Verdieping aansprakelijkheid en verzekering

2019-2020

Doel vak

Aansprakelijkheid en verzekering zijn nauw met elkaar verbonden. Zonder
de aanwezigheid van verzekeringen zou een groot aantal ontwikkelingen in
het aansprakelijkheidsrecht, zoals de opkomst van
risicoaansprakelijkheid en de ruime toerekening bij personenschade, niet
mogelijk zijn geweest. In dit verdiepingsvak staat deze onderlinge
relatie centraal. In het onderdeel ‘Aansprakelijkheid’ wordt daarnaast
aandacht besteed aan onderwerpen als: de specifieke bewijsregels die
zijn ontstaan op het terrein van de werkgeversaansprakelijkheid en de
medische aansprakelijkheid en de manier waarop bij letselschade de
omvang van de schade wordt vastgesteld. Wat het onderdeel
‘Verzekeringsrecht’ betreft, zullen (onder meer) aan de orde komen: de
verschillende vormen van verzekering, praktische informatie uit de
verzekeringsbranche, de gebondenheid van de verzekeraar en de verzekerde
aan de erkenning van aansprakelijkheid, de directe actie, het
indemniteitsbeginsel en de verplichtingen van de verzekerde bij het
aangaan van de verzekering en bij schade.

Het verdiepingsvak heeft tot doel de studenten dichter bij de praktijk
te brengen. Vrijwel alle docenten zijn werkzaam in de
letselschadepraktijk of in het verzekeringsrecht of onderhouden nauwe
banden daarmee. Het komt regelmatig voor dat studenten via dit vak een
stageplaats verkrijgen in de praktijk van het aansprakelijkheids- en
verzekeringsrecht.

Het verdiepingsvak draagt bij aan bijna alle eindtermen van de
masteropleiding Rechtsgeleerdheid, maar in het bijzonder aan eindtermen
4 (besef dat het recht zich ontwikkelt en manifesteert in een
maatschappelijke context), 7 (kritisch reflecteren op regelgeving,
rechtspraak en literatuur, onder meer vanuit rechtshistorisch,
rechtsvergelijkend en rechtsfilosofisch perspectief; is in staat om te
reflecteren op de grenzen van het vakgebied), 8 (reflecteren op de eigen
maatschappelijke verantwoordelijkheid in de maatschappelijke context
waarin het recht functioneert), 11 t/m 12, 13, en 15 t/m 18.

Na het volgen van dit vak heeft de student:
o Kennis van actuele ontwikkelingen op het gebied van het
aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht
o Kennis van de relevante leerstukken en bewijsregels op het gebied van
het aansprakelijkheidsrecht, zoals de omkeringsregel, het verlies van
een kans en de invloed van predisposities en pre-existente aandoeningen
op de toerekening van letselschade
o Kennis van de wijze waarop in de letselschadepraktijk de omvang van de
schadevergoeding, daaronder begrepen het smartengeld, wordt vastgesteld
o Inzicht in de stelplicht en bewijslastverdeling bij
werkgeversaansprakelijkheid, met name bij beroepsziekten zoals
mesothelioom, longkanker, organisch psychosyndroom, RSI en burnout
o De benodigde kennis voor het oplossen van een casus waarin de
zorgplicht van de werkgever aan de orde is
o Inzicht in de partijen die in de verzekeringsbranche actief zijn, hun
onderlinge juridische verhoudingen en hun zorgplichten
o Een systematisch overzicht voor wat betreft de totstandkoming van de
verzekeringsovereenkomst, de omvang van de dekking, dekkingsgeschillen
(rond uitleg van de polisvoorwaarden), de verplichtingen van de
verzekeraar en de verzekerde bij een daadwerkelijke schade
o Praktische kennis van het verzekeringsrecht die toepasbaar is op de
privé verzekeringen van eenieder, maar vooral ook voor de situaties
waarin je op enig moment de verzekeringsovereenkomst (zoals bij schade)
op je pad zult vinden

Inhoud vak

In 2015 meldde het NRC dat een recordbedrag van 3,5 ton is uitgekeerd
aan het slachtoffer van een medische fout. Het bedrag is betaald door de
verzekeraar van het ziekenhuis waarin de fout werd gemaakt. Het bericht
heeft flink wat los gemaakt in de juridische en de medische wereld. Hoe
is dit bedrag bepaald? Is het niet te hoog en moeten we niet vrezen voor
‘Amerikaanse toestanden’? Kunnen ziekenhuizen hun verzekeringspremies
nog wel betalen als dit soort bedragen in de toekomst vaker zullen
worden toegekend? Welke invloed kan een aangesproken arts of ziekenhuis
zelf uitoefenen op de hoogte van het smartengeld? Dit is in een notendop
het soort problemen dat zal worden behandeld in dit verdiepingsvak.

Onderdeel Aansprakelijkheidsrecht
In de colleges die behoren tot dit onderdeel zal specifieke aandacht
worden besteed aan de werkgeversaansprakelijkheid en de
aansprakelijkheid voor medische fouten. In beide gevallen gaat het om
een schuldaansprakelijkheid, maar in de jurisprudentie worden aan de
zorgplicht van de werkgever aanzienlijk strengere eisen gesteld dan aan
die van de medicus. De strenge zorgplicht van de werkgever vormt het
onderwerp van de paperopdracht die in de eerste weken van het vak moet
worden geschreven. In de weken daarna wordt aandacht besteed aan de
ingewikkelde stelplicht en bewijslastverdeling bij beroepsziekten, zoals
mesothelioom, longkanker, het organisch psychosyndroom (de
‘schildersziekte’), RSI en burnout. Deze ziekten hebben vaak meerdere
mogelijke oorzaken, waardoor het bewijs van causaal verband voor
moeilijkheden zorgt. Tegen deze achtergrond zijn leerstukken ontstaan
als de omkeringsregel en de proportionele aansprakelijkheid. Bij
medische aansprakelijkheid spelen causaliteitsproblemen eveneens een
belangrijke rol. Achteraf is namelijk vaak niet goed vast te stellen of
de verslechterde gezondheid van de patiënt het gevolg is van een reeds
aanwezig ziektebeeld of de fout van de arts. Hier is het leerstuk van
het verlies van een kans tot ontwikkeling gekomen.

Behalve voor de vaststelling van de aansprakelijkheid, bestaat binnen
het onderdeel Aansprakelijkheidsrecht aandacht voor de bepaling van
de omvang van de schadevergoeding. Hoe wordt bij letselschade de hoogte
van het smartengeld vastgesteld? Welke schadeposten komen voor
vergoeding in aanmerking? Hoe wordt toekomstige schade berekend? En
welke mogelijkheden bestaan er voor het slachtoffer van een misdrijf om
zijn of haar schade in het strafproces te verhalen op de dader? Tot slot
wordt aandacht besteed aan de schadebeperkingsplicht van de benadeelde,
inhet bijzonder de verplichting om mee te werken aan
arbeidsre-integratie.

Onderdeel Verzekeringsrecht
De colleges behandelen het verzekeringsrecht in een logische en
chronologische volgorde vanaf de totstandkoming tot de beëindiging van
de verzekering en alles wat daar tussen zit. In het introductie college
wordt een overzicht gegeven van de verzekeringsbranche, de daarin
aanwezige marktpartijen en de sociale betekenis van “het verzekeren”.
Er wordt in de daaropvolgende colleges uitgebreid ingegaan op de fase
waarin de verzekering tot stand komt, de rol die het vertrouwen daarbij
speelt en hoe het verzekeringsrecht omgaat met de schending van dat
vertrouwen. Aan de hand van het verzekeringsrecht wordt behandeld als
een verzekeraar dekking weigert of als je als verzekeraar ontdekt dat de
verzekerde een onjuist opgave heeft gedaan om een hogere uitkering te
krijgen. Daarna wordt de focus gericht op de omvang van de dekking. Wat
als de polisvoorwaarden niet duidelijk zijn of als je van een
schade-uitkering financieel “beter wordt”. Is dat wenselijk en rechtens
toelaatbaar? Ook worden de grenzen verkend van wat juridisch
verzekerbaar is. Zijn verkeersboetes of is opzettelijk handelen op een
verzekering af te wentelen? In een opvolgend college wordt gekeken naar
alles rond de melding van een schade. Wie moet bewijzen dat de schade
zich heeft voorgedaan? En als dekking wordt verleend is relevant om te
weten welke plichten gelden voor de verzekerde en voor de verzekeraar.
Mag je als verzekerde bijvoorbeeld zomaar je aansprakelijkheid erkennen
of is dat aan de aansprakelijkheidsverzekeraar voorbehouden die
uiteindelijk de schade moet vergoeden? Welke maatregelen moet je nemen
om een dreigende waterschade te voorkomen als je weet dat de schade toch
is verzekerd? Naar het einde toe verlegt de stof zich naar de
maatschappelijke betekenis van de verzekering en welke morele dilemma’s
in de praktijk spelen. Mag je iemand een verzekeringsdekking weigeren,
bijvoorbeeld vanwege een strafrechtelijk verleden of omdat hij in een
achterstandswijk woont waar het vandalisme percentage hoger ligt dan
landelijk gezien?

Onderwijsvorm

In wekelijkse hoorcolleges wordt de voorgeschreven stof behandeld en
tegen een bredere achtergrond geplaatst. Daarbij wordt de materie
geïllustreerd aan de hand van actuele voorbeelden. Een groot deel van de
colleges wordt verzorgd door docenten die zelf werkzaam zijn in de
praktijk van het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht.

Naast de hoorcolleges zullen voor beide onderdelen een aantal
werkcolleges
worden gegeven. Daarbij wordt van de studenten verwacht dat zij
voorafgaand
aan de colleges een casus bestuderen en nadenken over een aantal vragen
die
tijdens het werkcollege aan de orde zullen komen. De te bestuderen casus
en de
daarbij gestelde vragen zijn vergelijkbaar met de vragen die voorkomen
in het tentamen; op die manier kunnen de studenten tijdens de cursus
reeds oefenen met en gewend raken aan de wijze van tentaminering.
Tijdens de werkcolleges zelf wordt een actieve bijdrage van de student
verwacht in de vorm van deelname aan discussies.

Tijdens een apart hoorcollege zal specifiek aandacht
worden besteed aan de nabespreking van de gemaakte paperopdrachten. Aan
het einde van de collegereeks zal een oefententamen worden besproken.
Aanwezigheid bij de colleges is niet verplicht.

Toetsvorm

Tijdens de cursus dient voor beide onderdelen een paperopdracht te
worden gemaakt.
Deze bestaat meestal uit het schrijven van een noot bij of een
procesadvies over een uitspraak of een arrest. De opdracht dient
individueel door de student te worden gemaakt. De omvang van de paper
mag niet meer bedragen dan 1400 woorden. Het cijfer voor de
paperopdracht telt voor 25% mee voor het eindresultaat van het vak als
geheel. De papers worden nabesproken tijdens een van de colleges.

Het vak wordt afgesloten met een schriftelijk tentamen. Dit betreft een
open boek tentamen, waarbij de studenten alle literatuur en
jurisprudentie en hun eigen aantekeningen mogen meenemen naar het
tentamen. Het tentamen bestaat uit een aantal casus met steeds een of
meer vragen. Het cijfer voor het tentamen telt voor 75% mee voor het
eindresultaat van het vak als geheel. Om het vak met een voldoende te
kunnen afronden, wordt als voorwaarde gesteld dat voor het schriftelijk
tentamen een voldoende is behaald (een onvoldoende voor het tentamen kan
dus niet worden gecompenseerd met een voldoende voor de paperopdracht).

Vereiste voorkennis

Geen.

Literatuur

De literatuur bestaat uit een tweetal boeken, een aantal
wetenschappelijke artikelen, rapporten en eventueel nieuwsberichten. De
boeken zullen moeten worden aangeschaft; de overige stof zal via Canvas
beschikbaar worden gesteld.

Doelgroep

Behalve voor reguliere studenten staat het vak ook open voor:
bijvakstudenten en contractanten.

Vakken van een masteropleiding van de faculteit zijn alleen te volgen
als je beschikt over een diploma dat toegang geeft tot de betreffende
master/afstudeerrichting.

Aanbevolen voorkennis

Studenten die dit vak willen volgen, wordt aanbevolen eerst het vak
Aansprakelijkheidsrecht te volgen.

Algemene informatie

Vakcode R_Verd.av
Studiepunten 12 EC
Periode P1+2+3
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator mr. dr. A.J. Van
Examinator mr. dr. A.J. Van
Docenten mr. dr. A.J. Van
prof. mr. A.J. Akkermans

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: