Creative Writing

2018-2019

Doel vak

Het streven is studenten inzicht te geven in literaire technieken zodat
ze zelf fictie of een essay leren schrijven van een behoorlijk technisch
niveau. Het gaat hierbij om fictie of non-fictie. Aan het eind hebben de
studenten
een afgeronde (fictionele) tekst geschreven, een kort verhaal, een
afgerond
romanfragment of een essay.
Studenten krijgen inzicht in hoe fictie en non-fictie
werkt vanuit het perspectief van de maker, zodat ze zich kunnen bekwamen
in het vak en de kunst van het schrijven.

Inhoud vak

In een reeks colleges wordt de student uitleg gegeven van verschillende
technieken die in fictionele en niet-fictionele teksten worden
aangewend. Dat gebeurt aan de hand van de opgegeven literatuur; verder
door middel van oefeningen; en tot slot door middel van het zelf
schrijven van een stuk fictie of non-fictie dat elke week in omvang
groeit. Er wordt uitleg gegeven over en geoefend met essentiële
literaire technieken en tactieken. De aandachtspunten zijn daarbij:
- literair taalgebruik: wat is dat en hoe werkt dat; wat maakt een
metafoor succesvol; hoe zijn verschillende taalregisters (bijvoorbeeld
het schakelen van meer verheven taalgebruik naar volkstaal en terug) van
invloed op de inhoud van wat wordt verteld;
- literaire details: wat voor details (observaties) zijn effectief in
een literaire tekst en hoe werkt dat precies;
- perspectief: wat is dat en hoe werkt het; hoe maakt een schrijver de
keuze tussen de ik-vorm en de hij-vorm of waarom kiest hij eventueel
voor een ander perspectief;
- het schrijven van dialogen;
- het schrijven van monologen in proza: de monologue intérieur en de
stream of consciousness;
- de opbouw van een plot; en tot slot:
- wat is een literair personage.

Onderwijsvorm

Er is een werkcollege van 2 uur per week. De docent geeft gedetailleerde
toelichting bij de bij 'Inhoud' genoemde
onderwerpen. De kennis die de student zo verkrijgt, zal moeten worden
toegepast in het verhaal of het romanfragment waaraan de student werkt.
De student krijgt feedback op zijn tekst. De eerste bijeenkomst is
inleidend en informerend, tijdens de laatste bijeenkomst worden de
verhalen en romanfragmenten ingeleverd (de afgesproken deadline is
onverbiddelijk) en wordt er een tentamen afgenomen. De helft van de
overblijvende werkgroepbijeenkomsten zal theoretisch van aard zijn en in
de andere helft zal praktisch worden ingegaan op de groeiende teksten.
Bovendien zullen er tijdens de bijeenkomsten oefeningen worden gedaan op
het gebied van de schrijftechniek en zullen er literaire fragmenten
worden gelezen, besproken en toegelicht. Bovendien vindt er een excursie
plaats naar een literaire uitgeverij.

Toetsvorm

1) Actieve participatie en minimaal 80% aanwezigheid; de student moet
mee
kunnen discussiëren en er blijk van geven dat hij/zij met inzicht kan
praten
over de in de oefeningen behandelde schrijftechnieken. Onder actieve
participatie wordt ook verstaan dat de student zich aan de opgegeven
deadlines houdt en dat hij/zij de tussentijdse (schriftelijke)
opdrachten maakt.
2) Een afgeronde fictionele tekst van ongeveer drieduizend woorden - ook
als er sprake is van een romanfragment moet er worden getoond dat er
naar een zekere afronding kan worden toegewerkt.
3) Een tentamen waarin fictietechnieken moeten kunnen worden herkend,
benoemd en toegepast.
De verdeelsleutel bij het toekennen van het eindcijfer zal zijn:
afgeronde fictionele tekst 60%; tentamen 40%. Aanwezigheid (minimaal
80%) en
participatie (1) moeten voldoende zijn.

Vereiste voorkennis

Het eerste deel van het minorcollege 'Meesterwerken uit de
wereldliteratuur' moet zijn gevolgd.

Literatuur

Verplicht: James Wood, How Fiction Works (Jonathan Cape, London, 2008)
of de Nederlandse vertaling Hoe fictie werkt (Querido, Amsterdam, 2012);
zelf aan te schaffen.
Verder zullen (fragmenten uit) andere boeken worden aangeraden in de
loop van de bijeenkomsten.

Doelgroep

De minor staat open voor alle studenten van binnen en buiten de VU.

Overige informatie

Aanwezigheid bij de colleges is verplicht (80%). Studenten die door
omstandigheden vaker afwezig zijn dan is toegestaan kunnen eventueel een
extra opdracht krijgen.

Algemene informatie

Vakcode L_NNBAALG001
Studiepunten 6 EC
Periode P2
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. J.H.C. Bel
Examinator dr. J.H.C. Bel
Docenten dr. J.H.C. Bel

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: