Tutoraat 1a voor FAR

2018-2019

Doel vak

Het Tutoraat 1 is een cursus die je begeleidt in je professionele
ontwikkeling binnen het eerste collegejaar. Hieronder vind je de doelen
van Tutoraat 1 (a+b), zodat duidelijk is wat er aan het einde van het
eerste jaar Farmaceutische wetenschappen van je verwacht wordt.
De leerdoelen zijn weergegeven in de drie hoofdcategorieën ofwel
pijlers: vaardigheden ten aanzien van wetenschappelijke
informatieverwerking, visie op studie en loopbaanontwikkeling en
academische houding en vaardigheden.

1 Vaardigheden wetenschappelijke informatieverwerking
Aan het einde van de cursus Tutoraat 1:
1.1 Ben je in staat om (wetenschappelijke) bronnen te raadplegen,
daarin benodigde informatie te vinden en te rapporteren
1.2 Ben je in staat om informatie uit (wetenschappelijke) bronnen in
eigen woorden weer te geven en te citeren volgens hiertoe opgestelde
criteria
1.3 Kun je aangeven wat er wordt verstaan onder plagiaat en fraude
1.4 Kun je eenvoudige moleculen tekenen middels professionele software,
gebruikmakend van algemene chemische criteria

2 Visie op studie- en loopbaanontwikkeling
Aan het einde van de cursus Tutoraat 1:
2.1 Ben je in staat te beargumenteren waarom de opleiding Farmaceutische
wetenschappen bij je past
2.2 Heb je kennis van de verschillende studie- en loopbaanmogelijkheden
en kun je daarin je persoonlijke voorkeur aangeven

3 Academische houding en vaardigheden
Aan het einde van de cursus Tutoraat 1:
3.1 Kun je uitleggen waarom niet alleen inhoudelijke kennis en
intelligentie, maar ook (academische) vaardigheden, houding en
(studie)gedrag belangrijke factoren zijn voor succes binnen de studie en
verdere loopbaan
3.2 Ben je in staat om studiegedrag en houding waar nodig aan te passen
aan de eisen die gesteld worden binnen een academische omgeving
3.3 Ben je in staat een actieve rol aan te nemen in de ontwikkeling van
vaardigheden die nodig zijn om effectief samen te werken
3.4 Kun je aangeven hoe wetenschappelijk onderzoek wordt opgebouwd,
gefinancierd en gepubliceerd en beredeneren op welke manieren dit fraude
in de hand kan werken

Inhoud vak

De overgang van de middelbare school naar het universitaire onderwijs is
niet altijd even makkelijk. Je krijgt meer vrijheid, aangezien niet al
het onderwijs verplicht is.
Daarmee komt de grote verantwoordelijkheid om zelf de motivatie op te
brengen om actief aan onderwijs deel te nemen om je studie tot een goed
einde te brengen.
Dit vergt een goede planning en veelal een andere manier van studeren.
Je bent namelijk eigenaar van je eigen leerproces!
Je bent begonnen aan een wetenschappelijke opleiding waarbij het doel is
dat je je ontwikkelt tot academisch professional.

Om deze doelstelling te kunnen bereiken is naast commitment van de
organisatie, ook die van de docent en jou noodzakelijk. Jouw
ontwikkeling tot academisch professional gaat veel verder dan de korte
termijn waarbij je tentamens haalt (inhoudelijke kennis), maar strekt
zich uit naar de langere termijn waaronder de houding waarmee je de
inhoud, maar ook mensen benadert. Deze ‘academische’ houding, inclusief
vaardigheden om inhoud in de praktijk toe te passen en wetenschappelijke
kennis op juiste waarde te schatten, zijn vakoverstijgend en zeer
belangrijk voor een vervolgopleiding en uiteindelijke baan.

De ‘geconcretiseerde’ onderwijsvisie van de VU verwoordt jouw
rol/verantwoordelijkheid als student ten aanzien van je opleiding als
volgt :
• Neemt zelf verantwoordelijkheid voor het eigen persoonlijke leerproces
en draagt bij aan dat van anderen
• Benut maximaal zijn of haar talent en toont groei in het persoonlijke
leer- en ontwikkelproces en studie
• Zoekt de bovengrens van zijn of haar kunnen op en maakt gebruik van de
mogelijkheden die er zijn deze grens op te rekken op academisch,
bestuurlijk, kunstzinnig, cultureel of maatschappelijk gebied of in de
topsport.
• Staat open voor andere wetenschappelijke inzichten en zienswijzen en
wisselt actief standpunten uit
• Maakt gebruik van de mogelijkheden om bestuurlijk of organisatorisch
actief en sociaal betrokken te zijn, en/of verdieping /verbreding te
zoeken in of naast de studie
• Oriënteert zich actief op een maatschappelijke of wetenschappelijke
carrière.

Uit bovenstaande blijkt direct dat een groot beroep op jouw
verantwoordelijkheid wordt gedaan om deze vaardigheden en competenties
te ontwikkelen binnen de opleiding. De noodzaak om deze academische
houding en -vaardigheden te ontwikkelen is zodanig dat wij daar
expliciet aandacht aan geven binnen een aparte cursus: het tutoraat 1.
Ondanks dat je zelf de verantwoordelijkheid hebt je te ontwikkelen tot
academisch professional, is het de verantwoordelijkheid van de opleiding
en docenten jou daarvoor de tools aan te reiken en een optimaal klimaat
aan te bieden. Het tutoraat is daarbij één manier om je daar actief mee
bezig te laten zijn. Uiteraard is de hele opleiding (alle vakken en
onderdelen) erop gericht je te ontwikkelen tot academisch professional
en het tutoraat is daarbij een overkoepelend hulpmiddel waar deze zaken
extra aan bod komen en gelinkt worden aan de rest van het curriculum van
Farmaceutische wetenschappen.

Hieronder volgen de verantwoordelijkheden van de andere betrokkenen.

Docenten
• Zetten studenten actief aan tot het verwerven van kennis, inzicht en
vaardigheden en/of competenties.
• Beheersen een breed repertoire van werk- en toetsvormen en zijn
daarmee in staat studenten gedifferentieerd onderwijs aan te bieden.
• Stimuleren een onderzoekende houding onder studenten door vragen te
stellen, meningen te vragen, prikkelende uitspraken te doen, etc.
• Beantwoorden vragen en geven aan dat sommige antwoorden niet
voorhanden zijn.
• Spreken studenten aan op hun verantwoordelijkheid (in bijv.
leerproces).
• Gedragen zich als professioneel academisch burger: geven tijdige
feedback, kijken tijdig na, volgen een transparant beoordelingsbeleid,
communiceren volgens gangbare omgangsvormen met studenten, etc.
• Accepteren verschillen en kunnen hetzelfde onderwijs op meerdere
didactisch verschillende manieren brengen zodat de boodschap op
verschillende niveaus overkomt.
• Nemen verantwoordelijkheid en geven constructieve, eerlijke en
afgewogen feedback op de kwaliteiten van de student en op zijn of haar
functioneren.

Tutor-team
Het tutor-team bestaat uit de studieadviseur, (docent)tutoren en de
coördinator.
• De studieadviseur voert de kennismakings- en
studievoortgangsgesprekken. Voor vragen en problemen gerelateerd aan
studievoortgang en/of planning kun je je wenden tot de studieadviseur
(zie voorblad voor contactgegevens)
• De coördinator draagt zorg voor een adequate en tijdige voorlichting
en coördinatie van de verschillende onderdelen binnen de cursus Tutoraat
1. (zie voorblad voor contactgegevens)
• De tutor begeleidt de studenten in het succesvol afronden van de
onderdelen van het tutoraat en biedt inzicht in wenselijk academisch
werk- en denkgedrag.

Studentassistent
De studentassistent van het tutoraat is verantwoordelijk voor de
communicatie naar jou en verwerking van je behaalde resultaten. De
studentassistent is dus jouw primaire aanspreekpunt en is te bereiken
via tutoraatfar.few@vu.nl.
Heb je een vraag over het rooster, groepsindeling, het inleveren van een
opdracht of de verwerking van resultaten, dan dien je je in eerste
instantie te wenden tot de studentassistent via dit e-mailadres.
Als de vraag van dien aard is dat deze niet direct kan worden
beantwoord, zal de studentassistent deze voorleggen aan de coördinator
van de cursus.

Onderwijsvorm

De cursus Tutoraat 1 beslaat het hele collegejaar en is opgebouwd uit
twee delen met verschillende vakcodes: Tutoraat 1a (vakcode: X_000030)
en Tutoraat 1b (vakcode: X_000031). De verschillende onderdelen en
leerdoelen van heel tutoraat 1 zijn verdeeld over deel 1a en 1b. Aan
deze deelcursussen zijn geen studiepunten verbonden, maar zijn wel als
slagingseis verbonden aan bepaalde vakken. Dat betekent dat je alle
tutoraatsonderdelen met een voldoende moet afronden om de studiepunten
voor het betreffende vak te krijgen. Er is dus geen mogelijkheid tot
compensatie. Tutoraat 1a is als slagingseis verbonden aan
Innovatieproject Geneesmiddelen (periode 3; vakcode X_435095), terwijl
Tutoraat 1b als slagingseis verbonden is aan Project Bioanalytische
Chemie (periode 5-6; vakcode X_430577). Alle onderdelen van Tutoraat 1a
vallen binnen het eerste semester (periode 1-3), terwijl Tutoraat 1b
onderdelen over het hele jaar verspreid zijn (periode 1-6). Er zitten
ook nog twee andere opleidingsonderdelen vast aan het verkrijgen van de
studiepunten voor het practicum Bioanalytische Chemie in periode 6. Dat
is namelijk een voldoende behalen voor de taaltoets of het succesvol
afronden van de bijspijkercursus. Daarnaast is ook actieve deelname aan
de praktische brandblusinstructie verplicht.

Zowel tutoraat 1a als 1b bestaan uit verschillende onderdelen waarbij
aan een aantal ook een opdracht is gekoppeld. Zie hieronder de
verschillende onderdelen van tutoraat 1a. De onderdelen zijn terug te
vinden in het rooster op canvas en je persoonlijk rooster op VUnet. Er
zal tezijnertijd meer gedetailleerde informatie over de verschillende
onderdelen en opdrachten worden verstrekt via de betreffende canvas site
(zie de syllabus).


Periode 1
- Kennismakingsgesprek: De studieadviseur houdt met alle
eerstejaarsstudenten een individueel kennismakingsgesprek. Het
kennismakingsgesprek is het eerste onderdeel van het tutoraat. Aan de
hand van dit gesprek kunnen we jouw studieloopbaan begeleiding
optimaliseren.
- Mentoraat: Omdat het leren van grote hoeveelheden stof voor velen een
uitdagende taak is, zul je daarin worden begeleid door ouderejaars
(mentor)studenten. Als je de deeltoets en het tentamen haalt zijn
verdere bijeenkomsten niet meer verplicht.
- College Inleiding Tutoraat: Tijdens dit college wordt het tutoraat en
de verschillende onderdelen daarvan toegelicht.
- Groepsbijeenkomst matching: Tijdens deze bijeenkomst met de
studieadviseur in kleine groepen wordt gereflecteerd op de studiekeuze
en hoe het tot dan toe gaat binnen de opleiding.
- ChemDraw opdracht: Binnen het Basispracticum Farmacochemie wordt je
vaardigheid om met ChemDraw simpele moleculen te tekenen aangeleerd en
getoetst.

Periode 2:
- Oriëntatie op de arbeidsmarkt (Alumnisymposium): In november vindt het
jaarlijkse alumnisymposium plaats waarbij een aantal afgestudeerden
vertellen over hun weg van de studie naar hun huidige baan. Hierdoor
krijg je een beter beeld van je mogelijkheden na het afstuderen.
Er is ook een korte reflectieopdracht verbonden aan dit onderdeel.

Periode 3:
- Studievoortgangsgesprek: Gesprek n.a.v. periode 1 en 2 met
studieadviseur (verplicht indien minder dan 18 ec behaald). In dit
gesprek gaat het over je studievoortgang in relatie tot het bindend
studieadvies (BSA) dat aan het eind van het jaar verstrekt wordt.
- Opdracht informatieverwerking en citeren: Bij het Innovatieproject
Geneesmiddelen in periode 3 krijg je een opdracht waarbij je leert
informatie te verzamelen, dit te verwerken in een kort verslag, en
daarbij goed te refereren aan de gebruikte wetenschappelijke bronnen.

Toetsvorm

In periode 3 wordt het vak Innovatieproject Geneesmiddelen gegeven. Het
tutoraat deel 1a (periode 1 t/m 3) is als slagingseis verbonden aan dit
vak. Dat betekent dat studenten alle tutoraatsonderdelen uit periode 1
t/m 3 met een voldoende moeten hebben afgerond om de studiepunten voor
dit vak te verkrijgen.

Literatuur

Aanbevolen: "Nog Slimmer" van Mirjam Pol (VU University Press).
Wegwijzer voor efficiënt en effectief studeren. Verkrijgbaar bij VU
boekhandel.

Doelgroep

1F

Algemene informatie

Vakcode X_000030
Studiepunten 0 EC
Periode P1+2+3
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Bètawetenschappen
Vakcoördinator dr. D.J. Scholten
Examinator dr. D.J. Scholten
Docenten dr. D.J. Scholten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege, Werkgroep