Vennootschaps- en rechtspersonenrecht

2019-2020

Doel vak

De student heeft kennis van en inzicht in het systeem van de wet (met
name boek 2 BW), in de verschillende rechtsvormen, in het begrip
rechtspersoonlijkheid en in het functioneren van de rechtspersoon als
organisatie door middel van de organen die elk een eigen taak en
bevoegdheid hebben. Daarnaast moet de student begrip hebben van zowel
het intern functioneren van de rechtspersoon (besluitvorming) als het
functioneren van de rechtspersoon 'naar buiten toe' (vertegenwoordiging)
en de problemen kunnen oplossen die zich daarbij kunnen voordoen.
Studenten zijn zich bewust van het feit dat het vennootschaps- en
rechtspersonenrecht in ontwikkeling is en dat dit recht maatschappelijk
van belang is omdat vennootschappen en rechtspersonen de juridische
vormen zijn waarin economische en maatschappelijke activiteiten worden
ontplooid. Studenten zien dat het vennootschaps- en rechtspersonenrecht
onderdeel uitmaakt van het privaatrecht en samenhang vertoont met het
contracten- en goederenrecht. Studenten zijn in staat de voorgeschreven
literatuur, wetgeving en jurisprudentie te lezen, te begrijpen en te
analyseren. Zij kunnen uit een complex van feiten relevante informatie
selecteren, het juridische probleem formuleren, relevante wetsartikelen
en jurisprudentie toepassen op het feitencomplex, regelgeving
interpreteren, afwegingen maken en vervolgens een oplossing geven voor
het juridische probleem alsmede de keuze voor de gekozen oplossing
motiveren.
Eindtermen: 1-3, 5, 7-9, 12-14

Inhoud vak

Aan bod komen onderwerpen als de contactuele vennootschappen, de formele
en materiele kenmerken van de rechtspersoonsvormen, kapitaal, vermogen
en aandelen, de BV in oprichting, de organisatie van de rechtspersoon en
de bevoegdheden van de organen, bestuurderschap, aandeelhouderschap en
lidmaatschap, besluiten en aantasting van besluiten, vertegenwoordiging
en onrechtmatige daad van de rechtspersoon.

Law in Action:
In het vak wordt niet enig rechtsgebied centraal gesteld, maar een
maatschappelijk probleem.
We stellen geen maatschappelijk probleem centraal, maar op onderdelen
komen
maatschappelijke problemen aan de orde: vb Aanpak overlast outlaw
motorclubs, hoogte salarissen bestuurders banken (we laten ons bij de
keuze hiervan leiden door de actualiteit).

Samenwerking met de praktijk
Het onderwijsmateriaal wordt mede opgesteld door een docent werkzaam in
de praktijk

Gebruik maken van inzichten uit andere disciplines en empirische
wetenschappen
Bij uitleg onderdelen van de tentamenstof gaan we in op empirisch
onderzoek, bijv. op terrein van bestuurdersaansprakelijkheid (waarom
wel/niet instellen van aansprakelijkheidsprocedure, maatstaf
bestuurdersaansprakelijkheid (leidt lichtere maatstaf tot bange
bestuurders ) of bezoldiging van bestuurders (regels v.w.b. openbaarheid
bezoldiging bestuurders hebben tegengesteld effect).

Juridische leerstukken worden uitgelegd aan de hand van een
maatschappelijk thema
Hieraan wordt vorm gegeven door bijvoorbeeld de uitleg van de governance
van rechtspersonen aan de hand van de problematiek van vijandige
overnames beursvennootschappen. Om de tentamenstof inzichtelijk te maken
en de studenten wat dichter bij de praktijk te brengen maken wij bij het
onderwijs gebruik van een oprichtingsakte van een (bestaande (flex))BV
en een uittreksel van de inschrijving van de BV in het handelsregister.
Dit gebruiken wij bij de uitleg van de op- en inrichting van
rechtspersonen. We bespreken hierbij de rol van de notaris in het
toezicht op rechtspersonen en het functioneren van rechtspersonen in het
rechtsverkeer.

Onderwijsvorm

Iedere week is er een hoorcollege en een werkgroep. Voor toegang tot de
werkgroep is het uitwerken van de op Canvas geplaatste casus verplicht.
Het volgen van werkgroeponderwijs is op zichzelf niet verplicht.
Studenten die er echter voor kiezen de werkgroepen te volgen dienen zes
van de zeven keer aanwezig te zijn. Er is iedere week een spreekuur
waar de studenten met vragen terecht kunnen. Tijdens de onderwijsperiode
worden twee deeltoetsen georganiseerd waarin de studenten hun
studievoortgang kunnen toetsen.

Toetsvorm

Het tentamen is schriftelijk en bestaat voor 50 % uit MC vragen en 50 %
uit open vragen.
Een taalessayvraag kan deel uitmaken van het tentamen.

Literatuur

- Dijk/Van der Ploeg, Van vereniging en stichting, cooperatie en
onderlinge waarborgmaatschappij, zevende druk, bewerkt door C.H.C.
Overes, T.J. van der Ploeg en W.J.M. van Veen, Deventer: Kluwer 2019.
- P. van Schilfgaarde, Van de BV en de NV, bewerkt door J. Winter, J.B.
Wezeman en J. Schoonbrood, zeventiende druk, Deventer: Kluwer 2017.
- Studiebundel, beschikbaar via Canvas.
- Jurisprudentie, beschikbaar via Canvas.

Doelgroep

Behalve voor reguliere studenten, staat het vak ook open voor:
bijvakstudenten en contractanten

Overige informatie

Het vak draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding:

De afgestudeerde bachelor beschikt over een fundamenteel academisch
werk- en denkniveau;
-heeft kennis van en inzicht in de kernleerstukken van de
hoofdonderdelen van het geldende recht (in het bijzonder het Nederlandse
privaatrecht, staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht en internationaal
en Europees recht), alsmede de systematiek daarvan, met inbegrip van
recente ontwikkelingen
-beseft dat het recht zich ontwikkelt en manifesteert in een
maatschappelijke context

De afgestudeerde bachelor beschikt over de volgende (juridische)
vaardigheden:
Analytische vaardigheden
-lezen, begrijpen en analyseren van juridische, rechtswetenschappelijke
en rechtstheoretische teksten en betogen, waaronder jurisprudentie en
wetgeving
-kritisch reflecteren op regelgeving, rechtspraak en literatuur, onder
meer vanuit rechtshistorisch, rechtsvergelijkend en rechtsfilosofisch
perspectief; is in staat om te reflecteren op de grenzen van het
vakgebied
-reflecteren op de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid in de
maatschappelijke context waarin het recht functioneert

Probleemoplossende vaardigheden
-selecteren van juridisch relevante feiten uit een feitencomplex
-selecteren van rechtsregels die bijdragen aan het oplossen van een
juridische casus
-oplossen van juridische casus, waaronder begrepen hanteren van een
systematische aanpak bij het toepassen van rechtsregels op concrete
gevallen

Communicatieve vaardigheden
-mondeling presenteren van een (juridisch) betoog in correct en helder
Nederlands

Aanbevolen voorkennis

- Succesvolle afronding van de vakken Inleiding goederenrecht en
Inleiding verbintenissenrecht wordt aanbevolen.
* Voor deelname aan het vak Ondernemingsrecht is succesvolle afronding
van het vak Vennootschaps- en rechtspersonenrecht aanbevolen.

Algemene informatie

Vakcode R_VenReP
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator mr. C.H.C. Overes
Examinator mr. C.H.C. Overes
Docenten mr. A.J. van der Kuyl
mr. W.J. van t Spijker
mr. C.H.C. Overes
prof. mr. W.J.M. van Veen

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Deeltoets extra zaalcapaciteit, Hoorcollege, Werkgroep
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: