Organiseren in de 21e eeuw

2018-2019

Doel vak

Doel vak
1. Conceptualiseren van “ organisaties” als “ beslisordes” aan de hand
van meerdere dimensies.
2. Problematiseren hoe institutionele en technologische ontwikkelingen
en maatschappelijke risico's organisatie processen beinvloeden.
3. Verklaren en interpreteren hoe en waarom samenlevingen in toenemende
mate georganiseerd raken.
4. Deze organisatieprocessen kunnen interpreteren en analyseren aan de
hand van actuele casuistiek en organisatieproblematiek.

Inhoud vak

Conventionele organisatie theorieen beschouwen “organisaties” veelal
als afzonderlijke en intern gedifferentieerde eenheden, die in tijd en
ruimte relatief stabiel zijn. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw
zijn deze uitgangspunten steeds minder houdbaar door de snelle
technologische, beleidsmatige en maatschappelijke veranderingen.
Organisaties worden eerder geassocieerd met tweeslachtigheid, met
paradoxen, afhankelijkheden en onzekerheden en risico’s in de
maatschappelijke context. Tegen deze achtergrond ontstaan ook nieuwe
organisatievormen. In dit vak richten we ons daarom op het proces van
organiseren, eerder dan op organisaties als afgebakende eenheden. We
verkennen het veranderlijke karakter van organisaties en de rol van
organisatie processen in de samenleving. Het organiseren wordt begrepen
als nauw verweven met de samenleving als geheel. Technologische,
institutionele en maatschappelijke veranderingen --- en de daarmee
gepaard gaande crisis situaties en maatschappelijke risico’s --- alsmede
de vorming van netwerken binnen en tussen organisaties, stellen
conventionele organisatieprincipes en de grenzen tussen organisaties ter
discussie. Nieuwe concepten zijn in de organisatietheorie geintroduceerd
om tegemoet te komen aan de complexe organisatiecontext van de 21ste
eeuw, termen zoals ‘netwerk organisaties’, ‘flexibele organisaties’ ,
‘lerende organisaties’, ‘tijdelijke organisaties’, ‘virtuele
organisaties’, ‘complexe organisaties’, ‘risicovolle organisaties’,
‘verantwoordelijke organisaties’ e.d. Deze benaderingen wijzen ook op
veranderingen in de regulering van organisaties, met een toenemende roep
om transparantie, aansprakelijkheid en maatschappelijke
verantwoordelijkheid (corporate social responsibility). Bepaalde
organisatie verbanden worden ook wel aangeduid als organisationele
velden, en het belang van overkoepelende organisaties en transnationale
organisaties neemt gaandeweg toe. Op deze manieren zijn organisatie
processen in de samenleving als geheel een overheersende rol gaan spelen
voor het scheppen en handhaven van sociale ordening; er zijn steeds meer
organisaties, meer domeinen in de samenleving raken georganiseerd, en
bestaande organisatie processen worden geintensiveerd. Het vak is
thematisch opgezet met aansprekende casussen gericht op het onderkennen
van de organisatie als een nieuw model voor maatschappelijke ordening.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen (80%) + enkele opdracht(en) (20%)

Literatuur

Wordt nader gespecificeerd en jaarlijks aangepast.
Enkele kernartikelen:
- Ahrne, G., & Brunsson, N. (2011). Organization outside organizations:
The significance of partial organization. Organization, 18(1): 83-104.
- Meyer, J. W., & Bromley, P. 2013. The Worldwide Expansion of
"Organization". Sociological Theory, 31(4): 366-389.

Doelgroep

Derdejaars B&O-studenten en andere FSW-studenten. Het vak is ook
toegankelijk voor studenten van andere faculteiten en universiteiten.

Aanbevolen voorkennis

Kernthema’s Organisatiewetenschap; Gedrag, Communicatie en Organisatie;
Public Management.

Algemene informatie

Vakcode S_O21
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator dr. ir. S.F. Kingma
Examinator dr. ir. S.F. Kingma
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: