Overheid en privaatrecht

2019-2020

Doel vak

Doel van dit vak is het verwerven van inzicht in het optreden van de
overheid in privaatrechtelijke verhoudingen en de student vertrouwd te
maken met de omstandigheid dat de overheid in verschillende werelden
opereert. Aan het eind van dit vak dient men de casuïstiek op dit
terrein zelf te kunnen rubriceren en rechtsvragen zelfstandig te kunnen
beantwoorden aan de hand van wetgeving, jurisprudentie en literatuur.
Voorts dient men dan vertrouwd te zijn met de verschillende theoretische
invalshoeken die hiervoor kunnen worden gekozen.

Eindtermen master RCH: 1-10, 12 en 15-17.

Inhoud vak

Overheid en Privaatrecht is een integratievak, dat de werelden van
publiekrecht en privaatrecht integreert.
Veel juristen krijgen met de verhouding tussen publiek- en privaatrecht
te maken, ongeacht of ze nu werkzaam zijn bij de overheid, bij
particuliere organisaties, in het bedrijfsleven, in de wetenschap of in
een rechtsprekend of adviserend beroep (advocatuur, notariaat, enz.). De
praktijk houdt zich nu eenmaal niet goed aan de kunstmatige
onderverdeling van het recht in aparte deelgebieden. Voor juristen die
met de overheid hebben te maken, is daarom kennis van het terrein
‘Overheid en Privaatrecht’ eigenlijk onmisbaar.
De overheid maakt in veel situaties gebruik van het privaatrecht.
Tegelijk staat ook een privaatrechtelijk optredende overheid
allesbehalve los van staats- en bestuursrechtelijke kaders. Dit levert
een spanningsveld op, dat zowel theoretisch als praktisch van zeer grote
betekenis is.
In dit vak komen onder meer de volgende vragen en onderwerpen aan de
orde:
• Welk overheidshandelen dient als privaatrechtelijk te worden
aangemerkt?
• Hoeveel ruimte heeft de overheid om de privaatrechtelijke weg te
bewandelen en waarom is daar behoefte aan?
• Wat betekent dit voor privatisering en verzelfstandiging?
• Wat is de betekenis van de doorwerking van publiekrechtelijke normen
in privaatrechtelijke verhoudingen?
• Hoe democratisch is het privaatrechtelijke overheidsoptreden?
• Welke rechter is bevoegd kennis te nemen van dit soort geschillen?
• Hoe dient de verhouding tussen publiekrecht en privaatrecht te worden
opgevat?

Deze algemene vraagstukken worden toegepast op een aantal rechtsfiguren
dat in het overheidsprivaatrecht van bijzonder belang is, zoals:
• overheidsstichting en overheidsvennootschap;
• overheidscontracten;
• overheidseigendom;
• aansprakelijkheid jegens de overheid (handhaving).

Onderwijsvorm

Er worden hoorcolleges en aansluitende werkgroepen gegeven. Van de
studenten wordt een actieve inbreng verwacht. De twee thuis te maken
vaardigheidsopdrachten worden op het college besproken.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen. De twee thuis te maken vaardigheidsopdrachten
tellen elk voor 10% mee voor het eindcijfer en kunnen dan ook als
take-home tentamenvraag worden beschouwd.

Literatuur

- Boek: P.J. Huisman & F.J. van Ommeren, Hoofdstukken van
privaatrechtelijk overheidshandelen, Deventer: Wolters Kluwer 2019.
- Eventueel aanvullend materiaal in een (digitale) reader.

Doelgroep

Behalve voor reguliere masterstudenten staat het vak ook open voor:
bijvakstudenten en contractanten.

Vakken van een masteropleiding van de faculteit zijn alleen te volgen
als je beschikt over een diploma dat toegang geeft tot de betreffende
master/afstudeerrichting.

Algemene informatie

Vakcode R_OvPrivM
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator mr. P.J. Huisman
Examinator mr. P.J. Huisman
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: