, M.A.
Bush, P.J. Bush, A. Casadevall, S.A. Cole, M.B. Denton, S. Seidman
Diamond, R. Dioso-Villa, J. Epstein, D.L. Faigman, L. Faigman, S.E.
Fienberg, B.L. Garrett, P.C. Giannelli, H.T. Greely, E.J. Imwinkelried,
A. Jamieson, K. Kafadar, J.P. Kassirer, J.J. Koehler, D. Korn, J.L.
Mnookin, A.B. Morrison, E. Murphy, N. Peerwani, J.L. Peterson, D.M.
Risinger, G.F. Sensabaugh, C. Spiegelman, H. Stern, W.C. Thompson, J.L.
Wayman, S.L. Zabell & R.E. Zumwalt (2016) Forensic bitemark
identification: Weak foundations, exaggerated claims. Journal of Law and
the Biosciences, 3, 538-575.
15. L. Meulenbroek & D.J.C. Aben (2019). Grootschalig
DNA-verwantschapsonderzoek: Grote doorbraken, toenemende mogelijkheden,
hoe verder? Expertise en Recht, 2019, 1-15.

Bewijsmodellen: Bayes, scenario’s en argumentatie
16. Prakken, H. (2018). Kansoordelen door deskundigen: Over ‘logisch’
rapporteren en wat daarbij mis kan gaan. Ars Aequi, 67, 740-747.
17. P.J. van Koppen & A.R. Mackor (in press). A scenario-approach to the
Simonshaven case. Topics in Cognitive Science.
18. H. Prakken (2014) Strafrechtelijk bewijzen: Met Bayes of met
verhalen? Of is er een derde weg? Expertise en Recht, 7, 4-19.
19. H. Prakken & R. Meester (2017) Bayesiaanse analyses van complexe
strafzaken door getuige-deskundigen: Betrouwbaar en zo ja: nuttig?
Expertise en Recht, 2017, 185-197.

Doelgroep

Behalve voor reguliere studenten, staat het vak ook open voor:
- Bijvakstudenten en contractanten.
- Masterstudenten Rechtsgeleerdheid die de afstudeerrichting Strafrecht
volgen. Zij kunnen zich inschrijven via de onderwijsadministratie
(onderwijsadministratie.rechten@vu.nl).

Vakken van een masteropleiding van de faculteit zijn alleen te volgen
als je beschikt over een diploma dat toegang geeft tot de betreffende
master/afstudeerrichting.

Algemene informatie

Vakcode R_Forbew
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator dr. M.V. van Koppen
Examinator dr. M.V. van Koppen
Docenten dr. M.V. van Koppen
prof. dr. P.J. van Koppen
dr. J.J. van der Kemp

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: