Maatschappelijke organisaties in transitie

2019-2020

Doel vak

Kennis: De student kent belangrijke concepten en trends uit de sociale
theorie en sociale filosofie om te kunnen reflecteren op de plaats die
maatschappelijke organisaties in de samenleving innemen: staat/overheid,
markt, ‘third sector’, ‘civil society’, sociaal kapitaal, profit- en
nonprofit-organisaties, publieke / private en quasi-publieke goederen,
legitimatie, publieke waarde.
Vaardigheden: De student is in staat om een samenhangende beschouwing te
schrijven over de uitdagingen en dilemma’s van
maatschappelijke organisaties. De student is in staat om deze
beschouwing te plaatsen tegen de achtergrond van theorieën over actuele
maatschappelijke en culturele ontwikkelingen, zoals individualisering,
ontzuiling,
secularisatie, professionalisering, verstatelijking,
economisering en globalisering.
Houding: de student leert om kritisch te reflecteren op de genoemde
ontwikkelingen op basis van de bestudeerde concepten en theorieën
(laatmoderniteit, systeem en leefwereld, normatieve
praktijken, normatieve professionalisering). Op basis daarvan kan de
student de strategische dilemma's van deze organisaties op een
zelfstandige en kritische wijze doordenken en daarvoor aanbevelingen
formuleren.

Inhoud vak

Wat zijn maatschappelijke organisaties, welke rol spelen ze in onze
samenleving, waar komen ze vandaan, welke ontwikkeling hebben ze
doorgemaakt en waar staan ze nu? Dat zijn de centrale vragen van het vak
Maatschappelijke Organisaties in Transitie. Uitgangspunt is dat
maatschappelijke organisaties van origine organisaties zijn van, voor en
door burgers. Oorspronkelijk vaak opgericht als vereniging zijn deze
organisaties in de 20e eeuw verregaand geprofessionaliseerd,
verstatelijkt en geconfronteerd met marktwerking. Deze veranderingen
vonden plaats tegen de achtergrond van verschillende sociale en
culturele ontwikkelingen: secularisatie, individualisering,
globalisering, informatisering. De huidige samenleving wordt gekenmerkt
door een hoge mate van dynamiek en verandering. Denk aan typeringen als
vloeibare samenleving, netwerksamenleving, risico- of
improvisatiemaatschappij.
De vraag is hoe maatschappelijke organisaties
zich in deze nieuwe context kunnen verbinden met burgers, doelgroepen en
achterbannen voor hun ‘license to operate’? Wat zijn de randvoorwaarden
waaronder maatschappelijke organisaties (hernieuwd) invulling kunnen
geven aan hun maatschappelijke verankering? Binnen dit vak wordt deze
thematiek nader uitgewerkt met behulp van de termen 'bedoeling',
'bezieling' en 'binding'.

Onderwijsvorm

Dit seminar met verplichte aanwezigheid wordt als hoor- / werkcollege
aangeboden. In enkele colleges zal een gastdocent optreden uit de
wetenschap of de praktijk.

Toetsvorm

Deelopdrachten en afrondend essay.

Literatuur

Naast een reader met losse artikelen (elektronisch) moet het volgende
boek worden aangeschaft:
G.J. Buijs & J. Hoogland (red.) (2016). Ontzuilde bezieling.
Transformatie van burgers en maatschappelijke organisaties. Boom
Bestuurskunde (ISBN 978-94-6236-538-4).
Dit boek geeft een goede indruk van de centrale thema's die in dit vak
aan de orde worden gesteld.

Doelgroep

Masterstudenten Bestuurskunde, afstudeerrichting BMO.

Aanbevolen voorkennis

Enige kennis van de moderne filosofie of theoretische sociologie is
nuttig, maar niet vereist.

Algemene informatie

Vakcode S_MOT
Studiepunten 6 EC
Periode P2
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. J. Hoogland
Examinator prof. dr. J. Hoogland
Docenten prof. dr. J. Hoogland

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: