Wetgeving

2019-2020

Doel vak

Het doel van dit vak is allereerst een verdieping van de in de bachelor
verkregen inzichten in de juridische aspecten van wetgeving. Tevens is
een doel van het vak het verwerven van vaardigheid in het analyseren,
toetsen en opstellen van wettelijke regelingen.

Eindtermen: 2-5, 9, 10, 14-16.
Zie voor de eindtermen van de Master Rechtsgeleerdheid het Onderwijs- en
Examenreglement Master Rechtsgeleerdheid.

Inhoud vak

Voor een jurist is de wet het gereedschap waarmee gewerkt wordt. In
zoverre is de wet een gegeven. Wetten zijn er nu eenmaal. Tijdens de
rechtenstudie leert de student dan ook hoofdzakelijk hoe wetten moeten
worden gelezen. Dat wetten ooit geschreven zijn teneinde bepaalde doelen
te realiseren komt niet, althans niet structureel, aan de orde. En dat
wetten niet alleen via een grondwettelijke procedure tot stand komen,
maar daarnaast heel praktisch door mensen in elkaar worden gezet, leeft
bij de studenten wel ergens in het onderbewuste, maar speelt overigens
geen rol in de juridische opleiding. Dat is een gemis. Ten eerste levert
een vak wetgevingsleer een belangrijke bijdrage aan de vorming tot
jurist. In ieder beroep is de jurist bezig met het lezen, uitleggen en
toepassen van wetten. Door scholing in wetsanalyse, maar meer nog door
het zelf opzetten van wettelijke regelingen, krijgt men een ruime
ervaring in het snel doordringen tot de kern van wetgeving en juiste
wetsuitleg. Maar ook bestaat voor de wetgevingsjurist een fraai
carrièreperspectief. Bij met name ministeries bestaat een toenemende
behoefte aan juristen die zich specifiek met wetgeving bezig houden. Het
vak biedt dan ook een goede voorbereiding op de Academie voor Wetgeving
(www.academievoorwetgeving.nl), die door het ministerie van Veiligheid
en Justitie is opgezet om wetgevingsjuristen bij de overheid op te
leiden.
In het vak Wetgeving worden de verschillende juridische aspecten van
wetgeving en wettelijke voorschriften behandeld. Na een inleidend
college komt de
constitutioneelrechtelijke kant van wetgeving aan de orde: de betekenis
van de wetsfiguur in het licht van de beginselen van de democratische
rechtsstaat. Hierbij wordt kritisch bezien in hoeverre wetten
daadwerkelijk (kunnen) voldoen aan hetgeen er traditioneel van wordt
verwacht (democratische legitimatie, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid,
machtenscheiding). Na een onderdeel over de procedure van wetgeving,
wordt meer precies gekeken naar aard en structuur van rechtsnormen
(gebod, verbod, ontheffing, vergunning, aanspraak, definitie,
bevoegdheid, fictie, etc.). Hierna wordt aandacht besteed aan de
instrumentele functie van wetgeving. Wetten beogen doeleinden te
realiseren: bestendiging of juist verandering van gedrag. Hoe los je
files op? Door rekeningrijden, tolpoorten, een vrije baan voor auto’s
met meerdere personen, subsidie op carpoolen, of door een
maximumsnelheid van 80 km/u? En hoe zorg je dat mensen zich aan die
maximumsnelheid houden? Bezien wordt welke effecten wetten kunnen hebben
en hoe moet worden voorzien in handhaving. Ook wordt studenten geleerd
te denken in alternatieven binnen wetgeving (verbod/gebod,
vergunningstelsel, subsidie, strafrechtelijke, bestuursrechtelijke of
privaatrechtelijke handhaving) en zelfs in alternatieven voor wetgeving
(zelfregulering, convenanten, voorlichting). Het laatste college van dit
eerste deel behandelt de implementatie van Europese regelgeving.
In het tweede deel wordt het vak meer praktisch van aard: in enkele
stappen wordt toegewerkt naar het zelf ontwerpen van een wettelijke
regeling. Het onderwerp daarvan wordt nog ingevuld, waarbij zoveel
mogelijk op de actualiteit wordt ingespeeld. Om een indruk te geven: in
het jaar 2006-2007 is op verzoek van de KNVB gewerkt aan het opstellen
van een zogeheten ‘voetbalwet’, in 2007-2008 is gewerkt aan een regeling
om beginnende (minderjarige) bestuurders alvast rijervaring op te laten
doen. De afgelopen jaren kwamen de opdrachten steeds van het ministerie
van Veiligheid en Justitie: in 2012-2013 werd een regeling gemaakt om
het internetgokken te legaliseren, in 2013-2014 een Wet op de
fondsenwerving, in 2014-2015 een wijziging van de Wet wapens en munitie,
in 2015-2016 een regeling (in de Algemene wet bestuursrecht) van 'naming
& shaming', in 2016-2017 een modernisering van de Wet inzake de
strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, en in 2017-2018 een
wetsvoorstel dat de overlast door AirBNB-verhuur moet beperken.
In het kader van deel II van het vak is ook een excursie voorzien naar
een of meer
instanties waar met vakspecialisten over het onderwerp van de wettelijke
regeling wordt gesproken. De precieze bestemming hangt af van het nog te
kiezen onderwerp; te denken valt aan het bureau Wetgeving van de Tweede
Kamer, de directie Wetgeving van het Ministerie van Veiligheid en
Justitie, of de Afdeling wetgeving van de Raad van State.

Uit bovenstaande blijkt dat het vak bijdraagt aan alle vier de vormen
van Law in Action.

Onderwijsvorm

Zie bij de omschrijving van de inhoud van het vak. Het eerste deel
bestaat uit interactieve hoorcolleges waarin de theorie van wetgeving
wordt uitgelegd, mede aan de hand van thuis te maken bonusopdrachten.
Het tweede deel bestaat uit het groepsgewijs schrijven van een eigen
wetsvoorstel.

Deelname aan de colleges en practica is verplicht.

Toetsvorm

Het vak wordt getoetst aan de hand van de volgende onderdelen:
- Geroosterde schriftelijke toets.
- Werkstuk.
- Opdracht(en).

Het vak maakt gebruik van bonuspunten door middel van wekelijkse
tussenopdrachten.

Literatuur

- S.E. Zijlstra, syllabus wetgeving en wetgevingstechniek, verkrijgbaar
via de docenten
- Aanwijzingen voor de regelgeving. Deze worden tijdens het eerste
college verkocht.
- Enige aanvullende literatuur op Canvas.

Doelgroep

Behalve voor reguliere studenten staat het vak ook open voor bijvakkers
en contractanten.

Vakken van een masteropleiding van de faculteit zijn alleen te volgen
als je beschikt over een diploma dat toegang geeft tot de betreffende
master/afstudeerrichting.

Overige informatie

De toets aan het slot van deel I van dit vak kan worden herkanst in
januari of op afspraak. Deel II (het practicum) kan niet worden
herkanst; wie dit niet met goed gevolg aflegt, kan het practicum in het
volgende studiejaar volgen

Algemene informatie

Vakcode R_Verd.st.b
Studiepunten 12 EC
Periode P1+2
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator prof. mr. S.E. Zijlstra
Examinator prof. mr. S.E. Zijlstra
Docenten prof. mr. S.E. Zijlstra

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: