Sociaal kapitaal en netwerken

2018-2019

Doel vak

Deze cursus is onderdeel van zowel de bacheloropleiding Sociologie als
van Bestuur en Organisatie (B&O). Daarnaast is deze cursus onderdeel van
de Minor Organisatiewetenschap en de minor Sociologie.

Leerdoelen:

Kennis en inzicht – De student(e) heeft kennis van en inzicht in:
(1) de voornaamste theorieën en operationaliseringen van sociaal
kapitaal en de manier waarop sociaal kapitaal zich verhoudt tot sociale
cohesie en ongelijkheid;
(2) de manier waarop sociaal kapitaal is veranderd door de tijd, hoe het
zich verhoudt tot individualisering en digitalisering en of het is te
beïnvloeden d.m.v. beleid;
(3) de oorsprong en kernconcepten van sociale netwerk theorie;
(4) de conceptuele verbindingen tussen sociaal kapitaal en sociale
netwerken.

Toepassing – De student(e) is in staat om:
(5) sociaal kapitaal theorieën toe te passen op nieuwe onderwerpen;
(6) structurele en relationele perspectieven op sociaal kapitaal toe te
passen om organisatieprocessen te bestuderen;
(7) eenvoudige netwerkanalyses uit te voeren en te interpreteren.

Oordeelsvorming – De student(e) geeft blijk van:
(8) het vermogen om opvattingen over sociaal kapitaal en netwerken uit
het publieke debat te staven aan wetenschappelijke inzichten en daarmee
ter discussie te stellen.

Inhoud vak

Kernvragen binnen de sociologie zijn: hoe komt sociale cohesie tot stand
en waardoor ontstaat ongelijkheid? Toegepast op organisaties, is de
vraag hoe cohesie en vertrouwen binnen en tussen organisaties invloed
hebben op prestaties. Dit soort vragen worden vaak
benaderd vanuit een sociaal kapitaal perspectief, en worden
gevisualiseerd en verklaard aan de hand van sociale netwerken.

In dit vak worden de centrale theorieën en concepten geïntroduceerd, die
ten grondslag liggen aan sociaal kapitaal en sociale netwerken. In het
eerste deel van de cursus staat sociaal kapitaal centraal, en worden de
belangrijkste theoretische benaderingen geïntroduceerd. Daarnaast worden
empirische bevindingen bestudeerd op het micro niveau van individuen en
het mesoniveau van buurten en organisaties.

In het tweede deel van de cursus richten we ons op de structurele
benadering van sociaal kapitaal, aan de hand van een sociale netwerk
benadering, en een aantal kerntheorieën (van o.a. Burt, Uzzi,
Granovetter). Sociale netwerken hebben betrekking op de manier waarop
mensen onderling verbonden zijn, en hoe deze verbindingen invloed hebben
op het uitwisselen van middelen (informatie, advies, vriendschap,
ziektekiemen, gedrag etc.). De oorsprong en kenmerken van sociale
netwerken, en de toepassing en implicaties van een netwerkbenadering in
organisatiewetenschappen worden behandeld.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

Toetsvorm

Tentamen (multiple choice en enkele open vragen) + individuele
deeltoetsen.

Literatuur

Twee boeken, en enkele additionele hoofdstukken. Volledige titels worden
via Canvas bekend gemaakt.

Doelgroep

2e jaars bachelorstudenten Sociologie; 2e jaars bachelorstudenten B&O;
2e jaars bachelorstudenten Politicologie (afstudeerrichting Politiek en
Beleid; Studenten in de Minor Organisatiewetenschap; Studenten in Minor
Sociologie.
Dit vak staat ook open als keuzevak voor FSW-studenten.

Algemene informatie

Vakcode S_SKN
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Sociale Wetenschappen
Vakcoördinator A.J. Schmidt MA MSc.
Examinator A.J. Schmidt MA MSc.
Docenten A.J. Schmidt MA MSc.
dr. C. Moser
dr. E.J. van Ingen

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: