Verdieping bouwrecht

2019-2020

Doel vak

Studenten die dit vak met succes hebben afgerond, kunnen:
(1) de belangrijkste bouworganisatievormen, hun onderscheidende
kenmerken, hun onderlinge verschillen alsmede de belangrijkste rechtens
relevante risico's die zich binnen die vormen kunnen verwezenlijken
herkennen, toelichten en hanteren aan de hand van concrete voorbeelden;
(2) de begrippen en leerstukken van het bouwcontractenrecht in samenhang
met die van het algemeen contractenrecht, hun onderscheidende kenmerken,
alsmede de verbanden die tussen die begrippen en leerstukken kunnen
worden gelegd, herkennen, toelichten en toepassen aan de hand van
concrete voorbeelden;
(3) de belangrijkste bronnen van het bouwcontractenrecht waaruit
verbintenissen tussen de actoren bij een bouwproject kunnen ontstaan
opsommen, herkennen, toelichten en toepassen aan de hand van concrete
voorbeelden;
(4) een casus bestuderen en analyseren met het oog op het formuleren van
de te beantwoorden rechtsvraag, alsmede met het oog op het vergaren van
informatie die kan worden gebruikt bij het schriftelijk, volledig,
gemotiveerd en met behulp van de wet- en regelgeving,
standaardvoorwaarden en de jurisprudentie beantwoorden van die
rechtsvraag;
(5) kritisch reflecteren op bestaande en in de doctrine voorgestelde
oplossingen voor het voorkomen, beheersen en/of oplossen van problemen
die zich bij de realisatie van een bouwproject kunnen voordoen, al dan
niet door middel van geschilbeslechting door de gewone rechter of met
behulp van arbitrage.

Inhoud vak

Dit vak beoogt studenten in de eerste plaats vertrouwd te maken met de
feitelijke en maatschappelijke context van een bouwproces. Het gaat dan
om vragen als: welke actoren kunnen bij de realisatie van een
bouwproject zijn betrokken? Welke functies moeten in dat kader worden
vervuld? Op welke wijzen kunnen die functies organisatorisch over de
actoren worden verdeeld? Welke (rechts)verhoudingen gaan die actoren
onderling met elkaar aan? Vervolgens wordt ingegaan op zowel de
individuele belangen van de betrokken actoren als de belangen van de
samenleving als geheel die met de realisatie van een bouwproject zijn
gemoeid. Studenten leren hoe deze verschillende belangen bij een
concreet bouwproject met elkaar op gespannen voet kunnen komen te staan,
wat in dat kader de meest voorkomende problemen zijn die zich in de
praktijk kunnen voordoen en wat de juridische relevantie van die
problemen is.

Gegeven deze maatschappelijke context, worden studenten vervolgens
opgeleid in het privaatrechtelijk autonome bouwrecht met behulp waarvan
zij de hiervoor bedoelde problemen tegemoet kunnen treden. Het gaat dan
in het bijzonder om zowel de wettelijke regeling van de overeenkomst van
opdracht (Titel 7.7 BW) en de aannemingsovereenkomst (Titel 7.12 BW) als
om de standaardvoorwaarden die in de bouwpraktijk veelvuldig van
toepassing worden verklaard op architecten-, ingenieurs- en
bouwcontracten (DNR 2001, UAV 2012, UAV-GC 2005). Studenten leren wat de
belangrijkste verplichtingen zijn van partijen die de hiervoor genoemde
contracten sluiten. Ook leren zij hoe zij met behulp van het geldende
juridische kader de meest voorkomende problemen die zich bij de
realisatie van een bouwproject kunnen voordoen, kunnen voorkomen,
beheersen dan wel oplossen, al dan niet door middel van
geschilbeslechting door de gewone rechter of met behulp van arbitrage.

Bij dit alles wordt het geldende juridische kader nadrukkelijk ook zelf
aan een kritische toets onderworpen. Dat bij de realisatie van
bouwprojecten niet zelden problemen ontstaan waar de maatschappelijke
actoren maar moeilijk grip op lijken te krijgen, lijkt namelijk mede
verband te houden met de wijze waarop het juridische kader het gedrag
van die actoren probeert te sturen. Naar de verbetering van dat
juridisch kader wordt aan de VU onderzoek gedaan, waarvan de
(tussen)resultaten in het onderwijs worden betrokken.

Het onderwijs biedt de mogelijkheid om het geleerde - zowel wat betreft
de maatschappelijke context, het juridisch relevante kader als de
wisselwerking tussen beide - te toetsen aan ervaringen uit de praktijk.
In die mogelijkheid is voorzien door het aantrekken van gastdocenten uit
de praktijk die onder toezicht van en in samenwerking met VU-docenten
een belangrijke inbreng zullen leveren tijdens het onderwijs.

