Cases in organisatieonderzoek

2019-2020

Doel vak

Studenten die het vak hebben gevolgd:
- Kunnen een probleem uit de organisatiepraktijk vertalen naar
onderzoekbare vragen met behulp van wetenschappelijke literatuur uit de
organisatiewetenschap;
- Zijn in staat om een beperkt empirisch praktijkgericht
wetenschappelijk onderzoek op te zetten en uit te voeren, gericht op het
vinden van oplossingen voor het probleem uit de organisatiepraktijk;
- Kunnen op basis van de onderzoeksresultaten een beknopt schriftelijk
advies geven m.b.t. het probleem uit de organisatiepraktijk, en dit
advies middels een mondelinge presentatie aan de organisatie
terugkoppelen;
- Kunnen onderzoeksresultaten en adviezen in de vorm van een eindrapport
verwoorden voor een wetenschappelijk publiek;
- Hebben een breed inzicht in de betekenis van professionaliteit, en de
positie van professionals binnen organisaties;
- Hebben een kritisch-reflectieve houding ten aanzien van hun eigen rol
als onderzoeker en aankomend professional in de organisatie.

Inhoud vak

Het vak “Cases in Organisatieonderzoek” legt een koppeling tussen de
opgedane theoretische kennis en de dagelijkse organisatiepraktijk.
Studenten gaan aan de slag met praktijkproblemen. Theoretische elementen
uit eerdere vakken komen hier terug, maar worden nadrukkelijk gekoppeld
aan een praktijkonderzoek. Het expliciete doel is om de toekomstige
beroepspraktijk en de professionele rol van de student te verankeren in
de opleiding, alsook een kritische reflectie op die professionele rol.
Daarnaast ontwikkelen studenten in dit vak professionele vaardigheden
verder die in de latere beroepspraktijk belangrijk zullen zijn.

Studenten werken in grote zelfstandigheid, maar onder coördinatie van
docenten, aan een onderzoek dat wordt afgerond met een onderzoeks- en
adviesrapport en een mondelinge presentatie. Voorwaarden voor het
onderzoek zijn dat het a) antwoord geeft op een vraag met
maatschappelijke of organisatorische relevantie (de stakeholders liggen
primair buiten de academie), b) een empirische component kent, en c) in
de vorm van een eindproduct gepresenteerd wordt aan de stakeholder.
Studenten worden dus uitgedaagd om de opgedane wetenschappelijke kennis
en vaardigheden aan te wenden om een bijdrage te leveren aan het
oplossen van een probleem of vraagstuk van een externe maatschappelijke
stakeholder.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges, werkgroepbijeenkomsten, en interactieve sessies met
opdrachtgever.

Toetsvorm

Portfolio van schriftelijke en mondelinge, individuele en
groepsopdrachten.

Literatuur

-Buunk, A. P. & Dijkstra, P. (2014). “Sociale psychologie &
praktijkproblemen: Van probleem naar oplossing” , derde editie. Lisse:
Bohn Stafleu & van Loghum.
-Desrosiers, E. I., Sherony, K., Barros, E., Ballinger, G. A.,& Campion,
M. A.(2004). Writing research articles: Update on the article review
checklist. In S. G. Rogelberg (Ed.), Handbook of research methods in
industrial and organizational psychology (pp. 459-478). Malden: MA:
Blackwell.
- Schein, E. H. (2016). Humble consulting: How to provide real help
faster. Oakland, CA: Berrett-Koehler.
- Schön D. A. (2013). The reflective practitioner. How professionals
think in action. Farnham: Ashgate.
- Van Maanen, H. (2014). Broddelwetenschap. Amsterdam: Atlas Contact.
[beschikbaar als e-boek (bij Bol)]-zie ook:
http://www.vanmaanen.org/hans/ ]

Aangevuld met door de studenten zelf aangedragen literatuur die relevant
is voor hun specifieke opdracht.

Doelgroep

Studenten van de Master BCO.

Aanbevolen voorkennis

Het volgen van de vakken in periode 1 en 2.

Algemene informatie

Vakcode S_COO
Studiepunten 6 EC
Periode P6
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator dr. C. van Dyck
Examinator dr. C. van Dyck
Docenten dr. C. van Dyck

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep