Bachelorwerkgroep Bestuurs- en Organisatiewetenschap 4

2019-2020

Doel vak

Goed begrip van de kwalitatieve en kwantitatieve basisanalyses die nodig
zijn om de Bachelor B&O te kunnen afronden. Na afloop van deze cursus
zijn studenten in staat om:

• De basisprincipes van ‘grounded theory’ methodologie te begrijpen en
af te zetten tegen andere methoden van kwalitatieve data analyse.
• Te begrijpen hoe grounded theory analyse wordt toegepast binnen de
Bestuurs- en Organisatiewetenschappen en dit zelf toe te passen.
• De basisanalyses van kwantitatief onderzoek (binnen de Bestuurs- en
Organisatiewetenschappen) te begrijpen:
• Descriptieve-, betrouwbaarheids-, factoranalyse en correlatieanalyse
toe te passen in SPSS, de resultaten te interpreteren;
• Mediatiemodellen en moderatiemodellen op te stellen, mediatie en
moderatie (binnen lineaire regressieanalyse) te toetsen in SPSS, de
resultaten te interpreteren;
• Wetenschappelijke literatuur binnen de Bestuurs- en
Organisatiewetenschap die gebruikt maakt van de behandelde
analysetechnieken te begrijpen.

Inhoud vak

In BWG4 wordt een onderscheid tussen kwalitatieve-, en kwantitatieve
methoden geïntroduceerd en uitgelegd (o.a. wanneer deze te gebruiken) en
wordt een aantal kwalitatieve en kwantitatieve analysetechnieken
behandeld die logisch volgen op onder andere de vakken BWG1, BWG2, BWG3,
Methodologie van Sociaalwetenschappelijk Onderzoek (MTSWO) en
Beschrijvende en Inferentiële Statistiek (BIS).
Binnen het vak BWG4 behandelen we zowel kwalitatieve als kwantitatieve
data-analyse. Vaak wordt er een verschil gemaakt tussen de kwalitatieve,
interpretatieve onderzoekstraditie (het begrijpen van een sociaal
fenomeen vanuit het perspectief en de context van de deelnemers in het
onderzoek) en de kwantitatieve, positivistische onderzoekstraditie (het
begrijpen van een sociaal fenomeen vanuit het perspectief van de
onderzoeker en wetenschappelijke theorie). Dit verschil betekent ook dat
kwalitatieve data-analyse vooral geschikt is voor de ontwikkeling van
nieuwe theorieën, terwijl kwantitatieve data-analyse vooral geschikt is
voor het testen van bestaande theorieën.
Binnen BWG4 starten we met een aantal kwalitatieve- en kwantitatieve
onderzoekscolleges (periode 1). Vervolgens behandelen we de ontwikkeling
van theorie in het eerste, kwalitatieve deel (periode 2,
november-december) en het testen van theorie in het tweede,
kwantitatieve deel (periode 3, januari).
In periode 2 wordt de analyse van kwalitatieve data behandeld. De
analyse van data is een cruciale en complexe fase binnen kwalitatief
onderzoek. En er zijn meerdere manieren om data te analyseren. Binnen
het brede scala aan benaderingen van kwalitatieve data-analyse richten
we ons op de zogenaamde ‘grounded theory method’, een methode die erg
geschikt is om theorie te ontwikkelen vanuit kwalitatieve data.
Onderzoekers die gebruik maken van de grounded theory methode beginnen
met tekstuele data (zoals interview transcripten, notities van
observaties en documenten). Vervolgens identificeert de onderzoeker
patronen (overeenkomsten en verschillen) in deze ‘ruwe data’ door middel
van het labelen (coderen) van stukjes tekst. Door het clusteren van
verschillende beschrijvende codes ontstaan meer verklarende codes, en
zodoende ontwikkelt de onderzoeker theorie. Dit proces van grounded
theory data-analyse zal centraal staan.

Het kwantitatieve deel van BWG4 start in periode 3 en richt zich op
kwantitatieve analysetechnieken. Deze analysetechnieken – onder andere
descriptieve analyses, betrouwbaarheidsanalyse en factoranalyse,
correlatie- en regressieanalyse, en mediatie-analyse en moderatieanalyse
(binnen het lineaire regressiemodel) – zijn voor Bestuurs- en
Organisatiewetenschappers essentiële analysetechnieken die veelvuldig
gebruikt worden in de (kwantitatieve) Bachelorthesis 3de jaar en
relevante onderzoeksliteratuur. Theorie wordt middels deze
analysetechnieken getoetst. Specifiek richt de cursus zich op het
toetsen, rapporteren en interpreteren van eenvoudige, lineaire modellen:
regressiemodellen, mediatiemodellen en moderatiemodellen. Tijdens de
hoorcolleges worden de analysetechnieken vanuit een theoretisch
perspectief uitgelegd.
Tijdens de tutorialcolleges – waarbij studenten worden geacht een laptop
met IBM SPSS bij zich te hebben – wordt met behulp van SPSS geoefend met
de technieken die tijdens de hoorcolleges aan bod zijn gekomen. Eenmaal
in de week oefenen studenten zelfstandig met een digitale opdracht. De
cursus wordt gebruik gemaakt van datasets die representatief zijn voor
onderzoek dat gedaan wordt binnen de organisatiewetenschappen; middels
een studie wordt er ook data onder de deelnemende studenten verzameld.
Deze data wordt gebruikt voor de eindtoets of de herkansing.

Onderwijsvorm

Hoorcollege, tutorialcollege, slidecasts, (digitale) opdrachten. Actieve
deelname aan de hoor- en tutorialcolleges, het bekijken van slidecasts
en het maken van de digitale opdrachten is wenselijk.

Toetsvorm

Digitale toetsing (Digitent).

Vereiste voorkennis

Studenten moeten hebben deelgenomen aan Beschrijvende en
inferentiële statistiek (S_BIS), en deze cursus idealiter hebben
gehaald.

Literatuur

Literatuur wordt bekendgemaakt in Canvas.

Doelgroep

Bachelorstudenten Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Overige informatie

Nodig is:
IBM SPSS (te bestellen bij Surfspot.nl).
Atlas ti.

Aanbevolen voorkennis

Studenten moeten hebben deelgenomen aan het vak Methodologie van
Sociaalwetenschappelijk Onderzoek (MTSWO) en Beschrijvende en
inferentiële statistiek (BIS) en deze cursussen idealiter
hebben gehaald. Ook moeten zij in bezit zijn van de literatuur die voor
deze cursussen gebruikt wordt.

Algemene informatie

Vakcode S_BWGBO4
Studiepunten 6 EC
Periode P1+2+3
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator dr. E.P. Sleebos
Examinator dr. E.P. Sleebos
Docenten dr. E.P. Sleebos
dr. M.J. Verver
dr. E.P. Sleebos

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Deeltoets extra zaalcapaciteit, Hoorcollege