Stijlen: Continentale Filosofie

2019-2020

Doel vak

Leerdoelen:
1. Verwerven van kennis en inzicht van de problematiek van stijlen in de
contemporaine continentale filosofie;
2. verwerven van kennis en inzicht in het werk van Nietzsche en van de
verschillende interpretaties van zijn werk in de contemporaine
filosofie, namelijk die van Heidegger en Deleuze;
3. verbanden kunnen leggen tussen de teksten van deze denkers en de
verschillende wijzen van probleembehandeling die ermee gepaard gaan.

Vaardigheidsdoelen:
1. Oefenen van de vaardigheid om primaire wijsgerige teksten te lezen en
te analyseren;
2. oefenen van de vaardigheid om het gesprek over een filosofische tekst
te leiden;
3. oefenen van de vaardigheid filosofieën naar hun stijl van schrijven
en filosoferen te bevragen;
4. oefenen van schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheden,
argumentatie en oordeelsvorming.

Inhoud vak

Het woord "stijl" is afgeleid van het Latijnse stilus (pen). De
oorspronkelijke betekenis is “manier van schrijven met de pen” maar dit
is gaandeweg verbreed naar “manier van uitdrukken”. Stijl heeft dus in
eerste instantie betrekking op de wijzen van schrijven. Er is een grote
diversiteit aan wat hieronder kan worden verstaan. Soms wordt de
tijdsperiode centraal gesteld in de aanduiding van een stijl (bijv. in
de kunst: barok, impressionisme, expressionisme), soms het soort
taalgebruik (vgl. “de nieuwe zakelijkheid” kenmerkt zich door korte
zinnen en krachtige werkwoorden). In de tegenwoordige filosofie wordt
het begrip “stijl” met name gehanteerd voor het verschil tussen de
continentale en analytische traditie. Daarbij gaat het zowel om een
verschil in stijl van schrijven, als om een verschil in verhouding tot
de filosofische traditie (historiciteit).
Maar ook binnen de continentale filosofie, die in dit vak centraal
staat, is er een veelvoud aan stijlen van filosofiebeoefening. Om enig
zicht te krijgen op deze verschillende continentale stijlen, vertrekken
we vanuit het werk van Nietzsche en lezen verschillende interpretaties
van zijn werk door toonaangevende filosofen. Nietzsche zelf hanteert een
bijzondere stijl (een combinatie van aforismen, verhalende passages,
traktaten) die een breuk betekent met de traditie en die zelf ook deze
breuk markeert. Heidegger en Deleuze geven ieder een andere duiding van
Nietzsche’s werk, waarin tevens hun eigen filosofische positie naar
voren komt. Daarmee geven deze filosofen uitdrukking aan ten minste drie
stijlen van filosofiebeoefening.

Onderwijsvorm

Tekstlezing en -bespreking. Je wordt verondersteld de literatuur voor
ieder college goed te hebben voorbereid, en vragen te formuleren, zodat
je actief kunt deelnemen aan het college. Er geldt een
aanwezigheidsplicht van 80%. Indien je hieraan niet voldoet, maak je een
extra opdracht.

Toetsvorm

In het vak wordt het werk van drie denkers gelezen: Nietzsche, Heidegger
en Deleuze. Over alle drie maak je een opdracht: één presentatie
(tekstvoorbereiding) en twee schriftelijke opdrachten.
- Presentatie: over de primaire literatuur (15 %). Gedurende een deel
van het college neem je het voortouw bij de bespreking van de tekst, en
fungeer je als gespreksleider bij de bespreking. Je geeft een
samenvatting op hoofdlijnen (dat wil zeggen: je belicht een aantal
hoofdthema’s uit de tekst), legt jouw interpretatie voor aan je
medestudenten, en leidt de discussie over de tekst.
- Twee schriftelijke opdrachten: Aantal woorden: 1000. Iedere opdracht
telt mee voor 10%.
- Eindpaper (65 %): 3.000 woorden. De papers worden besproken in een
afsluitend gesprek.

Literatuur

- F. Nietzsche (1887/2000 (of latere editie)) De genealogie van de
moraal. Een strijdschrift. Vertaald door Thomas Graftdijk, herzien en
geannoteerd door Hans Driessen. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers. -
Gedeelte uit: (1889/1997) Afgodenschemering. Of hoe men met de hamer
filosofeert. Vertaling Hans Driessen. Amsterdam/Antwerpen: De
Arbeiderspers.

M. Heidegger, Passages uit Nietzsche I en Nietzsche II. Uitgave bijv.
Stuttgart: Klett-Gotta, 1961. Zie ook: Martin Heidegger Gesamtausgabe,
band 43. B. Heimbüchel (Hrsg.), Frankfurt am Main: Vittorio Klostermann,
(Vorlesungen Wintersemester 1936/7), 1985.

G. Deleuze, Nietzsche and Philosophy. Vertaling: Hugh Tomlinson. Uitgave
London & New York: Continuum (paperback) 1986, of London: Athlone Press
1983. Origineel: Nietzsche et la philosophie, PUF, 1962. (Wordt op één
hoofdstuk na volledig gelezen)

N.B. Wijzigingen in de literatuur voorbehouden: zie Canvas voor het
definitieve programma.

Doelgroep

Bachelor Filosofie studenten (jaar 2 of 3)

Aanbevolen voorkennis

Moderne filosofie/Modern Philosophy
Continentale filosofie/Continental Philosophy

Algemene informatie

Vakcode W_BA_STC
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. J.M. Halsema
Examinator dr. J.M. Halsema
Docenten dr. J.M. Halsema

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: