Recht, ethiek en biotechnologie

2019-2020

Doel vak

Ontwikkelingen op het terrein van de medische biotechnologie raken aan
de grondslagen van het recht. Via bestudering van het juridische kader
rondom medische biotechnologie wordt de student aangezet tot kritische
reflectie over regelgeving, rechtspraak en literatuur vanuit juridisch
en rechtsfilosofisch perspectief. De student vergaart kennis van de
grondslagen van het recht en krijgt besef van de eigen aard van de
rechtsbeoefening. Daarbij worden de grenzen van het recht bekeken in het
licht van de interacties van het recht met politiek en moraal. Door
bestudering van de juridisch-ethische vraagstukken van de medische
biotechnologie leert de student inzien hoe het recht zich ontwikkelt en
manifesteert in een maatschappelijke context. Eveneens wordt ingegaan op
de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid van de rechtsbeoefenaar,
wanneer het recht geconfronteerd wordt met gevoelige morele en politieke
kwesties. In dit vak dient de student een gefundeerde en beargumenteerde
positie in te nemen in een maatschappelijk, filosofisch en juridisch
debat. Hij of zij wordt getraind hierover een deels filosofisch, deels
juridisch betoog in correct en helder Nederlands schriftelijk en
mondeling te presenteren op basis van eigen onderzoek. Daarnaast wordt
de student geleerd om op efficiënte wijze relevante ontwikkelingen bij
te houden en zijn of haar kennis te actualiseren, hetgeen van belang is
in het licht van de snelheid waarmee de ontwikkelingen op het terrein
van biomedische regelgeving plaatsvinden.

Inhoud vak

Centraal in dit vak staan de juridisch-ethische vraagstukken die
samenhangen met de ontwikkelingen op biomedisch terrein. Met name wordt
ingegaan op de betekenis van klassieke rechtsfilosofische noties als
menselijke waardigheid, rechtvaardigheid, vrijheid en gelijkheid in het
licht van de biomedische ontwikkelingen. Daarnaast wordt de student
wegwijs gemaakt in de regelgeving op biomedisch terrein.

De medische biotechnologie maakt het mogelijk vergaand in te grijpen in
het menselijk lichaam en leven. Reeds bestaande en mogelijk toekomstige
technieken als embryoselectie, genetische screening, prenatale
diagnostiek, whole genome sequencing, levensverlenging, genetische
manipulatie, synthetische biologie en klonen confronteren de jurist met
fundamentele en controversiële vragen, die raken aan de grondvesten van
het rechtssysteem. Zo staan
sinds de opkomst van medische biotechnologie de juridische grenzen
tussen persoon en zaak, leven en dood, mens en dier, en schade en toeval
ter discussie. Bovenal wordt het mensbeeld van het recht op de proef
gesteld. Een aantal voorbeelden.
Bestaat er een mensenrecht op mensverbetering? Waarom mogen mensen naar
Nederlands recht hun lichaamsmateriaal niet verkopen, maar mag de
biotech-industrie met menselijk lichaamsmateriaal dat (om niet) is
afgestaan wel degelijk winst maken? Hoe wordt de dood juridisch
voorgesteld, nu de dood door de komst van nieuwe technologieën een
steeds vloeibaardere grens wordt? Hoe moeten embryo’s, het lichaam en
daarvan afgeleid materiaal juridisch worden gekwalificeerd: als persoon
of als zaak? Hoe dienen aansprakelijkheidsvragen op het terrein van
kunstmatige voortplanting te worden beantwoord, wanneer de schadevraag
sterk verweven is met de geboorte van een kind? Hoe dienen overheden om
te gaan met nieuwe vormen van medisch toerisme, zoals orgaan- en
draagmoedertoerisme? Heeft men een recht op voortplanting, een recht op
toegang tot kunstmatige voortplantingstechnieken of zelfs een recht op
een kind?
Bij de behandeling van deze en andere vragen die voortkomen uit recente
biomedische ontwikkelingen wordt niet alleen ingegaan op de juridische
aspecten, maar ook stilgestaan bij de filosofische achtergronden en
politiek-maatschappelijke twistpunten. Daarmee past dit vak uitstekend
in het streven van de VU Faculteit Rechten naar onderwijs op het terrein
van 'law in action'.

Onderwijsvorm

In de hoorcolleges wordt de stof in hoofdlijnen behandeld en tegen een
bredere achtergrond geplaatst. Daarnaast wordt de materie geïllustreerd
aan de hand van actuele voorbeelden. Ook zullen enkele gastdocenten
spreken.

In de werkgroepen wordt de stof verder uitgediept aan de hand van thuis
gemaakte vragen en opdrachten. In de werkgroep wordt een actieve
bijdrage van de student verwacht in de vorm van deelname aan discussies,
het eenmalig houden van een referaat, en het bijhouden van het aan de
cursus gerelateerde nieuws.

Toetsvorm

Schriftelijk open-boek-tentamen (nadere informatie volgt te zijner
tijd).

Literatuur

De literatuur bestaat uit verschillende wetenschappelijke artikelen,
rapporten en nieuwsberichten die te zijner tijd via Canvas beschikbaar
worden gesteld.

Doelgroep

Behalve voor reguliere studenten, staat het vak ook open voor:
bijvakstudenten en contractanten

Overige informatie

EINDTERMEN VAN HET VAK
De afgestudeerde bachelor beschikt over een fundamenteel academisch
werk- en denkniveau;
-beseft dat het recht zich ontwikkelt en manifesteert in een
maatschappelijke context
-heeft kennis van de grondslagen van het (Nederlandse) recht,
rechtshistorische en rechtsfilosofische aspecten en heeft besef van de
eigen aard van de rechtsbeoefening

De afgestudeerde bachelor beschikt over de volgende (juridische)
vaardigheden:

Analytische vaardigheden
-lezen, begrijpen en analyseren van juridische, rechtswetenschappelijke
en rechtstheoretische teksten en betogen, waaronder jurisprudentie en
wetgeving
-kritisch reflecteren op regelgeving, rechtspraak en literatuur, onder
meer vanuit rechtshistorisch, rechtsvergelijkend en rechtsfilosofisch
perspectief; is in staat om te reflecteren op de grenzen van het
vakgebied
-reflecteren op de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid in de
maatschappelijke context waarin het recht functioneert
-is in staat om juridische argumentatiestructuren te analyseren en op te
zetten

Probleemoplossende vaardigheden
-selecteren van juridisch relevante feiten uit een feitencomplex
-selecteren van rechtsregels die bijdragen aan het oplossen van een
juridische casus
-oplossen van juridische casus, waaronder begrepen hanteren van een
systematische aanpak bij het toepassen van rechtsregels op concrete
gevallen

Communicatieve vaardigheden
-schriftelijk presenteren van een (juridisch) betoog in correct en
helder Nederlands
-mondeling presenteren van een (juridisch) betoog in correct en helder
Nederlands
-een gefundeerde en beargumenteerde positie innemen in een
maatschappelijk, juridisch debat

Informatievaardigheden
-op een efficiënte manier juridische bronnen raadplegen en informatie
verzamelen uit juridische (digitale) bibliotheken en databestanden, en
de waarde, relevantie en kwaliteit van de informatie beoordelen
- op efficiënte wijze relevante ontwikkelingen bijhouden en kennis
actualiseren

Algemene informatie

Vakcode R_Rpmmb
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator mr. B.C. van Beers
Examinator C.C. de Kluiver
Docenten C.C. de Kluiver
mr. B.C. van Beers

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: