Onderzoek in en naar onderwijs 1: Onderwijspraktijkonderzoek en academische vaardigheden

2019-2020

Doel vak

Het vak start in periode 1 met tweewekelijkse werkgroep-bijeenkomsten
die naadloos volgen op de startweek. Deze reeks wordt het lint genoemd.
De startweek biedt een crashcourse didactiek. Hier maak je ook kennis
met de stageschool. De bijeenkomsten in het lint staan vervolgens in het
teken van cohortvorming, van intervisie en van het creëren van binding
met de toekomstige stageschool, maar het geeft ook een aanzet tot
didactische verwerking van de kennis opgedaan in de parallelle
inhoudelijke vakken en is tot slot een voorbereiding op wat er in
periode 3 en semester 2 aan bod komt. In het lint maken studenten kennis
met enkele onderzoekvaardigheden.

Na afloop van dit vak (met name periode 3) kan de student met het oog op
onderzoek in en naar onderwijs in grote lijnen:
- de stappen van probleemstelling naar analyseontwerp maken en de
afwegingen die gemaakt worden benoemen;
- een onderscheid maken tussen diverse manieren van data verzamelen en
aangeven wanneer welke manier het best kan worden ingezet;
- zelfstandig gangbare dataverzamelingsmethoden toepassen;
- benoemen en op waarde schatten van onderzoeksproblemen en
mogelijkheden in een schoolcontext;
- een simpele statistische analyse uitvoeren, hypotheses op
beredeneerde wijze aannemen of verwerpen en conclusies trekken ten
aanzien van de vraagstelling op basis van de verwerkte gegevens;
- belangrijke netwerkconcepten beschrijven en toepassen in een
schoolcontext;
- verschillen benoemen tussen en implicaties van leren voor
diversteit en leren in diversiteit.

Indien noodzakelijk wordt in de programmering rekening gehouden met
verschillen in voorkennis. Of en zo ja hoe wordt pas bekend als de
studentpopulatie bekend is.

Inhoud vak

Tijdens dit vak staan in Periode 3 onderzoekvaardigheden ten behoeve van
het doen van onderzoek in en naar onderwijs centraal. Verschillende
manieren om de onderwijspraktijk te onderzoeken - kwalitatief en
kwantitatief - komen aan bod. In het vak wordt gebruik gemaakt van SPSS
om simpele analyses uit te voeren. Er worden kennisclips over
methodologie en statistiek ingezet ter voorbereiding op de
bijeenkomsten. Deze kunnen tevens gebruikt worden voor zelfstudie. Tot
slot worden de belangrijkste sociale netwerk concepten besproken en
toegepast binnen een school- dan wel klascontext. Alle technieken worden
vergezeld van empirische artikelen. Naast de meer op academische
vaardigheden gerichte bijeenkomsten wordt ook aandacht besteed aan
diversiteit in het onderwijs (van leerlingen en leraar): wat betekent
dit voor de leraar en het lesgeven?

Periode 1 en 2 zijn tevens onderdeel van dit vak (3 à 4 bijeenkomsten
per periode). Deels is de inhoud gericht op de stof in periode 3 en het
weg werken van deficiënties, maar het merendeel is gericht op
kennismaking met de school en het schoolvak en wordt een aanzet gegeven
tot integratie van vakkennis (die in parallelle vakken wordt opgedaan)
en lesgeven. De toekomstige stageschool wordt twee maal bezocht. Tijdens
deze bezoeken of ter voorbereiding op deze bezoeken worden opdrachten
gemaakt.

Onderwijsvorm

Werkgroepbijeenkomsten, practica, hoorcolleges.

Toetsvorm

Aanwezigheid en participatie, opdrachten, tentamen.

Literatuur

Wordt t.z.t. via CANVAS bekend gemaakt.

Doelgroep

Eerstejaars Master Educatie in de Mens- en Maatschappijvakken

Aanbevolen voorkennis

Enig inzicht in methodologie en statistiek. Tijdens periode 1 en 2
krijgen studenten de beschikking over een hele reeks kennisclips plus
kijkwijzer.

Algemene informatie

Vakcode S_ML_OZOW1
Studiepunten 6 EC
Periode P1+2+3
Vakniveau 400
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. G.G. van de Bunt
Examinator drs. H.R. Goudsmit
Docenten drs. H.R. Goudsmit
dr. G.G. van de Bunt

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkgroep