Arts en patiënt 1 – Soma en Psyche

2018-2019

Doel vak

De student heeft tot nu toe met name geleerd over het lichamelijk
functioneren en disfunctioneren van de mens. De mens is echter meer dan
alleen zijn lichaam. Lichaam, geest en sociale context zijn
onlosmakelijk met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. In deze cursus
wordt gekeken naar hoe deze aspecten onlosmakelijk verbonden zijn met
elkaar.

Inhoud vak

Elk semester in de major wordt afgesloten met een cursus ‘Arts en
Patiënt’. Deze cursuslijn overstijgt de biomedische kennis (de
natuurwetenschappelijke basis en bijpassende specifieke ziekten, veelal
ingedeeld naar orgaansystemen) die in de voorgaande cursussen van het
semester aan bod is gekomen. De AP-cursussen vragen aandacht voor de
patiënt als persoon en de arts-patiënt relatie, inclusief de
maatschappelijke en wetenschappelijke context waarin het medisch
handelen is gesitueerd.

Inhoud vak
De student heeft tot nu toe met name geleerd over het lichamelijk
functioneren en disfunctioneren van de mens. De mens is echter meer dan
alleen zijn lichaam. Lichaam, geest en sociale context zijn
onlosmakelijk met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. Het handelen
van de arts schiet dan ook te kort als deze alleen kijkt naar de
lichamelijke functies. Ook het psychische functioneren en de sociale
context dienen betrokken te worden. En ook
op psychisch gebied kan iemand ‘ziek’ worden.
In week 1 van deze cursus wordt besproken hoe een lichamelijke ziekte
het leven van een patiënt op psychisch en sociaal vlak kan
beïnvloeden. Andersom geldt dit echter ook: het psychisch functioneren
van een patiënt en zijn of haar sociale context kunnen ook invloed
hebben op de (lichamelijke) ziekte en het omgaan hiermee. Hoe werkt deze
beïnvloeding precies en op welke manier verschillen patiënten hierin? En
waarom dient een arts hier aandacht voor te hebben? Deze vragen zullen
deze eerste week aan bod komen. Ook wordt een begin gemaakt met de vraag
hoe een arts hier in de anamnese aandacht aan besteedt.
Verder komt in deze week naar voren dat het betrekken van het psychisch
functioneren en de sociale context niet altijd vanzelfsprekend is
geweest. Wat wij nu van artsen verwachten heeft te maken met ons huidige
begrip van ziekte en gezondheid. Wat dit huidige begrip inhoudt, en hoe
dit in de loop der eeuwen is veranderd zal tevens besproken worden.Dit
betekent dat aandacht wordt geschonken aan de filosofische en
historische context van het medisch handelen, in het bijzonder met
betrekking tot de begrippen ziekte en gezondheid. Daarbij wordt
verduidelijkt dat een focus op de samenhang van biologisch,
psychologisch en sociaal functioneren kenmerkend is voor een holistische
opvatting van ziekte en gezondheid.
In week 2 zullen we verder inzoomen op het psychisch functioneren, en
met name de ontregeling hiervan. Waarom krijgt de ene persoon wel
psychische klachten bij stress en de andere persoon niet? En met wat
voor klachten komt de patiënt vervolgens bij de huisarts? In deze week
zal verder naar voren komen dat iemand met een psychisch probleem zich
lang niet altijd met iets ‘psychisch’ bij de huisarts meldt. Regelmatig
komen deze patiënten met ‘vage’ lichamelijke klachten bij de arts, en is
het de taak van de arts om dit te herkennen. Hoe kun je hier als arts
achter komen? En wanneer is deze psychische ontregeling ook
daadwerkelijk een stoornis? Het belang van een goede anamnese zal naar
voren komen, en de studenten zullen kennismaken met de begrippen
aanpassingsstoornis, overspannenheid en burnout.
In week 3 wordt ingegaan met de vraag wanneer iemand
daadwerkelijk een psychische stoornis heeft. De student maakt kennis met
de psychiatrie en het begrip psychopathologie. Opvattingen over wat een
"psychiatrische stoornis" is en de opkomst van de psychiatrische kliniek
worden behandeld. De psychiater legt uit hoe een psychiatrische
stoornis gediagnosticeerd wordt door middel van het psychiatrisch
onderzoek en hoe deze stoornissen zijn geclassificeerd. Dit zal
geïllustreerd worden aan de hand van enkele veelvoorkomende
psychiatrische stoornissen, waarbij ook zal worden stilgestaan bij de
pathogenese van psychiatrische aandoeningen.Tevens wordt ingegaan op het
begrip ‘herstel’. Patiënten met een psychiatrische aandoening zullen
niet altijd restloos herstellen. Vaak is het van belang dat de patiënt
leert te leven met de gevolgen van de ziekte (en de bijwerkingen van de
behandeling). De nadruk ligt dan niet op genezing, maar op herstel van
functioneren. Dat is overigens ook bij (chronische) lichamelijke
aandoeningen vaak van belang. Herstel van functioneren sluit aan bij het
holistische gezondheidsbegrip , waarbij in week 1 is stil gestaan.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges, werkgroepen en practica

Toetsvorm

De cursus Arts en patiënt 1 wordt getoetst middels een
Cursusafhankelijke Toets (CAT) met open vragen, die behaald is als deze
met een voldoende cijfer (6) is afgerond.

De studiepunten van de cursus Arts en Patiënt 1 worden toekend als
voldaan is aan:
• CAT cursus Arts en Patient 1 cijfer 6
• Module Professionele ontwikkeling 1 voldaan
• Module Medisch expert 1 voldaan
• Taaltoets voldaan

Literatuur

Gedetailleerde opgave van leerdoelen en bijbehorende studiestof uit de
kernboeken staat in de cursusklapper op CANVAS.

Afwijkende intekenprocedure

Als je voor het eerst aan deze cursus deelneemt, word je voor deze cursus en de daarmee samenhangende onderwijsactiviteiten, zoals studiegroep, colleges, practica en de 1e gelegenheid van de tentamens ingeschreven. Als je een tentamen wilt herkansen, dien je je tijdig voor het tentamen op te geven via het formulier Aanmelden hertentamen Bachelor Geneeskunde.

Toelichting Canvas

Voor deze cursus is een bijbehorende CANVAS course. Hierin staat alle
informatie die je nodig hebt tijdens de cursus, in aanvulling
op het onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan belangrijke CANVAS mededelingen
over de cursus (ook zichtbaar via VUnet), maar ookaan informatie over de
toetsing.Zodra je ingeschreven staat voor het vak heb je toegang tot de
CANVAS course.

Algemene informatie

Vakcode M_BAP115
Studiepunten 6 EC
Periode Semester 1
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit VUmc
Vakcoördinator prof. dr. G.A.M. Widdershoven
Examinator prof. dr. G.A.M. Widdershoven
Docenten drs. Y. Voskes
prof. dr. R.W. Kupka
A. Wenisch
A.L. van Melle

L.J.C. Zomer
drs. D. van Zanten
drs. C.A. Both
prof. dr. F.J. Snoek
drs. J.J.S. van de Kreeke
drs. M.E. Muntinga
prof. dr. G.A.M. Widdershoven
M. Breed MA
drs. D. Roosdorp
A.L. Semeijn MA
dr. M.J.P.A. Janssens
S. Gerritsen

Praktische informatie

Voor dit vak kun je niet zelf intekenen; het onderwijsbureau van jouw faculteit tekent je in.

Werkvormen Hoorcollege, Studiegroep*, Overig, Practicum

*Voor deze werkvorm kun je geen groep kiezen, je wordt hiervoor ingedeeld.