Theoretische en thematische oriëntatie

2019-2020

Doel vak

Het doel van de cursus "Thematische en Theoretische Oriëntatie" is de
student(e) voor te bereiden op het uitvoeren van onderzoek ten behoeve
de bachelorthesis. Dat gebeurt in de eerste plaats door grondige
kennismaking met actueel sociologisch onderzoek op één van de
themagebieden van sociologie aan de VU: (1) sociale ongelijkheid in
onderwijs en arbeidsmarkt, (2) deelname aan politieke en
maatschappelijke bewegingen, (3) sociale participatie van ouderen en
zorgbehoevenden en (4) identiteitsvorming in een diverse samenleving. In
de tweede plaats zal de student in deze cursus een gemotiveerde keuze
maken voor één van de aangeboden afstudeerprojecten (zie
Bachelorthesisproject), en zich voorbereiden op het thesisonderwerp op
basis van vastgestelde (theoretische) kernliteratuur.

Leerdoelen

Kennis en Inzicht. De student(e) heeft kennis van en inzicht in:
(1) recente theorievorming en onderzoek op de gebieden van (1) sociale
ongelijkheid in onderwijs en arbeidsmarkt, (2) deelname aan politieke en
maatschappelijke bewegingen, (3) sociale participatie van ouderen en
zorgbehoevenden en (4) identiteitsvorming in een diverse samenleving;
(2) de centrale concepten, theorieën en onderzoeksresultaten op het
gebied van het gekozen thesisonderwerp.

Toepassing. De student(e) is in staat om:
(3) onderzoeksvragen, de gebruikte theorieën en hypothesen uit
onderzoeksliteratuur reconstrueren, en deze vaardigheden toepassen in
het formuleren van het eigen Bachelorthesis project;
(4) de stap te maken van theoretisch concepten naar operationalisatie;
(5) zelfstandig resultaten van analyse van empirische gegevens te
beschrijven en te duiden.

Inhoud vak

Leidraad in deze cursus is het onderzoek van het Sociaal en Cultureel
Planbureau, met name ontleend aan zijn tweejaarlijkse publicaties
Sociaal en Cultureel Rapport (even jaren) en de Sociale Staat van
Nederland (oneven jaren), alsook recente wetenschappelijke bijdragen aan
deze onderzoeksgebieden, in het bijzonder ook door VU sociologen.

In het college en het werkcollege wordt de gekozen onderzoeksliteratuur
gedetailleerd besproken, met een bijzonder oog voor de wetenschappelijke
en maatschappelijke relevantie van de onderzoeksvragen, de aard en
relevantie van het onderzoeksdesign, de kwaliteit van gebruikte gegevens
en analysetechnieken. In de practica zullen we één of meerdere facetten
van deze onderzoeken reconstrueren, dat wil zeggen aan de hand van
dezelfde of soortgelijke gegevens de stappen van de onderzoekers
navolgen. Het geconstrueerde onderzoek kan zowel een kwantitatief als
kwalitatief design hebben. De eerste vier weken van de cursus worden
afgesloten met een tentamen.
In de vijfde week van de cursus kiezen de studenten een onderzoeksthema
voor hun thesisonderwerp, in overleg met de beschikbare begeleiders
(voor elk van de vier themagebieden is ten minste een begeleider
beschikbaar). De studenten sluiten de cursus af met een verkennend
state-of-the-art paper over onderzoeksliteratuur in hun themagebied,
waarbij zij hun verwerking van de eerder aangeboden stof aanvullen met
een ruimere en diepere verkenning van de relevante literatuur. Op basis
van dit paper kiezen de studenten voor hun uiteindelijke thesisproject
in de navolgende perioden 5 en 6.

Er zijn drie bijeenkomsten per week, die de volgende structuur hebben:

College: Docent (of gastdocent) geeft een inleiding in een bepaald
themagebied en identificeert daarin de centrale vraagstellingen en de
relatie daarvan met de kernvragen van de sociologie en algemene
sociologische theorieën, alsook de relatie met maatschappelijke
vraagstukken.

Werkcollege: De studenten bereiden de leesstof voor aan de hand van door
henzelf schriftelijk geformuleerde vragen (tevoren inleveren). De docent
distilleert de ingeleverde vragen tot een programma voor het
werkcollege. Binnen het werkcollege worden random (groepjes) studenten
aangewezen om de leesstof samen te vatten en te bespreken dan wel
antwoorden te vinden op de voorgelegde vragen.

Practicum: In het practicum wordt een onderdeel van het besproken
onderzoek geoefend door reconstructie. Zo mogelijk gebeurt dit aan de
hand van dezelfde gegevens. In de practica worden werkenderwijze de
volgende analysetechnieken geoefend: (a) Constructie van
multiple-indicator meetinstrumenten en de bepaling van de validiteit en
betrouwbaarheid daarvan via factor- en reliability analysis, (b)
codering en verwerking van gestructureerde open vragen, (c) codering en
verwerking van vrije teksten, (d) berekening en interpretative van een
multi-ple regressiemodel.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges, werkgroepen en practica.
Let op: voor deze cursus geldt een aanwezigheidsplicht.

Toetsvorm

Tussentijds tentamen en afsluitend paper.

Literatuur

SCP (2016). Sociaal en Cultureel Rapport 2016. (Geselecteerde
hoofdstukken).
SCP (2015). Sociale Staat van Nederland 2015. (Geselecteerde
hoofdstukken).
Vier (of meer) onderzoeksartikelen. Deze worden t.z.t. in de
cursushandleiding bekendgemaakt (zie CANVAS).

Doelgroep

3e jaars bachelorstudenten Sociologie

Aanbevolen voorkennis

Afronding van alle vakken in het 1e en 2e jaar, waaronder in ieder geval
uit jaar 1: "Methodologie van Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek",
"Beschrijvende en Inferentiële Statistiek", "Methoden en Technieken van
Kwalitatief Onderzoek" en de Bachelorwerkgroepen 1 t/m 3 (Jaar 1), en
waaronder in ieder geval uit jaar 2: "Onderzoekspracticum 2: Verdieping
van Kwantitatieve Methoden" en "Onderzoekspracticum 2: Verdieping van
Kwalitatieve Methoden".

Algemene informatie

Vakcode S_TTO
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. H.B.G. Ganzeboom
Examinator prof. dr. H.B.G. Ganzeboom
Docenten prof. dr. H.B.G. Ganzeboom

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Werkgroep