Omdat Verdieping Bouwrecht het kernvak is van de nieuwe
afstudeerrichting Bouwrecht in het kader van de Master
Rechtsgeleerdheid, wordt in het vak niet alleen aandacht besteed aan de
interactie van het privaatrechtelijk autonome bouwcontractenrecht met
het algemeen contractenrecht, maar ook aan de interactie met het
publiekrechtelijk bouwrecht en het economisch publiekrecht. Op die
manier wordt de relatie gelegd met andere belangrijke vakken van de
afstudeerrichting, zoals Omgevingsrecht en Aanbestedingsrecht.

Onderwijsvorm

Wekelijks worden 4 aaneengesloten contacturen aangeboden. Deze bestaan
uit 3 uur hoorcollege en 1 uur werkcollege. Het hoorcollege valt uiteen
in twee delen. In het eerste deel wordt vanuit een theoretisch
perspectief ingegaan op de maatschappelijke context van het thema dat in
de betreffende week centraal staat. Het gaat dan om de belangen van de
bij een bouwproject betrokken actoren, hoe die belangen met elkaar
kunnen "schuren" en welke gevolgen dat zoal kan hebben. Daarnaast wordt
in het eerste deel ook ingegaan op de vraag hoe wet- en regelgeving de
belangen met elkaar in evenwicht proberen te brengen. In het tweede deel
van het hoorcollege wordt ingegaan op de toepassing van de relevante
wet- en regelgeving op problematische kwesties die zich in de praktijk
voordoen bij de realisatie van bouwprojecten. Dat tweede deel van het
hoorcollege zal veelal worden verzorgd door een gastdocent uit de
praktijk. Tijdens het werkcollege oefenen de studenten met de leerstof
van de betreffende week aan de hand van casus. Voor de colleges geldt
een aanwezigheidsplicht, met dien verstande dat vooraf afmelden met een
goede reden natuurlijk mogelijk is. Het onaangekondigd niet verschijnen
wordt echter niet op prijs gesteld, in het bijzonder niet omdat
studenten, wat een aantal colleges betreft, te gast zullen zijn bij de
kantoren van gastdocenten.

Toetsvorm

Het tentamen bestaat uit drie onderdelen. Tijdens de looptijd van het
vak dienen op afzonderlijke momenten twee individuele schriftelijke
papers te worden geschreven. Aan het einde van het vak dient in de
reguliere tentamenweek nog een afsluitende schriftelijke toets te worden
gemaakt.

Literatuur

Het verplichte basisboek dat voor dit vak dient te worden aangeschaft
is: M.A.B. Chao-Duivis & A.G. Bregman, Bouwrecht in kort bestek,
Instituut voor Bouwrecht, 9e druk 2016, ISBN 978-94-6315-014-9.
De privaatrechtelijke bouwregelgeving die voor het vak relevant is, is -
met uitzondering van de UAV-GC 2005 - gebundeld in: M.A.B. Chao-Duivis,
Privaatrechtelijke Bouwregelgeving, Editie 2017, Instituut voor
Bouwrecht 2017, ISBN 978-94-6315-020-0. Aanbevolen wordt om deze bundel
aan te schaffen. De daarin opgenomen wet- en regelgeving zal - evenals
de UAV-GC 2005 - overigens ook via Canvas toegankelijk worden gemaakt.
Dat laatste geldt ook voor aanvullende verplichte en aanbevolen
literatuur en jurisprudentie.

Doelgroep

Behalve voor reguliere studenten (Master Rechtsgeleerdheid en Master
Notarieel Recht), staat het vak ook open voor bijvakstudenten en
contractanten.

Overige informatie

Dit vak is het kernvak van de afstudeerrichting Bouwrecht, een van de
afstudeerrichtingen van de Master Rechtsgeleerdheid. Aan deze
afstudeerrichting hebben zich verschillende organisaties uit de
(rechts)praktijk verbonden, zoals opdrachtgevers, bouwbedrijven en
advocatenkantoren. Voor studenten die de volledige afstudeerrichting
volgen, worden in samenwerking met deze organisaties inhoudelijke en
sociale activiteiten georganiseerd naast en in samenhang met het
onderwijs. Te denken valt aan een bezoek aan de sectie Bouwrecht van een
advocatenkantoor, een bezoek aan een bouwproject in wording, borrels,
etcetera. Studenten die wel aan het vak willen deelnemen, maar die niet
de volledige afstudeerrichting willen volgen, mogen zich nadrukkelijk
uitgenodigd voelen om ook aan te sluiten bij de hiervoor bedoelde
activiteiten.

Algemene informatie

Vakcode R_VerdBou
Studiepunten 12 EC
Periode P1+2
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Vakcoördinator prof. mr. C.E.C. Jansen
Examinator prof. mr. C.E.C. Jansen
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege